Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Jeremia 8

Jeremia 8 en 23

 

Hoofdstuk 23

Attentie: In deze studie wordt vooral volgens het gematriabeginsel geredeneerd.

 

Jr 8:1

In die tijd, luidt het woord van YHWH, zal men ook de beenderen van de koningen van Juda en de beenderen van zijn vorsten en de beenderen van de priesters en de beenderen van de profeten en de beenderen van de inwoners van Jeruzalem uit hun graven halen.

7997

Jr 8:2

En men zal ze werkelijk uitspreiden voor de zon en voor de maan en voor het gehele heerleger des hemels, die zij hebben liefgehad en die zij hebben gediend en die zij achterna hebben gelopen en die zij hebben gezocht en waarvoor zij zich hebben neergebogen. Ze zullen niet bijeengezameld noch begraven worden. Tot mest op de oppervlakte van de aardbodem zullen ze worden.

7240

Jr 8:3

En de dood zal stellig boven het leven verkozen worden door het gehele overblijfsel van hen die overblijven van deze slechte familie in alle plaatsen van de overgeblevenen, waarheen ik hen stellig verdreven zal hebben, luidt het woord van YHWH der legerscharen.

6816

 

GW 22053 ≈≈ 2Pt 2:20 >> Want indien zij de bezoedelingen der wereld zijn ontvlucht door een verdiepte kennis van onze Heer en redder Jezus Messias, maar overwonnen worden - omdat zij wederom in die dingen werden verstrikt - is het laatste voor hen erger geworden dan het eerste.

 

Zie dit commentaar op 2Pt 2:20, waaruit kan worden afgeleid dat de Joden in de Eindtijd voor cruciale beslissingen zullen komen te staan, t.w.:  Voor wie zullen zij kiezen: Voor Yeshua, de eigen Mashiach, of voor die valse messias, de [demonische] Antichrist?  Als zij niet de juiste beslissing nemen, zullen zij alles verliezen wat hun op grond van het Nieuwe Verbond – dat op de Helft van de 70ste Jaarweek met hen wordt gesloten - in het vooruitzicht wordt gesteld.

Opvallend is dat juist uit Jeremia 8 de Joden bij voorbaat zouden kunnen vernemen dat verzet tegen YHWH’s ware Mashiach ertoe zal leiden dat zij in de Eindtijd slachtoffer zullen worden van de demonen. Waarom? Omdat

1.)   ook in het boek Ruth, het 8ste Boek van het Bijbelwiel, de Joden kunnen lezen over de demonische Peloni Almoni die niet kan ‘lossen’ op grond van zijn ‘eerste rechten’, de Mozaïsche wetgeving!

2.)   in Jesaja 8 de Joden voor de beslissing komen te staan voor wie zij in de Eindtijd zullen opteren: Voor hun Joodse broeder bij uitnemendheid, Yeshua Mashiach, of voor zijn demonische tegenstanders, met name de fake Mashiach, de demonische Antimashiach.

3.) [alweer] in hoofdstuk 8 van Ezechiël bij voorbaat het debacle van de Derde tempel profetisch wordt aangekondigd, grotendeels veroorzaakt door het demonisch georiënteerde Sanhedrin van de Eindtijd.

4.) eveneens volgens hoofdstuk 8 van het boek Daniël, in de Eindtijd de demonische koning, hard van aangezicht en bedreven in listen, zal verschijnen. Zie ook Daniël 8.

5.) we in hoofdstuk 8 van het Mattheüs’ Evangelie het verslag (vanaf vers 23) vinden over de demonen die zich gedwongen zagen in de zwijnen te varen, nadat Yeshua hen had uitgeworpen uit de twee bezetenen. Een parallelverslag van de zelfde gebeurtenis wordt in Lukas aangetroffen; alweer in hoofdstuk 8.

 

Uiteraard kan niemand zomaar voorbijgaan aan de onheilspellende aankondiging in vers 3 >>  

En de dood zal stellig boven het leven verkozen worden door het gehele overblijfsel van hen die overblijven van deze slechte familie in alle plaatsen van de overgeblevenen, waarheen ik hen stellig verdreven zal hebben, luidt het woord van YHWH der legerscharen.  

