Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Een mogelijk verloop van de Zeventigste Jaarweek

Een mogelijk verloop van de Zeventigste Jaarweek

 

 

Voor ‘smal’ lezen, klik hier.

 

Begin

Helft

Einde

De 75 dagen daarna

 

Zie allereerst de Studie De 70ste Week cruciaal om een idee te krijgen van de grote waarde die schuilt in de Jaarwekenprofetie die wordt aangetroffen in Daniël 9:24-27.

Hieronder wordt - overigens onder veel voorbehoud - een idee gegeven hoe het verloop van de laatste Week, de 70ste, van die belangwekkende profetie zou kunnen zijn. De complexiteit van de factoren waarmee bij een dergelijke beschouwing rekening moet worden gehouden is namelijk buitengewoon groot. Aangezien zeer waarschijnlijk geen mens zich destijds bewust was van de situering in de tijd van de eerste 7 plus 62 weken, zelfs niet toen zij actueel waren, achten wij het goed mogelijk dat ook het tijdstip van aanvang van de 70ste Week enige tijd niet gesignaleerd zal worden.

 

Het is dus heel goed mogelijk dat de wijze waarop de 70ste Week zal verlopen, zoals hierna geschetst, foutief zal blijken. Niettemin kan bestudering van de aangevoerde argumenten de welwillende lezer stof tot nadenken verschaffen en hem meer inzicht geven in de Bijbelse zaken die bij een dergelijke studie aan de orde zijn.

 

We doen ook de aanbeveling om kennis te nemen van de studie

Wanneer werd Adam geschapen en begon de Anno Mundi tijdrekening?

waarin aan de hand van de Bijbelse chronologie wordt beredeneerd dat

1. De eerste mens werd geschapen in 4007 vóór onze huidige tijdrekening (of voor Chr.).

2. De AM-jaren lopen van herfst tot herfst, aangezien Adam blijkbaar in het (ons) najaar werd geschapen.

3. De val van de stad Jeruzalem met zijn eerste tempel plaats vond in 587 v. Chr.; dus in 3420 AM.

4. Het jaar 6023 AM overeenkomt met 2017/2018 AD; 6026 AM met 2020/2021 AD, en 6030 AM met 2024/2025 AD.

 

Dat 2018/2019 AD, het tweede jaar van de 70ste Jaarweek, bijgevolg overeenkomt met 6024 AM, krijgen wij bevestigd in Genesis 45.

In Gn 45:6 vernemen we immers dat Jozef zijn broers erover inlicht dat zij zich al in het tweede jaar van de voorzegde 7-jarige hongersnood bevinden en dat er nog vijf zullen volgen. Maar in dat zelfde hoofdstuk ontdekken we dat vers 27, ook zich afspelend in dat tweede jaar, de gematriawaarde 6024 heeft.

In de tegenbeeldige toepassing vallen de 7 jaren van grote voorspoed namelijk samen met 7 jaren van hongersnood die zich destijds in Egypte voordeden.

Vergelijk Js 65:13-14.

  

Toen Johannes op Patmos in zijn visioenen in de tijd vooruit werd geplaatst geraakte [hij] in geest in de Dag die de Heer toebehoort.

In ons commentaar op Op 1:9-11 suggereren wij dat die Dag allereerst de 70ste Week zal omvatten. Weliswaar wordt dan de draad, wat Gods uitverkoren volk Israël betreft, weer opgepakt, maar Johannes zelf gaf niet te kennen dat hij ‘in geest’ naar het begin van die Week werd verplaatst. Eerder suggereerde hij dat hij ergens in die Week geraakte, in een Week die dus al aan de gang was.

 

Gesuggereerd Begin: 2 maart 201815 Adar 6023 AM, op het Feest van Purim.

 

Purim (Hebreeuws: פּוּרִים, "loten", van het woord Pur) is een Joodse feestdag waarop men de bevrijding van het Joodse volk herdenkt van een zekere ondergang welke beraamd was door Haman. Het verslag daarvan is vastgelegd in Megillat Esther.

Bij het aanbreken van die Laatste ‘Week’ kan de valse Messias die dan (mogelijk) verschijnt, als een tegenbeeldige Haman, er dus zeker van zijn dat zijn ‘lot’ bijvoorbaat bezegeld is en dat Gods volk zal triomferen.

