Schriftstudies :: 07_Openbaring - OPB15.htm
Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Openbaring van Jezus Christus

Openbaring van Yeshua Masjiach

 

Hoofdstuk 15

 

15:1

15:2-4

15:5-8

 

Enkele uitgangspunten om de Apocalyps te verklaren:

·       Een profetisch Boek toegevoegd aan de boeken van het OT om de Joden van de Eindtijd tot richtsnoer te zijn.

·       De gebeurtenissen voltrekken zich voor een groot gedeelte in de 70ste Jaarweek der Joden, wanneer YHWH Elohim de draad der geschiedenis in verband met zijn uitverkoren volk weer oppakt.

·       De christelijke Gemeente bevindt zich dan [waarschijnlijk] niet meer op aarde omdat ze bij het begin van de 70ste Week is weggerukt in de 'Opname'.

 

Tekst

 

1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar, zeven engelen, hebbend de zeven laatste plagen, omdat daarin de toorn van God tot een einde werd gebracht.

2 En ik zag als een glazen zee met vuur vermengd, en hen die overwinnen uit het Beest en uit zijn Beeld en uit het getal van zijn naam, staande op de glazen zee, hebbend harpen van God.

3 En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam, zeggend: Groot en wonderbaar uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig uw wegen, de Koning der Heidenen.

4 Wie zou voor u geen diep ontzag koesteren, Heer, en uw naam verheerlijken, omdat Gij alleen goddelijk heilig [bent]? Want alle Heidenen zullen komen en vóór uw aangezicht aanbidden, omdat uw rechtvaardige voorschriften openbaar werden gemaakt.

5 En na deze dingen zag ik en het tempelheiligdom van de Tent der Getuigenis in de hemel werd geopend,

6 en de zeven engelen die de zeven plagen hebben kwamen uit het tempelheiligdom, gekleed in rein, helder linnen en om de borsten heen omgord met gouden gordels.

7 En één van de vier Levende wezens gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen gevuld met de toorn van God die leeft tot in alle eeuwigheid.

8 En het tempelheiligdom werd gevuld met rook uit de heerlijkheid van God en uit zijn kracht; en niemand kon het tempelheiligdom binnengaan totdat de zeven plagen van de zeven engelen tot een einde gebracht zijn.

 

Exegese

 

15:1 

1   και ειδον αλλο σημειον εν τω ουρανω μεγα και θαυμαστον αγγελους επτα εχοντας πληγας επτα τας εσχατας οτι εν αυταις ετελεσθη ο θυμος του θεου

 

En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar, zeven engelen, hebbend de zeven laatste plagen, omdat daarin de toorn van God tot een einde werd gebracht

 

Een teken dat groot en wonderbaar is, moet wel vol van betekenis zijn, precies zoals het geval is met het groot teken in de hemel in Op 12:1-4. Hier gaat het om de inleiding tot het uitgieten van de Zeven laatste plagen waarvoor vanaf vers 5 voorbereidingen worden getroffen. In dit opzicht is er een overeenkomst met het blazen op de Zeven trompetten.

Zie Op 8:2-6.

Trouwens, ook qua inhoud, is er een zekere overeenkomst met de uitwerking van de Zeven trompetten.

 

Wij gaan er daarom van uit dat de plagen in hetzelfde tijdperk worden uitgestort, d.i. tijdens de Tweede helft van de Jaarweek, te meer omdat er een duidelijke relatie is met Op 14:9-12. Want daar was al sprake van het drinken van de wijn van Gods toorn door de afgodendienaren van het Beest en zijn Beeld. Maar in die taferelen geschiedde dat uit de beker van zijn gramschap.

Hoe dan ook, door het uitgieten van de plagen wordt de aanhang van het Beest des te meer getroffen.

 

Het lijkt het beste het Griekse etelesthè, een passieve aoristvorm van het werkwoord tot een einde brengen, letterlijk weer te geven: werd tot een einde gebracht. Met het vullen van de Zeven schalen is immers al vastgelegd hoe en op welke manieren Gods toorn tot uitdrukking gebracht zal gaan worden. Voor God is het een beklonken zaak; de schalen zijn met zijn toorn gevuld en daarmee zo goed als uitgestort.

 

Bij het uitgieten daarvan spelen engelen weer een hoofdrol, maar we hebben inmiddels wel begrepen dat de Elia-getuigen met hun profeteren er nauw bij betrokken zijn.

Zie de commentaren bij Openbaring

7:1-3; 8:7; 11:3-4, 7-10, 18; en in Op 12, vanaf 12:10.