De GW van dat vers, 6816, doet – zeker niet onverwacht – weinig goeds verwachten voor de Eindtijdjoden die hardnekkig Yeshua zullen blijven afwijzen:

 

Mr 4:40  >> Toen zei hij [Yeshua] tot hen: Waarom zijn jullie bangig? Hebben jullie nog geen geloof?

Mr 13:21 >> Wanneer dan bovendien iemand [in de Eindtijd] tot jullie zegt: Ziet! Hier is de Mashiach. Ziet! Daar is hij, gelooft [het] niet.

Ef 5:4  >>  Ook geen laagheid en dwaas gepraat of schunnige taal, dingen die niet gepast zijn, maar veeleer dankzegging.

 

Daarentegen zal er dan ook een waarlijk godvruchtig Overblijfsel in Israël verschijnen, zoals ook het geval was in de dagen van Jojada >>

Toen sloot Jojada een verbond tussen hemzelf en al het volk en de koning, dat zij het volk van YHWH zouden blijven. 

Daarna ging al het volk naar het huis van Baäl en brak het af; en zijn altaren en zijn beelden braken zij aan stukken, en de Baälspriester Mattan doodden zij vóór de altaren. Voorts stelde Jojada de ambten van het huis van YHWH in de hand van de priesters [en] de levieten, die David in afdelingen over het huis van YHWH had aangesteld om de brandoffers van YHWH te brengen naar hetgeen geschreven staat in de wet van Mozes, met vreugdebetoon en met gezang door de handen van David.

 

Jr 8:5

Waarom is dit volk, Jeruzalem, ontrouw met een bestendige ontrouw? Zij hebben zich vastgeklampt aan bedriegerij; zij hebben geweigerd terug te keren.

3671

Jr 8:6

Ik heb aandacht geschonken en ik bleef luisteren. Het was niet juist, zoals zij bleven spreken. Er was geen mens die berouw had over zijn slechtheid, zodat hij zei: Wat heb ik gedaan? Ieder keert terug tot de populaire weg, gelijk een paard dat zich stort in de strijd.

5716

 

GW 9387 ≈≈ Mr 1:41 >> Door medelijden bewogen strekte hij toen zijn hand uit, raakte hem aan en zei tot hem: Ik wil het. Word rein.

En ook Mr 5:14, waar we in het Markus’ Evangelie het verslag aantreffen over de demonen die zich genoodzaakt zagen in de zwijnen te varen >> De zwijnenhoeders vluchtten echter en berichtten het in de stad en op het land; en de mensen kwamen kijken wat er gebeurd was.

 

Jr 8:7

Zelfs de ooievaar aan de hemel — die kent heel goed zijn bestemde tijden; en de tortelduif en de gierzwaluw en de zanglijster — die nemen heel goed de tijd van hun aankomst in acht. Maar wat mijn volk betreft, zij hebben het recht van YHWH niet leren kennen.

4347

Jr 8:8

Hoe kunnen jullie zeggen: Wij zijn wijs, en de wet van YHWH is bij ons? Waarlijk, ziet, de leugenstift van de secretarissen heeft niets dan leugen voortgebracht.

4616

 

GW 8963 ≈≈ Mt 19:16 sluit ‘naadloos’ aan op deze twee vv omtrent Joodse hoogmoedigen die zich beroemen op hun kennis van de Torah >> En zie! er kwam iemand naar hem toe, die zei: Leraar, wat voor goeds moet ik doen om eeuwig leven te verkrijgen? 

 

Jr 8:9

De wijzen zijn beschaamd geworden. Zij zijn verschrikt geworden en zullen gevangen worden. Ziet! Zij hebben YHWH’s Woord verworpen, en wat voor wijsheid hebben zij dan?

1926

Jr 8:10

Daarom zal ik hun vrouwen aan andere mannen geven, hun velden aan hen die in bezit nemen; want van de geringste tot zelfs de grootste maakt iedereen onrechtvaardige winst; van de profeet tot zelfs de priester handelt ieder bedrieglijk.