 

Zie: Purim, alsook Esther, zij die zich verborgen hield.

 

Opmerking 1

In het Bijbelwiel maakt het Boek Esther deel uit van Spaak 17 >>

פ  (Boek 17) Esther – (Boek 39)  Maleachi – (Boek 61)  2 Petrus

De 17e letter van het Hebreeuwse alfabet (פ, Pee) is in het Boek Esther prominent aanwezig in het woord Pur, meervoud Purim.

Maar zoals we hierboven al aangaven verplaatst de figuur Haman - in zijn tegenbeeld als de demonische Antichrist - ons naar de 70ste Jaarweek, waarvan het begin (mogelijk) samenvalt met Jezus’ Paroesie (Grieks: παρουσια), zijn tegenwoordigheid, een term die eveneens aanvangt met de letter Pee.

Met betrekking tot de Hebreeuwse Pee is het namelijk opvallend dat die letter bij uitstek linguïstische grenzen gemakkelijk overschrijdt.

Welnu, in Twee Petrus maakt de apostel met nadruk melding van Jezus’ paroesie wanneer hij zijn (Joodse) lezers attendeert op de bijzondere ervaring die hijzelf, tezamen met de twee andere prominente apostelen, Johannes en diens broer Jakobus, had tijdens het Transfiguratievisioen

 

Want niet door vernuftig verzonnen fabels na te volgen maakten wij jullie de kracht en paroesie van onze Heer Jezus Messias bekend, maar doordat wij ooggetuigen van diens grootsheid werden. Want hij ontving van God [de] Vader eer en heerlijkheid, toen van de Verheven Heerlijkheid een zodanig stemgeluid tot hem werd overgebracht: ‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in wie ik welbehagen vond’; en wij hebben dit stemgeluid uit de hemel overgebracht horen worden, toen wij met hem op de heilige berg waren.  

 

Zoals gewoonlijk zijn er met elke ‘spaak’ in het Bijbelwiel betekenisvolle hoofdstukken verbonden in andere Bijbelboeken die hetzelfde nummer hebben; in dit geval dus 17.

Onder het kopje Inner Cycles van Spaak 17 wordt de lezer dan ook onder meer geattendeerd op Mattheüs 17, het hoofdstuk waarin de Evangelist het Transfiguratievisioen optekende. Volgens Petrus werd daarmee dus een impressie gegeven van de Paroesie. Zie Mt 17:1-9.

 

In het Transfiguratievisoen zoals het werd verhaald door de Evangelist Lukas lezen we in Lk 9:29-31 het volgende:

 

En terwijl hij bad, werd het uiterlijk van zijn gelaat anders en zijn kleding wit uitstralend. En zie, twee mannen waren met hem in gesprek; het waren Mozes en Elia, die, verschenen zijnde in heerlijkheid, zijn heengaan [in de dood] bespraken welke hij op het punt stond in Jeruzalem te vervullen.  

 

Mozes’ en ‘Elia’ verschenen in het visioen dus in heerlijkheid, precies zoals Jezus zelf. Zij waren bijgevolg niet werkelijk in persoon aanwezig, wat uiteraard ook niet mogelijk was, aangezien beide mannen nog altijd rusten in de dood, in Sjeool, het graf.

Kennelijk vertegenwoordigen zij in het visioen datgene wat tevoren zowel in de Geschriften van Mozes, in het bijzonder de Pentateuch, als in de Boeken van de Profeten, over Jezus’ rol als de Lijdende Knecht van Jahweh wordt onthuld.

In Bijbelboek 39, Maleachi, het tweede Boek van Spaak 17 in het Bijbelwiel zijn beide figuren opvallend aanwezig in het slotgedeelte, hoofdstuk 4, de vv 4 tm 6 (nbg) >>

 

Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor heel Israël, inzettingen en verordeningen. Ziet! Ik zend jullie de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag van Jahweh komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot dat der zonen, en het hart der zonen tot dat van hun vaders, opdat Ik niet kom en het land met de ban sla.