 

Bovendien zagen we in Op 14:1-3, 6-13 dat het Nieuwe Lied, eerst gezongen door engelen, ook wordt 'geleerd' door de 144000 heiligen die er vervolgens op aarde verdere bekendheid aan geven, met inbegrip van de waarschuwing dat zij die het Beest en zijn Beeld verafgoden, zullen drinken van de toornwijn van Gods gramschap.

 

Duidelijk zal ook zijn dat het uitgieten van Gods toorn niet het definitieve einde betekent voor de aanhang van het Beest, maar eerder een voorbode daarvan is.

Uit Op 14:17-20 is immers gebleken dat dit einde komt door het treden van de wijnpers, d.i. de oordeelsvoltrekking afloop van de 70ste Week.

 

15:2-4 

2   και ειδον ως θαλασσαν υαλινην μεμιγμενην πυρι και τους νικωντας εκ του θηριου και εκ της εικονος αυτου και εκ του αριθμου του ονοματος αυτου εστωτας επι την θαλασσαν την υαλινην εχοντας κιθαρας του θεου

3   και αδουσιν την ωδην μωυσεως του δουλου του θεου και την ωδην του αρνιου λεγοντες μεγαλα και θαυμαστα τα εργα σου κυριε ο θεος ο παντοκρατωρ δικαιαι και αληθιναι αι οδοι σου ο βασιλευς των εθνων

4   τις ου μη φοβηθη κυριε και δοξασει το ονομα σου οτι μονος οσιος οτι παντα τα εθνη ηξουσιν και προσκυνησουσιν ενωπιον σου οτι τα δικαιωματα σου εφανερωθησαν

 

En ik zag als een glazen zee met vuur vermengd, en hen die overwinnen uit het Beest en uit zijn Beeld en uit het getal van zijn naam, staande op de glazen zee, hebbend harpen van God. En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam, zeggend: Groot en wonderbaar uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig uw wegen, de Koning der Heidenvolken. Wie zou voor u geen diep ontzag koesteren, Heer, en uw naam verheerlijken, omdat Gij alleen goddelijk heilig [bent]? Want alle Heidenvolken zullen komen en vóór uw aangezicht aanbidden, omdat uw rechtvaardige voorschriften openbaar werden gemaakt

 

Weer komen de 144000 heiligen in beeld, zij die opnieuw geboren zijn uit water en geest. Zie het commentaar bij Op 14:13.

Daarom is het in het geheel niet vreemd hen op de glazen zee te zien staan. Zij steunen op wat Paulus noemde het bad van het water in het woord (Ef 5:26).

Zie ook in het commentaar bij Op 4:5-6a wat er van de glazen zee werd gezegd:

 

Een goddelijke voorziening die de hemelse en de aardse koninklijke priesterschap gemeenschappelijk hebben.

In het wasbekken in het voorhof van de Tabernakel en later in de zee van Salomo’s tempel, moesten de priesters zich baden (Ex 30:17-21). Omdat het bekken (de zee) zich in het Voorhof bevond, buiten het Heiligdom, wees ze op een aardse situatie. Welke? Na door God gerechtvaardigd te zijn op grond van geloof, wordt door de werking van Gods geest, in combinatie met zijn Woord  de nieuwe schepping voortgebracht; d.i. van boven geboren in water en geest (Jh 3:3-5)

 

Dat de zee hier ook gezien wordt als vermengd met vuur, zou kunnen wijzen op het feit dat de plagen krachtige boodschappen van oordeel vertegenwoordigen.

Uit de beschrijving van hen die op de zee staan blijkt dat zij in een proces van overwinning verkeren. Daarop wijst het tegenwoordig deelwoord van overwinnen in de duratieve vorm: een gebeuren in het heden dat voortduurt.

Daarbij wordt 3x het Griekse ek vermeld, d.i.: Zij verkeren in een situatie van bevrijding uit het machtsbereik van de genoemde vijanden: Het Beest, zijn Beeld en het getal van zijn naam. Maar zij moeten ermee voortgaan zich tegen die vijandelijke invloeden te verzetten.

 

Zij zijn de derde groep in de Openbaring die met harpbegeleiding zingen.

Eerst de 24 Oudsten die in een nieuw lied de waardigheid van het Lam bezingen (Op 5:8-10). Vervolgens de engelen die eveneens een nieuw lied zingen, maar dat door de 144000 moet worden geleerd ter verkondiging op aarde (Op 14:1-6).

En hier zingt die groep zelf, naar het voorbeeld van de Levieten die in de oudheid binnen Gods tempelregeling op harpen speelden om lof te brengen aan God:

 

David en de hoofden van de tempeldienst kozen uit de families Asaf, Heman en Jedutun mannen om Gods grote daden te bezingen onder begeleiding van lieren, harpen en bekkens…Tijdens de tempeldiensten zongen zij onder leiding van hun vader, begeleid door bekkens, harpen en lieren.