5026

 

GW 6952 >> Mt 8:26. In de tocht over het Meer, op weg naar de overkant waar Yeshua de demonen zou uitwerpen, die daarna in de zwijnen zouden varen, horen we hem zeggen >> Maar hij zei tot hen: Waarom zijn jullie bangig, kleingelovigen? Vervolgens stond hij op en bestrafte de winden en de zee, en er ontstond een grote kalmte.

Opvallend dat het parallelle verslag van Markus (4:40) over die tocht al aan de orde was bij de GW 6816 van vers 3!

En ook Jh 4:18 >> Tot de Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron zei Yeshua (met zijn bovennatuurlijke kennis): Want gij hebt vijf mannen gehad, en de [man] die gij nu hebt, is uw man niet. Het is waar wat gij hebt gezegd.

 

Jr 8:11

En zij trachten de breuk van de dochter van mijn volk oppervlakkig te genezen, door te zeggen: Er is vrede! Er is vrede!, terwijl er geen vrede is.

3478

Jr 8:12

Voelden zij zich beschaamd omdat zij zelfs wat verfoeilijk was hadden gedaan? In de eerste plaats konden zij zich volstrekt niet beschaamd voelen. In de tweede plaats wisten zij niet eens wat het betekent zich te schande gemaakt te voelen. Daarom zullen zij vallen onder de vallenden. Ten tijde dat er aandacht aan hen wordt geschonken, zullen zij struikelen, heeft YHWH gezegd.

4291

 

GW 7769 ≈≈ Nm 34:13 >> Mozes gebood dus de zonen van Israël en zei: Dit is het land dat jullie je door het lot als bezit zult toebedelen, juist zoals YHWH geboden heeft het aan de negen en een halve stam te geven.  

Tegenover vers 12 (GW 4291) staat Jr 17:26. Voor de tegenbeeldige wekelijkse sabbat binnen het oude Israël – het Davidische koninkrijk van 1000 jaar - geldt >> En men zal werkelijk komen uit de steden van Juda en uit de omgeving van Jeruzalem en uit het land van Benjamin en uit het laagland en uit het bergland en uit de Negeb [en] volledig brandoffer en slachtoffer en graanoffer en geurige hars brengen en dankoffer brengen naar het huis van YHWH.

 

Jer 8:13

Bij het inzamelen zal ik hen aan hun eind doen komen, luidt het woord van YHWH. Er zullen geen druiven aan de wijnstok zijn en er zullen geen vijgen aan de vijgenboom zijn en het loof zelf zal stellig verwelken. En datgene wat ik hun geef, zal aan hen voorbijgaan.

2901

Jer 8:14

Waarom zitten wij stil? Verzamelt je, en laten wij de versterkte steden binnengaan en daar zwijgen. Want YHWH, onze God, heeft ons zelf tot zwijgen gebracht en hij geeft ons gifwater te drinken, omdat wij tegen YHWH hebben gezondigd. 

3378

Jer 8:15

Er werd gehoopt op vrede, maar niets goeds; op een tijd van genezing, maar ziet! verschrikking!

1969

 

GW 8248 ≈≈ 1Tm 5:25 >> Evenzo zijn ook de goede werken tevoren openbaar en die waarmee het anders gesteld is, kunnen niet verborgen blijven.

 

Jr 8:16

Vanuit Dan is het snuiven van zijn paarden gehoord. Op het geluid van het hinniken van zijn hengsten is het gehele land gaan schudden. En ze komen en verteren het land en dat wat het vult, de stad en haar inwoners.

4349

Jr 8:17

Want ziet, ik zend onder jullie slangen, giftige slangen, die niet te bezweren zijn, en ze zullen jullie stellig bijten, luidt het woord van YHWH.

3268

 

De twee verzen geven profetisch aan welke verschrikkingen vanuit de demonenwereld het ongelovige Joodse volk van de Eindtijd zal ervaren.

Vandaar de noodzakelijke oproep aan de goedwillenden jegens YHWH Elohim en zijn Zoon >>

 

GW 7617 ≈≈ Dt 31:12 >> Roep het volk bijeen, de mannen en de vrouwen en de kleinen en uw inwonende vreemdeling die binnen uw poorten is, opdat zij mogen luisteren en opdat zij mogen leren, daar zij YHWH, jullie God, moeten vrezen en er zorg voor moeten dragen alle woorden van deze wet te volbrengen.