 

Dat verklaart hun optreden als de Twee Getuigen in de vervulling van het tafereel in de 70ste Week, wanneer ook de paroesie van de Messias aanbreekt. In Op 11:3-6 wordt het volgende over hun optreden in de Eindtijd aangekondigd: 


En ik zal aan mijn Twee Getuigen [opdracht] geven en zij zullen, gehuld in zakkleding, 1260 dagen profeteren. Dezen zijn de twee Olijfbomen en de twee Kandelaars die staan vóór de Heer van de gehele aarde. En indien iemand hen kwaad wil berokkenen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; ja, indien iemand hen kwaad wil berokkenen, moet hij aldus gedood worden. Dezen hebben de bevoegdheid de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt in de dagen van hun profetie; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.

 

Opmerking 2

Dat de 70ste Jaarweek vooral gezien moet worden in het licht van de gebeurtenissen die in het Boek Esther worden verhaald, blijkt eveneens uit Es 10:2, waar we volgens de nbg lezen:

 

Al zijn geweldige en machtige daden [van Xerxes, in het verslag Ahasveros genoemd] en een nauwkeurig bericht over de grootheid, waartoe de koning Mordekai verheven had, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Medië en Perzië?

 

De GW (getalswaarde) van dit vers bedraagt 5872, dezelfde waarde als die van Dn 9:27, waarin de 70ste Week beschreven wordt.

 

Met betrekking tot Jezus’ paroesie komt ook het 17e hoofdstuk van Lukas in beeld, aangezien in Lk 17:22-37 belangrijke uitspraken van Jezus worden aangetroffen met betrekking tot zijn paroesie, gedeelten die nagenoeg parallel zijn aan het bekende hoofdstuk Mattheüs 24 dat geheel in het teken staat van Jezus’ paroesie, namelijk zijn uitgebreid antwoord op de vraag van zijn leerlingen: Wat zal het teken zijn van je paroesie en de voleinding der eeuw (Mt 24:3). Alleen is bij Lukas de term paroesie vervangen door de zinsnede de dagen van de Mensenzoon.

 

Zie: Komst van het Koninkrijk Gods en de Mensenzoon.

 

Zie eventueel ook:  Wanneer werd Adam geschapen en begon de Anno Mundi tijdrekening?  teneinde vertrouwd te raken met die AM-tijdrekening en waarom de laatste Jaarweek moet vallen in de periode 6023 – 6030 AM.

In die studie, onder Jakob bij de Jabbok, wordt de lezer geattendeerd op de consequenties van het jaar 2266 AM als een nieuw vertrekpunt voor het tellen der jaren van Israëls geschiedenis.

 

Opmerking 3

Hierboven is rekening gehouden met de mogelijkheid dat bij het aanbreken van de 70ste Jaarweek ook Jezus’ paroesie begint. Voor christenen is dat aanleiding om aan de Opname te denken, vooral aan de profetische beschrijving ervan in 1Th 4:13-18. In dat Schriftdeel lijkt immers gesuggereerd te worden dat die Opname (vrijwel) onmiddellijk zal plaats vinden bij de aanvang van Jezus’ Tegenwoordigheid (Grieks: parousia):

 

Want dit zeggen wij jullie op gezag van een woord van de Heer: Wij, de levenden die overblijven tot in de paroesie van de Heer, zullen de ontslapenen beslist niet voorgaan.

Want de Heer zelf zal met een bevelend roepen, met een stem van [de] aartsengel en met een trompet Gods neerdalen vanaf [de] hemel en de doden in Messias zullen eerst opstaan. Daarop zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden weggerukt, de Heer tegemoet in de lucht. En zo zullen we altijd met [de] Heer zijn.

 

Uiteraard moet ook in deze zaak afgewacht worden wat de toekomst ons brengen zal, maar het is zeker belangwekkend om te ontdekken dat het Boek Esther ons ook in deze kwestie een hint verschaft.

We verwijzen naar het gedeelte in het Esterverhaal dat wordt aangegeven met het onderkopje: Aandeel christelijke Gemeente.

 

We laten het aan de lezer zelf over om te beslissen welke conclusies hij wil trekken

uit de vermelding van Hegai en Hathach, dienaren die Esther ten dienste stonden in haar verhouding tot de koning. Dat de GW van die twee samen het getal 434 oplevert, is in ieder geval heel bijzonder te noemen.

 

=================================================

 

Gesuggereerde Helft: 13 augustus 20215 Elul 6026 AM.