1Kr 25:1, 6; GNB.

 

Dit laat nogmaals uitkomen dat de zangers tegenbeeldige Levieten zijn, die in het aardse deel van de naos, het tempelheiligdom, dienen tot verheerlijking van God (Op 7:15, 9-10).

Dat zij zich op het Woord moeten blijven verlaten, blijkt uit het feit dat zij in dit geval niet een geheel Nieuw Lied zingen, maar het lied van Mozes en ook het lied van het Lam.

Blijkbaar wordt verwezen naar Dt 32, het hoofdstuk waarin Mozes onder inspiratie bekendmaakt hoe het Israël door de eeuwen heen zou vergaan:

 

Toen sprak Mozes ten aanhoren van de gehele gemeente van Israël de woorden van dit lied ten einde toe…Want ik zal de naam van YHWH bekendmaken; schrijf grootheid toe aan onze God. de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen gerechtigheid zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en recht is Hij… Als Ik mijn bliksemend zwaard wet, en mijn hand grijpt naar het gericht, dan zal Ik wraak oefenen aan mijn tegenstanders, en vergelding brengen over wie Mij haten… Jubelt, gij natiën, om zijn volk, want Hij wreekt het bloed van zijn knechten, Hij oefent wraak aan zijn tegenstanders en verzoent zijn land, zijn volk.

        Dt 31:19-22, 28-30; 32:3-4, 41-43.

 

Evenals Mozes 'zong' Yeshua, het Lam, in het openbaar Gods lof en sprak hij profetisch over de grote daden die zijn Vader in de Eindtijd zou verwezenlijken (Mt 24 en 25).

En zoals Mozes in zijn Lied profetisch de geschiedenis van zijn volk samenvat, zien we in de Evangeliën, met name in het boek Mattheüs, dat Yeshua in de door hem gesproken parabels zowel terugkijkt als vooruitziet naar de wederwaardigheden van Israël.

Overigens klinken in het lied van hen die bezig zijn te overwinnen echo’s door uit diverse passages van het OT.

Vergelijk o.a.:

Ps 104:24; 145:17; 86:9-10.

Js 2:2.

Jr 10:7, 10; 16:19.

 

Opvallend is hoe het Lied gericht is op God: uw werken, uw wegen, uw naam, uw aangezicht, uw rechtvaardige voorschriften, etc.

De zangers bezitten de geest van ware aanbidding, gericht op God en niet op zichzelf. Dit is blijkbaar één van de schitterende kenmerken van een wedergeboren persoonlijkheid. Hetzelfde geldt voor de 24 Oudsten die ook alle eer en heerlijkheid aan God toeschrijven (Op 4:9-11; 5:11-14; 7:11-12).

 

15:5-8 

5   και μετα ταυτα ειδον και ηνοιγη ο ναος της σκηνης του μαρτυριου εν τω ουρανω

6   και εξηλθον οι επτα αγγελοι [οι] εχοντες τας επτα πληγας εκ του ναου ενδεδυμενοι λινον καθαρον λαμπρον και περιεζωσμενοι περι τα στηθη ζωνας χρυσας

7   και εν εκ των τεσσαρων ζωων εδωκεν τοις επτα αγγελοις επτα φιαλας χρυσας γεμουσας του θυμου του θεου του ζωντος εις τους αιωνας των αιωνων

8   και εγεμισθη ο ναος καπνου εκ της δοξης του θεου και εκ της δυναμεως αυτου και ουδεις εδυνατο εισελθειν εις τον ναον αχρι τελεσθωσιν αι επτα πληγαι των επτα αγγελων

 

En na deze dingen zag ik en het Tempelheiligdom van de Tent der Getuigenis in de hemel werd geopend, en de Zeven engelen die de Zeven plagen hebben kwamen uit het Tempelheiligdom, gekleed in rein, helder linnen en om de borsten heen omgord met gouden gordels. En één van de vier Levende wezens gaf aan de Zeven engelen Zeven gouden schalen gevuld met de toorn van God die leeft tot in alle eeuwigheid. En het Tempelheiligdom werd gevuld met rook uit de heerlijkheid van God en uit zijn kracht; en niemand kon het Tempelheiligdom binnengaan totdat de Zeven plagen van de Zeven engelen tot een einde gebracht zijn

 

Een vergelijking met Op 11:19 leert dat we opnieuw teruggaan naar de Tweede helft der Jaarweek.

God zelf is in de naos aanwezig; derhalve komen de Zeven engelen uit zijn onmiddellijke tegenwoordigheid, wat inhoudt dat hun handelen berust op zijn autoriteit. Dat geeft ook hun kleding te kennen: Het uitgieten van de schalen is een zuivere en rechtvaardige uitdrukking van Gods raadsbesluit.