 

Maar ook een vergelijkbaar optreden van YHWH Elohim zoals in 1Sm 17:46 werd voorschaduwd >> Deze dag zal YHWH u [de God tartende reus Goliath] in mijn hand overleveren, en ik zal u stellig neerslaan en uw hoofd van u wegnemen. En op deze dag zal ik stellig de lijken van het legerkamp der Filistijnen aan het gevogelte van de hemel en aan de wilde dieren der aarde geven. En mensen van heel de aarde zullen weten dat er een God bestaat die aan Israël toebehoort.

 

Jr 8:18

Een ongeneeslijke droefheid is in mij opgekomen. Mijn hart is ziek.

856

Jr 8:19

Zie, daar is het geluid van het hulpgeschreeuw van de dochter van mijn volk uit een ver land: Is YHWH niet in Sion? Of is haar koning niet in haar? Waarom hebben zij mij gekrenkt met hun gehouwen beelden, met hun ijdele buitenlandse goden?

3564

Jr 8:20

De oogst is voorbij, de zomer ten einde; maar wat ons betreft, wij zijn niet gered!

1567

 

GW 5987 ≈≈ Mr 12:22 >> En de zeven lieten geen enkel nageslacht na. Het laatst van allen stierf ook de vrouw.  

De bekende kwestie die destijds - in de Eerste eeuw, door de sekte der Sadduceeën - werd opgeworpen om de gedachte aan een opstanding der doden belachelijk te maken. En voorzeker! Ten aanzien van zulk een halsstarrigheid kan men ten aanzien van het Joodse volk een niet te genezen droefheid voelen.

Wanneer de ‘oogst’ van de Eindtijd voorbij zal zijn, zal de ervaring zijn dat de meerderheid redding – in hun ware Mashiach Yeshua – niet ontving!

Zie >> De Opstanding.

 

Jr 8:21

Om de breuk van de dochter van mijn volk ben ik verbrijzeld geworden. Ik ben bedroefd geworden. Volslagen ontzetting heeft mij aangegrepen.

3680

Jr 8:22

Is er geen balsem in Gilead? Of is er geen heelmeester daar? Waarom is dan het herstel van de dochter van mijn volk niet tot stand gekomen?

3027

 

GW 6707 ≈≈ Nh 13:6 >> En al die [tijd] bevond ik mij niet in Jeruzalem, want in het tweeëndertigste jaar van Artaxerxes, de koning van Babylon, kwam ik bij de koning, en enige tijd later vroeg ik de koning verlof.

Met die vermelding wilde Nehemia destijds te kennen geven dat zijn afwezigheid er de oorzaak van was dat er, geheel ten onrechte, door de priester Eljasib een eetzaal was ingericht voor de tegenstander Tobia.

 

 

De GW van vers 22, of er dan helemaal geen genezende balsem in Gilead voorhanden is en er dus ook geen herstel kwam voor de meerderheid der Eindtijdjoden, bedraagt 3027. Ook Js 11:9 heeft die GW. Voor het aanstaande Millenniumrijk van de ware Mashiach geldt >> Men zal generlei kwaad doen, noch enig verderf stichten op heel mijn heilige berg. Want de aarde zal stellig vervuld zijn van de kennis van YHWH, zoals de wateren ook de zee bedekken.

 

Zie Openbaring 20:4-6, waar we profetisch vernemen dat er, wat dat komende Millenniumrijk betreft, schitterende toewijzingen zijn gereserveerd voor de Joodse Eindtijdheiligen; zij die zich in de beslissende 70ste Jaarweek voor Israël vastberaden zullen distantiëren van hun ongelovige landgenoten!

 

 

Jeremia 23

 

Jr 23:1

Wee de herders die de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien, luidt het woord van YHWH.

2093

Jr 23:2

Daarom, dit heeft YHWH, de God van Israël, gezegd tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie zijn het die mijn schapen hebben verstrooid. Jullie bleven ze uiteendrijven en jullie hebben je aandacht niet op hen gericht. Ziet, ik richt mijn aandacht op jullie, wegens de slechtheid van jullie handelingen, luidt het woord van YHWH.