 

Rond die datum mag wellicht verwacht worden dat het voortdurend offer in de – te herbouwen - Derde tempel zal worden weggenomen en dat in de plaats daarvan de verwoestende gruwel zich in dat ‘heiligdom’ als ‘god’ zal manifesteren, zodat men ‘god’ rechtstreeks kan vereren (Mt 24:15; Op 13:11-13).

 

In Ez 8:1 lijkt die verwachting bevestigd te worden, want op de vijfde van de zesde maand [5 Elul] werd Ezechiël door de geest, in gezichten Gods, overgebracht naar Jeruzalem, waarin hij de verontreiniging van Gods Heiligdom te zien kreeg, te beginnen met het afschuwelijke afgodsbeeld bij de ingang van de binnenste Noordelijke poort.

Zie Ezechiël 8.

 

Vanaf die gesuggereerde helft beginnen de 1335 dagen te tellen, maar komt er ook een einde aan de Zeven Tijden van (7 x 600) 4200 jaar die in 1826 AM - bij de Spraakverwarring - waren begonnen. 

 

Zie: Spraakverwarring en Tijden der Heidenen 

 

Het Messiaanse Koninkrijk wordt opgericht, wat aanleiding is:

 

* voor de prediking van dit opgerichte koninkrijk, zoals door Jezus zelf aangegeven in zijn eindtijdrede (Mt 24:14)

 

voor oorlogvoering in de hemel, als resultaat waarvan Satan en zijn engelen worden neergeslingerd op de aarde. 

 

Het aardse deel van de ‘Vrouw’ vlucht naar de wildernis waar zij, buiten het gezicht van de Slang, 1260 dagen wordt gevoed, de volle tweede helft van de Week (Op 12:5-14 en 13:5-7).

 

Op de Helft van de Week wordt echter niet alleen het Koninkrijk opgericht maar wordt met Israël ook het Huwelijksverbond vernieuwd. In Hl 6:3 wordt die vernieuwing schitterend verwoord:

 

Ik ben van mijn beminde, en mijn beminde is van mij. Hij weidt tussen de lelies.

 

Maar het opmerkelijke in dit vers is tevens dat daarin wordt bevestigd dat de vernieuwing van dat Verbond inderdaad in de maand Elul zal plaats vinden. Elul verschijnt in dat vers namelijk in de vorm van een acrostichon. In die tekst verschijnen de vier letters op de Hebreeuwse wijze van rechts naar links, t.w. אלול  in het zinsdeel Ik ben van mijn beminde, en mijn beminde is van mij.  

 

Elul zouden we om die reden kunnen aanduiden als de referentiemaand van de Bruid, een tijd van intimiteit die in Hl 6:3 wordt ingezet door de Bruid, in tegenstelling tot Hl 2:16, waar de intimiteit eerder een initiatief is van de Bruidegom, blijkens de context Hl 2:10-14.

De maand Elul is om die reden een tijd van een speciale band tussen de goddelijke Bruidegom en Zijn bruid Israël.

 

YHWH Elohim hernieuwt zijn verhouding tot het volk op grond van de superieure condities van het Nieuwe Verbond. Hun dwaling en zonde laat hij achter zich; die gedenkt hij niet langer. Integendeel, hij begunstigt hen met ongekende nieuwe gelegenheden (Jr 31:31-34).

 

Zie ook: 1.) The Month of the Bride

en

2.) Leviticus hoofdstuk 12 – Welke waarheden gaan schuil achter de reinigingsprocedures?
 

=================================================

 

Gesuggereerd Einde: 23 januari 2025 ≈ 23 Tebeth 6030 AM.

 

De 3½-jarige Grote Verdrukking komt ten einde (Dn 7:25; 12:7; Op 12:14; 13:5-7).

De Grote Schare van Op 7:9-17 welke uit die Grote Verdrukking komt, wordt gezien, dienend in Gods tempelheiligdom (de vv 13 tm 15).

Maar die dienst kan ongetwijfeld pas realiteit worden wanneer eerst de 75 dagen zijn verstreken van Dn 12:11-12 en dus de 1335 dagen worden bereikt op 10 Nisan van 6030 AM (8 April 2025), 4 dagen voordat op 14 Nisan Pesach wordt gevierd. 