 

Wanneer het juist is dat de vier Levende wezens als tronen, heerschappijen, regeringen en autoriteiten functioneren binnen Gods heerschappij over zijn aardse schepping - mens, dier, natuur; de stoffelijke wereld - en in die hoedanigheid zijn heerschappij en heiligheid tegenover de mensen op aarde hoog houden, is het begrijpelijk dat één van hen de schalen die vol zijn van Gods toorn, aanreikt aan de zeven engelen (Ks 1:16).

Zie ook het commentaar bij Op 4:6b-8.

 

Het is immers de bedoeling dat de schalen worden uitgestort op de afgodische dienaren van de Antichrist, zij die door hun houding tonen dat zij Gods heerschappij over de wereld door zijn Messias verwerpen (Op 11:15-17).

Zie het commentaar bij Op 13:8

 

Dezen zullen de nieuwe wereldleider blindelings volgen, blijkbaar omdat zijn aardse visie appelleert aan hun eigen materialistische en genotzieke geneigdheid. Met Jakobus kan gezegd worden dat hun wijsheid niet van boven komt, maar aards is, zinnelijk, demonisch (Jk 3:15). Maar zij betalen daarvoor een prijs: geen enkel vooruitzicht van leven in Gods regeling van Nieuwe hemelen en een Nieuwe aarde.

 

Wanneer mensen een Beest gaan aanbidden, verlagen zij zich in zekere zin zelf tot dieren.

Toen Mozes de Tabernakel had opgericht, gebeurde het volgende:

 

Toen bedekte de wolk de Tent der samenkomst, en de heerlijkheid van YHWH vervulde de Tabernakel. En Mozes kon de Tent der samenkomst [LXX: Tent der getuigenis] niet binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid van YHWH vervulde de Tabernakel.

Ex 40:34-35.

 

Hier, in Op 15:8, wordt de naos in de hemel met symbolische rook vervuld, maar de Griekse tekst laat uitkomen dat die 'rook' Gods heerlijkheid en kracht vertegenwoordigt.

En zoals het geval was met Mozes, kan ook in deze situatie niemand de naos binnengaan. Eerst moeten de schalen van Gods toorn ten volle zijn uitgegoten. Wat betekent dit zinnebeeld?

 

Wanneer Mozes de Tent der samenkomst binnenging, verscheen hij in de tegenwoordigheid van God en bemiddelde hij ten behoeve van het volk (Ex 33:7-11). Daarom is de betekenis hier klaarblijkelijk dat de tijd om tot berouw te komen voorbij is. Wanneer de oordeelsscène begint, is de tijd voor bemiddeling voorbij. Het oordeel is onherroepelijk, onomkeerbaar. Vergelijk Kl 3:44.

 

Wanneer die zienswijze juist is, moeten de taferelen die samenhangen met het uitgieten van de plagen blijkbaar tegen het einde van de Tweede helft der Jaarweek worden gesitueerd. Een en ander zou overeenkomen met de inleiding van Op 15:1; deze zeven plagen zijn de laatste; Gods toorn is daarmee tot voltooiing gekomen.

 

We hebben al eerder gewezen op een zekere overeenkomst tussen Op 15:5 en Op 11:19. Met het opengaan van de naos in de hemel en het zichtbaar worden van de Verbondsark leek de beschrijving van de Zevende trompet te eindigen.

We moeten evenwel bedenken dat de Zevende trompet ook het Derde Wee betekent en in het gedeelte Op 11:15-19 is dat Wee inhoudelijk niet echt duidelijk geworden. Maar nu, met de zeven laatste plagen die als schalen, gevuld met Gods toorn, worden uitgegoten, wordt de volle omvang van het Derde Wee volledig openbaar.

En, zoals aangegeven in Op 15:1, zal een en ander een groot en wonderbaar teken zijn, waarmee een zeer oude aankondiging, door YHWH God aan Mozes gedaan, vervuld wordt:

 

Hij antwoordde: Ik wil een verbond met u sluiten. Voor heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals er nergens op aarde en bij geen enkel volk ooit zijn geschied. Heel het volk waarbij gij leeft zal aanschouwen hoe ontzagwekkend de werken zijn die Ik, YHWH, voor u ga doen.

Ex 34:10.

 

Dit werd door God aan Mozes toegezegd toen de plagen van Egypte ver achter hem lagen. De aangekondigde wonderbare dingen of ontzagwekkende werken hebben zich tot nu toe nog niet voorgedaan ten aanschouwen van heel het volk Israël. Maar dat gaat nu gebeuren!

 

-.-.-.-

Naar Openbaring 16