 

Nog drie andere teksten met GW 6921 maken profetisch melding van Joodse personen die in de Eindtijd gelijksoortig laakbaar gedrag zullen vertonen als hun voorvaders in de Eerste eeuw:

1. Mt 23:32) Welnu dan, maakt de maat van jullie voorvaders [die de profeten vermoordden] vol.

2. Mt 28:14) En mocht dit [de leugen over de opstanding; Yeshua’s leerlingen zouden in de nacht zijn lijk uit het graf gestolen hebben] de stadhouder ter ore komen, dan zullen wij [hem] overreden en maken dat jullie onbezorgd kunt zijn.

3. Jh 18:6) Toen hij echter tot hen [de Joden – gestuurd door de Overpriesters en Farizeeën - die Yeshua in het nachtelijk duister gevangen namen met de hulp van soldaten] zei: Ik ben het, weken zij achteruit en vielen op de grond.

 

6921

Jr 23:3

En ikzelf zal het overblijfsel van mijn schapen bijeenbrengen uit al de landen waarheen ik ze verdreven had, en ik wil ze terugbrengen naar hun weidegrond, en ze zullen beslist vruchtbaar zijn en tot velen worden.

 

GW 6120 wordt verderop in dit hfdst aangetroffen in vers 14 >>

En bij de profeten van Jeruzalem heb ik afschuwelijke dingen gezien: Overspel plegen en in de leugen wandelen. Zij hebben de handen der boosdoeners gesterkt, opdat zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid. Zij zijn mij allen geworden als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.

 

Verder nog in Lk 10:8 >> En welke stad jullie ook binnengaan en men ontvangt jullie, eet wat jullie wordt voorgezet.

En in Jk 1:8 >> Hij [die twijfelt en niet werkelijk geloof toont] is een man van tweeërlei gevoelen, onbestendig in al zijn wegen.

6120

 

GW 15134 ≈≈ Rm 8:32 >> Hoe zal hij, die zelfs de eigen Zoon niet spaarde maar hem voor ons allen overgaf, ons ook niet met hem alle dingen goedgunstig schenken? 

 

Jr 23:3

En ikzelf zal het overblijfsel van mijn schapen bijeenbrengen uit al de landen waarheen ik ze verdreven had, en ik wil ze terugbrengen naar hun weidegrond, en ze zullen beslist vruchtbaar zijn en tot velen worden.

 

6120

Jr 23:4

En ik wil over hen herders verwekken die hen werkelijk zullen weiden, en zij zullen niet meer bevreesd zijn, noch zullen zij met enige verschrikking geslagen worden, en er zullen er geen gemist worden, luidt het woord van YHWH.

2517

Jr 23:5

Zie! Er komen dagen, luidt het woord van YHWH, en ik zal aan David een rechtvaardige Spruit verwekken. En een koning zal regeren en met doorzicht handelen en gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land oefenen.

3142

 

GW 11779 ≈≈ Mr 11:29 >> Yeshua zei tot hen: Ik zal jullie één vraag stellen. Antwoordt mij daarop, en ik zal jullie ook zeggen krachtens welke autoriteit ik deze dingen doe.

En Lk 22:25 >> Hij nu zei tot hen: De koningen der natiën heersen over hen, en zij die gezag over hen uitoefenen, worden weldoeners genoemd.

Alsook Hn 15:39 >> Hierover ontstond een scherpe uitbarsting van toorn, zodat zij uit elkaar gingen; en Barnabas nam Markus mee en ging scheep naar Cyprus.

 

Jr 23:4

En ik wil over hen herders verwekken die hen werkelijk zullen weiden, en zij zullen niet meer bevreesd zijn, noch zullen zij met enige verschrikking geslagen worden, en er zullen er geen gemist worden, luidt het woord van YHWH.

2517

Jr 23:5

Zie! Er komen dagen, luidt het woord van YHWH, en ik zal aan David een rechtvaardige Spruit verwekken. En een koning zal regeren en met doorzicht handelen en gerechtigheid en rechtvaardigheid in het land oefenen.