 

Zoals de datum van

het Begin (Purim – 15 Adar), en van

de Weekhelft (corresponderend met Ez 8:1 – 5 Elul), is ook

het Einde van de 70ste Week verbonden met een specifieke datum, t.w. 24 Tebeth.

In Zc 1:7 was die datum al vermeld en werd ook aldaar verbonden met het Oordeel dat na afloop van de Week moet volgen:

 

Op de vierentwintigste dag van de elfde maand – dat is de maand Sjebat – in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van JHWH tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet.

 

Opmerking: Bepaald moeilijk te duiden is de passage in het Boek Daniël, hoofdstuk 8, de vv 9 tm 14, in het bijzonder de vraag hoe precies in de tijd de periode van de 2300 avonden en morgens moet worden afgebakend. 

De Kleine Horen met een Hellenistische achtergrond – in vers 23 beschreven als de koning hard van aangezicht en bedreven in listen – ontneemt voor genoemde periode aan de Allerhoogste God de thamid, het gedurig [brandoffer]. Dat zal geschieden in het laatst van hun koningschap, als de boosdoeners de maat hebben volgemaakt.

De nbg-versie van bedoelde vv luidt:

 

En uit een daarvan kwam weer een horen voort, die klein begon, maar die zeer groot werd tegen het zuiden, tegen het oosten en tegen het Sieraad, Ja, zijn grootheid reikte tot aan het heer des hemels, en hij deed er van het heer, namelijk van de sterren, ter aarde vallen, en vertrapte ze. Zelfs tegen de vorst van het heer maakte hij zich

groot, en Hem werd het dagelijks offer ontnomen en zijn heilige woning werd neergeworpen. En een eredienst werd in overtreding ingesteld

tegenover het dagelijks offer; en hij wierp de waarheid ter aarde, en wat hij ook deed, gelukte hem. Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zeide tot degene die gesproken had: Hoelang zal dit gezicht gelden; het dagelijks offer en de ontzettende overtreding, het prijsgeven van het heiligdom en het vertrappen van het heer? En hij zei tot mij: Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

 

De letterlijke weergave van vers 14 luidt volgens Young

And he saith unto me, Till evening — morning two thousand and three hundred, then is the holy place declared right.

 

Hierboven, onder Gesuggereerd Einde, hebben we aangegeven dat de dienst in Gods (ware) heiligdom pas volledig hervat kan worden wanneer eerst de 75 dagen verstreken zullen zijn van Dn 12:11-12 . Het slot van de daar genoemde 1335 dagen moet eerst worden bereikt, en het lijkt ons niet onaannemelijk dat op die datum ook de cyclus van de 2300 avond — morgen periode tot een einde moet komen, waarmee waarschijnlijk 1150 etmalen worden bedoeld.

 

Of die aanname juist is, cq verantwoord, zal de toekomst moeten uitwijzen. Een belangrijke vraag is immers aan wat voor soort thamid (gedurig offer) dan gedacht moet worden. Wordt bijvoorbeeld elke wijze van tot Jahweh God gerichte lofprijzing verboden, met name bij de joodse eindtijdgemeenschap? Van een dergelijk ‘gedurig offer’ maakt de Psalmist melding in Ps 34:1(2)  Ik wil YHWH te allen tijde prijzen, bestendig zij zijn lof in mijn mond.

 

HaThamid, met het lidwoord zoals het in Dn 8 voorkomt, heeft GW 459.

Ps 119:171 – (GW 2-459) – luidt: Mogen mijn lippen overvloeien van lof, want gij leert mij uw inzettingen.

 

De 75 dagen daarna.

Gods Woord laat ons zien dat tijdens de 75 dagen die moeten volgen op het einde van de Week - vanaf 24 Tebeth tot op 10 Nisan 6030 AM - nog een aantal zeer gewichtige gebeurtenissen plaats zullen vinden. Allereerst denken we dan aan datgene wat er – in de vorm van oordeel - volgens Jezus zou volgen, onmiddellijk ná het einde van de 3½-jarige Grote Verdrukking:

 

Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt. En dan zal het teken van de Mensenzoon in de hemel verschijnen en dan zullen alle stammen der aarde zich [in weeklacht op de borst] slaan en zij zullen de Mensenzoon zien, komende op de wolken des hemels, met kracht en veel heerlijkheid.

