Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Zacharia 12

Zacharia 1-5-8-12-14

 

Hoofdstuk

1, 5, 8, 12, en 14

 

Zacharia 1

 

 

Zc 1:7

Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, dat is de maand Sjebat, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van YHWH tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, dat luidde: 

6633

Zc 1:8

Ik zag [in] de nacht, en zie! Een man rijdend op een rood paard, en hij stond stil tussen de mirtebomen die in de diepte waren; en achter hem waren rode, helrode en witte paarden.  

3847

Zc 1:9

Ik dan zei: Wie zijn dit, mijn heer? Daarop zei de engel die met mij sprak, tot mij: Ikzelf zal je tonen wie dit wel zijn.  

1424

Zc 1:10

Toen antwoordde de man die stilstond tussen de mirtebomen en zei: Dit zijn degenen die YHWH heeft uitgezonden om de aarde te doorkruisen.

2698

 

GW 14602; komt overeen met Hb 11:4 >> In geloof droeg Abel aan God een slachtoffer van meer waarde op dan Kaïn, waardoor hij getuigenis ontving dat hij rechtvaardig was, daar God aangaande zijn gaven getuigenis aflegde; en daardoor spreekt hij nog, nadat hij stierf.

en 2Pt 3:13 >> Wij evenwel verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarin rechtvaardigheid woont.   

 

De nieuwe hemelen en de nieuwe aarde zijn in dit stadium heel dichtbij gekomen!

Maar voordat die geheel nieuwe orde der dingen een aanvang kan nemen zal eerst de profetie van Zacharia vervuld worden.

 

 

Zc 1:11

Daarop antwoordden zij de engel van YHWH die tussen de mirtebomen stond, en zeiden: Wij hebben de aarde doorkruist, en zie! De hele aarde is in stilheid gezeten en geniet rust. 

3976

Zc 1:12

De engel van YHWH dan antwoordde en zei: YHWH der legerscharen, hoe lang zult gijzelf geen barmhartigheid betonen aan Jeruzalem en aan de steden van Juda, die gij deze zeventig jaar openlijk hebt veroordeeld?  

6160

Zc 1:13

En YHWH antwoordde vervolgens de engel die met mij sprak, met goede woorden, vertroostende woorden;   

1609

Zc 1:14

en de engel die met mij sprak, zei daarop tot mij: Roep uit en zeg: Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Ik ben ten opzichte van Jeruzalem en ten opzichte van Sion jaloers geweest met grote jaloezie.  

3553

Zc 1:15

Met grote verontwaardiging ben ik verontwaardigd op de natiën die onbezorgd zijn; want ik, van mijn kant, was slechts in geringe mate verontwaardigd, maar zij, van hun kant, hielpen mee aan de rampspoed.

3275

 

GW 18573 ≈≈ Ef 1:18 >> Doordat de ogen van jullie hart verlicht zijn. Opdat jullie weten wat de hoop van zijn roeping, wat de rijkdom van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen is.

 

Zacharia 5

 

 

Zc 5:1

Toen sloeg ik wederom mijn ogen op en zag; en zie! een vliegende boekrol.

1275

 

Zc 5:2

Hij dan zei tot mij: Wat ziet gij? Daarop zei ik: Ik zie een vliegende boekrol, waarvan de lengte twintig el is en de breedte tien el.  

3435

Zc 5:3

Toen zei hij tot mij: Dit is de vloek die uitgaat over de oppervlakte van heel de aarde, want iedereen die steelt, overeenkomstig dat [wat] op de ene zijde [staat], is vrij van straf gebleven; en iedereen die een gezworen eed doet, overeenkomstig dat [wat] op de andere zijde [staat], is vrij van straf gebleven.     

3024

Zc 5:4

Ik heb hem doen uitgaan, spreekt YHWH der legerscharen, en hij moet het huis van de dief binnengaan, en het huis van degene die in mijn naam valselijk een gezworen eed doet; en hij moet in het midden van diens huis overnachten en het vernietigen, met zijn balken en zijn stenen.

5966

 

GW 12425 ≈≈ Jh 7:8 >> Gaan jullie maar op naar het feest; ik ga nog niet op naar dit feest, omdat mijn bestemde tijd nog niet volledig is gekomen.

 

Zc 5:5

Toen trad de engel die met mij sprak naar voren en zei tot mij: Sla je ogen op en zie wat het is dat daar te voorschijn komt.         

2418

 

Zc 5:6

Ik dan zei: Wat is het? Daarop zei hij: Dit is de efa-maat die te voorschijn komt. En hij vervolgde: Dit is hun aanblik op heel de aarde.   

2769

Zc 5:7

En zie! Het ronde loden deksel werd opgelicht; en ziedaar, een zekere vrouw zat midden in de efa.