3142

Jr 23:6

In zijn dagen zal Juda gered worden, en Israël zal in zekerheid verblijf houden. En dit is zijn naam waarmee hij genoemd zal worden: YHWH is onze rechtvaardigheid.

 

1Ko 11:9 heeft ook GW 3308 >> Bovendien werd [de] man niet geschapen omwille van de vrouw, maar [de] vrouw omwille van de man.

3308

 

GW 8967 ≈≈ 1Kn 9:19 >> [toont ons dat Salomo’s heerschappij typologisch was voor die van Masjiach Yeshua] En al de voorraadsteden die van Salomo werden en de wagensteden en de steden voor de ruiters en de door Salomo begeerde dingen die hij begeerd had te bouwen in Jeruzalem en op de Libanon en in heel het land van zijn heerschappij.

 

Jr 23:7

Daarom, zie! er komen dagen, luidt het woord van YHWH, en men zal niet meer zeggen: YHWH leeft, die de zonen van Israël uit het land Egypte heeft opgevoerd,

3174

Jr 23:8

maar: YHWH leeft, die het zaad van het Huis van Israël heeft opgevoerd en heeft binnengeleid uit het land van het Noorden en uit al de landen waarheen ik hen verdreven heb, en zij zullen beslist op hun eigen bodem wonen.

 

GW 6459 is ook die van

Mt 17:7 >> Maar Yeshua kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: Staat op en vreest niet.

Hn 4:25 >> En die door middel van heilige geest bij monde van onze voorvader David, uw knecht, hebt gezegd: Waarom zijn natiën in tumult geraakt en hebben volken op ijdele dingen gezonnen?

1Jh 2:26 >> Deze dingen heb ik jullie geschreven betreffende hen die jullie op een dwaalspoor trachten te brengen.

6459

 

GW 9633 ≈≈ 2Ko 6:7 >> [Eén van de bewijzen dat men een ware christelijke bedienaar is] in woord der waarheid, in kracht Gods, door de wapens van de rechtvaardigheid ter rechter- en ter linkerzijde.

 

Dit Schriftdeel bevestigt Mozes’ profetie mbt de terugkeer uit de Diaspora van het volk Israël naar hun homeland volgens Dt 30:1-4. Zie de studie De Staat Israël in gevaar? (Inleiding).

En dat de passage in gematriaverband staat met de Twee Korinthe Brief behoeft ons niet te bevreemden, aangezien uit Hoofdstuk 3 van dat Bijbelboek kan worden geconcludeerd dat beide Gemeenten van het Israël Gods steunen op de kracht van het Nieuwe Verbond.

 

Jr 23:9

Wat de profeten betreft, mijn hart is in mijn binnenste gebroken. Al mijn beenderen zijn gaan sidderen. Ik ben geworden als een dronken man en als een fysiek sterke man die door de wijn overmeesterd is, wegens YHWH en wegens zijn heilige woorden. 

4890

Jr 23:10

Want van overspelers is het land vol geworden. Want wegens de vloek is het land gaan treuren, de weidegronden van de wildernis zijn verdroogd; en hun handelwijze blijkt slecht te zijn, en hun machtsbetoon is niet juist.

 

Zie GW 4454 met verwijzingen naar tal van belangrijke Schriftdelen.

4454

Jr 23:11

Want het zijn zowel de profeet als de priester die bezoedeld zijn geworden. Ook in mijn eigen Huis heb ik hun slechtheid gevonden; luidt het woord van YHWH. 

2233

 

GW 11577 ≈≈ Lk 4:25 >> Doch ik zeg jullie naar waarheid: Er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israël, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood kwam over heel het land.

De bekende 3½ jaar binnen de 70ste Jaarweek.

 

Jr 23:10

Want van overspelers is het land vol geworden. Want wegens de vloek is het land gaan treuren, de weidegronden van de wildernis zijn verdroogd; en hun handelwijze blijkt slecht te zijn, en hun machtsbetoon is niet juist.

4454

Jr 23:11

Want het zijn zowel de profeet als de priester die bezoedeld zijn geworden. Ook in mijn eigen Huis heb ik hun slechtheid gevonden; luidt het woord van YHWH. 