(Mt 24:29-30) 

 

In Openbaring 6 - waarin Mattheüs 24 wordt gevolgd wat betreft de opsomming door Jezus van de tekenen die kenmerkend zouden zijn voor de paroesie - worden bij het openen van het Zesde Zegel die zelfde gebeurtenissen, maar dan vooral steunend op bekende Oudtestamentische voorstellingen, bij voorbaat aan ons getoond:

 

En ik zag toen hij het zesde zegel opende, en een grote aardbeving geschiedde, en de zon werd zwart als een haren rouwzak, en de gehele maan werd als bloed, en de sterren des hemels vielen naar de aarde, zoals een vijgenboom, geschud door een krachtige wind, haar onrijpe vijgen afwerpt; en de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold; en elke berg en [elk] eiland werden van hun plaatsen verwijderd.

En de koningen der aarde en de hoogwaardigheidsbekleders en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de spelonken en rotsen der bergen. En zij zeggen tot de bergen en de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van hem die op de troon zit en voor de gramschap van het Lam; want de Grote Dag van hun gramschap kwam en wie kan standhouden? 

 

De taferelen – die het onheilspellende gebeuren van de Grote Dag van Gods gramschap (alsook die van het Lam) tekenen – blijken Gods reactie te zijn op de verdrukkingen die door de vijanden van Israëls Overblijfsel over dat herstelde volk van God zullen worden gebracht.  Ezechiël, met name de hoofdstukken 38 en 39, is daarin heel duidelijk. Want daar vernemen we profetisch de ondergang van Gog – ook afgebeeld door Haman in het Estherverhaal – de sinistere, antichristelijke figuur die Satans bendes zal aanvoeren in de aanval op het herstelde Israël van de Eindtijd.

Het kan bijgevolg niet toevallig zijn dat de getalswaarde van Esther 9:15, waarin de overwinning op de toenmalige vijanden der Joden te Susan beschreven wordt, 6030 bedraagt: 

 

En de Joden die in Susan waren verzamelden zich ook op de veertiende dag van de maand Adar, en zij doodden in Susan driehonderd man; maar aan het roofgoed sloegen zij de hand niet.

 

Zie:  De commentaren op Op 6:12-17 en Ezechiël 38 en 39 .

 

De Profetie die Zacharia op 24 Tebeth ontving (1:7) werd hem gegeven in de vorm van een visioen des nachts. Vers 8 luidt:

 

En zie, een man die op een rood paard reed en hij stond tussen de mirten in de diepte, en achter hem waren rode-, voskleurige- en witte paarden. 

 

De man die het rode paard berijdt, die zich tussen de mirten in de diepte bevond, blijkt volgens vers 11 de engel van YHWH te zijn, de Heer Jezus zelf derhalve. De rode kleur van zijn paard herinnert ons aan oordeel en bloedvergieten.

In Op 6:3-4 zien we de antichristelijke macht van de Eindtijd uitrijden op een vuurrood paard. Het gevolg? De vrede werd van de aarde weggenomen zodat men elkaar zal afslachten; en hem werd een groot zwaard gegeven.

Vergelijk ook Js 63:2-4.

 

De mirten in de diepte is zinnebeeldig voor Israël in haar staat van vernedering. Dat hij stond en de wereldsituatie grondig observeerde alvorens tot de voltrekking van het oordeel over te gaan, herinnert aan Hk 3:6 > Hij stond stil en mat de aarde; hij zag rond en deed de volken vervolgens opspringen.

 

De rode paarden achter hem spreken eveneens van oordeel en het vergieten van bloed, maar aangezien er ook voskleurige paarden gezien worden, zal het oordeel wel getemperd worden door het betonen van barmhartigheid jegens degenen die daarvoor in aanmerking komen. De overwinning is echter verzekerd (de witte paarden).

In Hk 3:2 smeekt de profeet of YHWH te midden van de beroering er aan mag denken om van barmhartigheid blijk te geven:

 

YHWH, ik heb het bericht omtrent u gehoord, ik ben ontzet , o YHWH

Roep uw werk in het midden der jaren tot leven, en laat het bekend worden in het midden der jaren. Gedenk in de gramschap barmhartigheid.  