4183

 

GW 6952 ≈≈ Mt 8:26 >> Maar hij zei tot hen: Waarom zijn jullie wankelmoedig, kleingelovigen?

Vervolgens stond hij op en bestrafte de winden en de zee, en er ontstond een grote kalmte.

 

En Jh 4:18 >> Want je hebt vijf mannen gehad, en de [man] die je nu hebt, is je man niet. Het is waar wat je hebt gezegd.

 

 

Zc 5:8

Hij dan zei: Dit is Goddeloosheid. En vervolgens wierp hij haar midden in de efa [terug], waarna hij het loden gewicht op de opening ervan wierp.  

4276

Zc 5:9

Toen sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, daar kwamen twee vrouwen te voorschijn, en wind was er in hun vleugels. En zij hadden vleugels als de vleugels van de ooievaar. En geleidelijk hieven zij de efa op tussen de aarde en de hemel. 

5465

 

GW 9741 ≈≈ Mt 25:29 >> Want aan een ieder die heeft, zal meer worden gegeven en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, hem zal zelfs wat hij heeft, nog ontnomen worden.

 

Ook Jh 17:15 >> Ik verzoek u niet, hen uit de wereld te nemen, maar over hen te waken vanwege de goddeloze.

 

En eveneens 1Ko 15:19 >> Indien wij alleen in dit leven onze hoop op Messias gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardigen van alle mensen.

 

Zacharia 8

 

Zc 8:1

En het woord van YHWH der legerscharen bleef komen, en luidde:         

1033

Zc 8:2

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Ik wil jaloers zijn ten opzichte van Sion met grote jaloezie, en met grote woede wil ik jaloers zijn ten opzichte van haar.

2445

Zc 8:3

Dit heeft YHWH gezegd: Ik wil naar Sion terugkeren en in het midden van Jeruzalem verblijven; en Jeruzalem zal stellig de stad van waarachtigheid worden genoemd, en de berg van YHWH der legerscharen, de heilige berg.   

6015

Zc 8:4

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen op de openbare pleinen van Jeruzalem zitten, een ieder ook met zijn staf in zijn hand wegens de overvloed van dagen.

4710

 

GW 14203 ≈≈ 1Pt 2:11 >> Geliefden, ik verzoek jullie als bijwoners en vreemdelingen je te onthouden van de vleselijke begeerten die strijd voeren tegen de ziel.

 

Verblijvend in de diaspora moeten Joodse mensen die de Mashiach (Yeshua) belijden voor de Heidenen zeker geen struikelblok opwerpen. Integendeel, zij dragen de grote verantwoordelijkheid om als de koninklijke priesterschap op aarde tot zegen te worden voor hun Heidense medebewoners.
In het tijdperk van het Millennium moet die taak tot volle ontplooiing komen, maar ze moet al starten in de Eindtijd, wanneer de wereld der mensheid op de drempel van dat nieuwe tijdperk komt te staan.

 

Zc 8:4

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen op de openbare pleinen van Jeruzalem zitten, een ieder ook met zijn staf in zijn hand wegens de overvloed van dagen.

4710

Zc 8:5

En de openbare pleinen van de stad zelf zullen gevuld zijn met jongens en meisjes die spelen op haar openbare pleinen.

2669

Zc 8:6

Dit heeft YHWH der legerscharen gezegd: Zou het, hoewel het te moeilijk zou schijnen in de ogen van de overgeblevenen van dit volk in die dagen, ook te moeilijk schijnen in mijn ogen?, is de uitspraak van YHWH der legerscharen.

 

Voor YHWH Elohim is de zaak noch wonderbaar noch te moeilijk. Hij weet precies hoe zijn voornemen in elkaar steekt en ook hoe hij het gaat verwezenlijken, ook al is dat tegen ieders verwachting in.

Denk maar aan Yeshua’s uitspraak in Lk 18:27 >>

De dingen die bij mensen onmogelijk zijn, zijn mogelijk bij God.

 

3201

 

GW 10580 ≈≈ 1Ko 14:34 >> Zoals in alle gemeenten der heiligen [34] moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen, want het is hun niet toegestaan te spreken, maar zij moeten onderdanig zijn, zoals ook de Wet zegt.

  

 

Zacharia 12

 

Zc 12:1

Een formele uitspraak: Het woord van YHWH betreffende Israël, luidt het woord van YHWH, die [de] hemel uitspant en [de] aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt. 