2233

Jr 23:12

Daarom zal hun weg voor hen worden gelijk glibberige plaatsen in het donker; zij zullen daarop geduwd worden en stellig vallen.

 

Zowel het positieve 1Sm 4:5 >> Nu geschiedde het dat zodra de ark van YHWHs verbond de legerplaats binnenkwam, alle Israëlieten een luid gejuich aanhieven, zodat de aarde dreunde.

als het negatieve Sp 30:14 >> Er is een geslacht welks tanden zwaarden en welks kaken slachtmessen zijn, om de ellendigen weg te eten van de aarde en de armen van onder de mensheid.

hebben eveneens GW 3453.

3453

 

GW 10140 ≈≈ Hn 13:38 >> Laat het jullie daarom bekend zijn, broeders, dat door hem vergeving van zonden aan jullie wordt verkondigd.

Precies die boodschap moeten de Joden van de Eindtijd alsnog vernemen. 

 

Jr 23:13

En bij de profeten van Samaria heb ik gezien wat onbetamelijk is. Zij zijn opgetreden als profeten door Baäl, en zij laten mijn volk, ja Israël, voortdurend ronddolen.

3936

Jr 23:14

En bij de profeten van Jeruzalem heb ik afschuwelijke dingen gezien: Overspel plegen en in de leugen wandelen. En zij hebben de handen der boosdoeners gesterkt, opdat zij niet zouden terugkeren, een ieder van zijn eigen slechtheid. Zij zijn mij allen geworden als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.  

6120

Jr 23:15

Daarom, dit heeft YHWH der legerscharen tegen de profeten gezegd: Zie, ik doe hen alsem eten en ik wil hun gifwater te drinken geven. Want van de profeten van Jeruzalem is afvalligheid uitgegaan over het gehele land.

 

In Openbaring 8:10-11 wordt deze profetische aankondiging in verband gebracht  met de derde engel die op de trompet blies, waarop een grote ster brandend als een lamp uit de hemel viel, en terecht kwam op het derde deel der rivieren en op waterbronnen; en de naam van de ster wordt Alsem genoemd; en het derde deel van de wateren werd tot alsem, en velen der mensen stierven wegens de wateren, omdat ze bitter werden.

 

5084

 

GW 15140 ≈≈ Treffend in overeenstemming met Hn 5:9 >> Daarom [zei] Petrus tot haar: Waarom zijn jullie [Ananias en Saffira] overeengekomen de geest van de Heer op de proef te stellen? Zie! De voeten van hen die je man hebben begraven, zijn aan de deur, en zij zullen jou uitdragen.

 

Jr 23:15

Daarom, dit heeft YHWH der legerscharen tegen de profeten gezegd: Zie, ik doe hen alsem eten en ik wil hun gifwater te drinken geven. Want van de profeten van Jeruzalem is afvalligheid uitgegaan over het gehele land.

5084

Jr 23:16

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Luistert niet naar de woorden van de profeten die tot jullie profeteren. Zij maken dat jullie tot ijdelheid worden. Het visioen van hun eigen hart spreken zij — niet uit de mond van YHWH.   

3450

 

GW 8534 ≈≈ Jh 21:22 >> Yeshua zei tot hem: Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat jou dat aan? Blijft gij mij volgen.

En Hn 10:31 >> En [hij; YHWH’s engel] zei: Cornelius, je gebed is verhoord en je gaven van barmhartigheid zijn voor het aangezicht van God in gedachtenis gekomen.

 

Jr 23:16

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Luistert niet naar de woorden van de profeten die tot jullie profeteren. Zij maken dat jullie tot ijdelheid worden. Het visioen van hun eigen hart spreken zij — niet uit de mond van YHWH.  

3450

Jr 23:17

Zij zeggen steeds tot degenen die mij met minachting bejegenen: YHWH heeft gesproken: Vrede zullen jullie krijgen. En [tot] een ieder die wandelt in de verstoktheid van zijn hart hebben zij gezegd: Geen rampspoed zal jullie overkomen.

 

Zie 3876 voor overeenkomende gedachten.

3876

 

GW 7326 ≈≈ Jh 14:5 >> Thomas zei tot hem: Heer, wij weten niet waarheen gij gaat. Hoe weten wij dan de weg?