 

De tweemaal herhaalde frase in het midden der jaren kan betrekking hebben op 6030 AM, wanneer de overgang naar de Millenniumsabbat aanstaande is.

De GW 5-153 van dit vers verwijst naar de [hemelse] zonen Gods [benee ha-elohim]. In Op 19:11-16 ziet Johannes hen als de hemelse legers, gezeten op witte paarden, Gods Zoon vergezellen om Gods gramschap te doen neerdalen op de Heidenvolken:

 

De legers in de hemel volgden hem op witte paarden, gekleed zijnde in wit, rein fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard te voorschijn, opdat hij daarmee de Heidenvolken zou slaan, en hijzelf zal hen weiden met een ijzeren staf. Oók treedt hijzelf de wijnpers van de toorn der gramschap van God de Almachtige.

 

In Hk 3:8 wordt een soortgelijk beeld opgeroepen wanneer de profeet zich tot God richt met de vraag:

 

Is tegen de rivieren, o YHWH, is tegen de rivieren uw toorn ontbrand, of is uw gramschap tegen de zee, dat gij rijdt op uw paarden, op uw wagens van redding?

 

Wanneer men zich verdiept in zulke profetische verslagen zal men niet vlug verbaasd zijn te vernemen dat de Grote Dag van de goddelijke gramschap de afsluitende periode van 75 dagen zal omvatten. 

Zie bijvoorbeeld ook Op 19:11-21

 

Maar ná het verstrijken van die extra 75 dagen waarin Gods gramschap wordt uitgestort, waaronder ook de ondergang van Gog van Magog volgens Ezechiël 38-39, worden wij in Ez 40-48 ook bij voorbaat meegenomen naar 6030 AM. In zijn visioenen kreeg de profeet het nieuwe Tempelheiligdom te zien, gereed om te gaan functioneren in Gods plan van redding. 

Wat een geluk voor het Overblijfsel om - verkerend in gezelschap van de rechtvaardige ‘schapen’ van Mattheus 25 – die Dag te mogen ervaren en alle glorierijke dingen die aansluitend daarop zullen volgen! Zie: Dn 12:12 en Js 27:13

 

OpmerkingOp 10 Nisan 6030 AM eindigen uiteraard de 2595 dagen die verlopen vanaf het begin van de 70ste Jaarweek. Bijgevolg zou men kunnen verwachten dat dit getal eveneens ergens in de hoofdstukken 40 tm 48 van Ezechiël verschijnt. En dat blijkt inderdaad het geval te zijn; Ez 44:20 heeft namelijk als GW 2595. 

 

Bovendien komt dat vers - Ook zullen zij hun hoofdhaar niet scheren noch het hoofdhaar vrij laten groeien, maar zij zullen hun hoofdhaar knippen – voor in de passage waarin de toewijzingen van de hemelse priesterschap worden beschreven, t.w. het gedeelte vanaf vers 15, waar sprake is van de Levitische priesters, de zonen van Zadok, een klasse evenwel die in de Openbaring verschijnt als de 24 Oudsten rondom Gods troon (Op 4:4).

 

De GW 2595 treffen we overigens ook aan in Lv 9:5, waar de installatie van de Levitische priesterschap onder Mozes’ leiding wordt verhaald. Zoals hierboven al werd besproken zal er na afloop van de 2595 dagen verheuging zijn, onder meer doordat de tegenbeeldige koninklijke priesterschap dan gereed zal zijn voor het verrichten van haar Millenniumtoewijzing.

 

In de maand Nisan van het jaar 2554 AM stak Israël de rivier Jordaan over, waarna het volk het Beloofde land kon binnen gaan: Het volk kwam op uit de Jordaan op de tiende der eerste maand en legerde zich te Gilgal, aan de Oostgrens van Jericho (Jz 4:19).

Precies 3476 jaar verder, dus in 6030 AM, verwachten we de gelukkige blijdschap van hen die volhardend de 1335 dagen volmaken (Dn 12:12). 

Het kan dus weer geen toeval zijn dat Jozua 7:1, waarin een voorval wordt verhaald dat zich in dat zelfde jaar (2554 AM) voordeed, de GW 3476 heeft!

 

-.-.-.-