 

Zie ook Ez 21:5 met de GW 3031 >> [in context]:

En het woord van YHWH kwam verder tot mij, en luidde: Mensenzoon, richt je aangezicht naar Jeruzalem en laat [woorden] druppelen tegen de [vermeende] heilige plaatsen, en profeteer tegen Israëls bodem. En jij moet zeggen tot Israëls bodem: Dit heeft YHWH gezegd:  Zie, ik ben tegen je, en ik wil mijn zwaard uit zijn schede trekken en rechtvaardige en goddeloze uit jou afsnijden. Opdat ik inderdaad rechtvaardige en goddeloze uit jou moge afsnijden, daarom zal mijn zwaard uit zijn schede te voorschijn komen tegen alle vlees van Zuid tot Noord. [5] En alle vlees zal moeten weten dat ikzelf, YHWH, mijn zwaard uit zijn schede heb getrokken. Het zal niet meer teruggaan.

 

3031

Zc 12:2

Zie, ik maak Jeruzalem tot een schaal die alle volken rondom [doet] waggelen; en ook tegen Juda zal hij komen bij de belegering, tegen Jeruzalem.

 

Zf 2:8 heeft ook GW 3460. Lees in context >>

Ik heb de smaad van Moab en de beschimpende woorden van de zonen van Ammon gehoord, waarmee zij mijn volk hebben gesmaad en een groot air tegen hun gebied bleven aannemen. 

Daarom, zo waar ik leef, luidt het woord van YHWH der legerscharen, de God van Israël, Moab zelf zal net als Sodom worden, en de zonen van Ammon als Gomorra, een domein van netels, en een zoutput, en een verlaten woestenij, ja, tot onbepaalde tijd. De overgeblevenen van mijn volk zullen hen uitplunderen, en het overblijfsel van mijn eigen natie zal hen in bezit nemen.

 

3460

Zc 12:3

En het moet geschieden op die dag [dat] ik Jeruzalem tot een zwaar te torsen steen voor alle volken zal maken. Allen die hem opheffen, zullen zonder mankeren zelf ernstige schrammen oplopen; en tegen haar zullen stellig alle Goyim der aarde vergaderd worden.

3920

 

GW 7681 ≈≈ 1Kn 8:30 >> [Salomo in gebed tot YHWH bij de inwijding van de Eerste tempel] >> En gij moet luisteren naar het verzoek om gunst van de zijde van uw knecht en van uw volk Israël, waarmee zij in de richting van deze plaats bidden; en moogt gij, van uw zijde, horen in de plaats uwer woning, in de hemel, en gij moet horen en vergeven.

 

En Jh 10:36 >> Tot de Joden die Yeshua van laster beschuldigden en beweerden dat hij zichzelf tot een god maakte, zei hij >>  Zeggen jullie dan tot mij, die door de Vader geheiligd en in de wereld gezonden werd: Je lastert, omdat ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon. 

 

 

Zc 12:4

Op die dag, luidt het woord van YHWH, zal ik elk paard met verbijstering slaan en zijn berijder met waanzin; en over het Huis van Juda zal ik mijn ogen opendoen, en elk paard van de volken zal ik met gezichtsverlies slaan.

3547

Zc 12:5

En de stamhoofden van Juda zullen in hun hart moeten zeggen: De inwoners van Jeruzalem zijn mij een sterkte door YHWH der legerscharen, hun God.

2180

 

GW 5727 ≈≈ Ez 12:16 >> En ik wil van hen weinige mannen overlaten van het zwaard, van de hongersnood en van de pestilentie, opdat zij al hun verfoeilijkheden mogen verhalen onder de Goyim waar zij moeten komen; en zij zullen moeten weten dat ik YHWH ben.

 

En Lk 2:32 >> Vrees niet, kleine kudde, want het heeft jullie Vader behaagd jullie het koninkrijk te geven.

 

 

Zacharia 14

 

Zc 14:19

Dit zal de straf zijn van Egypte en de straf van alle Goyim die niet opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.

3756

 

De GW 3756 leidt tot 6022 AM.

Immers, 2266 AM + 3756 = 6022 AM, waarbij 2266 AM het vertrekpunt is voor het tellen der jaren van Israëls geschiedenis. Waarom?

Omdat toen Jakob de rivier Jabbok overstak en een mysterieuze 'man' met hem ging worstelen. Diezelfde ‘persoon’ deelde Jakob toen mee dat zijn naam voortaan Israël zou worden genoemd (Gn 32:24-30).

 

Om die reden kunnen we het jaar 2266 AM aanmerken als een oorspronkelijk vertrekpunt voor het tellen der jaren van Israëls geschiedenis.

 

Welnu, 6022 AM komt overeen met 2019/2020 AD, en tijdens het Loofhuttenfeest van 2019 nodig premier Netanyahu USA buitenlandminister, Pompeo, uit om in zijn sukkah een kijkje te nemen.

Zie >> Secretary of State visits Netanyahu’s Sukkah

 

 

En hoe ziet hun straf eruit? Antwoord: Geen regen >> De plaag waarmee YHWH de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.