Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Kanaän

Kanaän

 

Gn 9:20

Nu begon Noach als landman en ging een wijngaard planten.  

833

Gn 9:21

Voorts dronk hij van de wijn en raakte bedwelmd, waarop hij zich midden in zijn tent ontblootte. 

2335

Gn 9:22

Later zag Cham, de vader van Kanaän [eerste vermelding van Kanaän], de naaktheid van zijn vader en ging het aan zijn twee broers buiten vertellen.

2108

 

GW 5276 ≈≈ o.a. Ez 23:8 >> Ook gaf zij [eenmaal in het land Kanaän] haar hoererijen met de Egyptenaren niet op. Zij hadden immers in haar jeugd met haar geslapen, zij hadden haar maagdelijke tepels betast en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.

 

Mc 5:8 >> En de overgeblevenen van Jakob moeten onder de natiën, te midden van vele volken, als een leeuw onder de dieren van een woud worden, als een manen dragende jonge leeuw onder schaapskudden, die, wanneer hij werkelijk doortrekt, stellig zowel vertrapt als verscheurt; en er is geen bevrijder. 

 

Mt 15:10 >> Daarop riep hij de menigte bij zich en zei tot hen: Luistert en begrijpt de betekenis ervan: [11] Niet wat de mond ingaat, verontreinigt de mens, maar wat de mond uitgaat, dat verontreinigt de mens.

 

Gn 9:22

Later zag Cham, de vader van Kanaän [eerste vermelding van Kanaän], de naaktheid van zijn vader en ging het aan zijn twee broers buiten vertellen.

2108

Gn 9:23

Sem en Jafeth namen toen een mantel en legden die over hun beider schouders en liepen achterwaarts naar binnen. Aldus bedekten zij de naaktheid van hun vader, terwijl hun gezicht afgewend was, en zij zagen de naaktheid van hun vader niet.

6794

 

GW 8902 ≈≈ Hn 28:20 >> Waarlijk, om die reden heb ik dringend verzocht jullie te mogen zien en toe te spreken, want wegens de hoop van Israël ben ik in deze keten gesloten.

 

Rm 11:21 >> Want indien God de natuurlijke takken niet spaarde, zal hij wellicht ook jou niet sparen.

 

1Ko 4:14 >> Niet om jullie beschaamd te maken schrijf ik deze dingen, maar [om jullie] als mijn geliefde kinderen ernstig te vermanen.

 

en Lk 7:15 >> En de dode ging overeind zitten en begon te spreken, en hij gaf hem aan zijn moeder.

 

 

Gn 9:24

Ten slotte ontwaakte Noach uit zijn wijn en hij vernam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan. 

2015

Gn 9:25

Hierop zei hij: Vervloekt zij Kanaän. Hij worde de minste slaaf van zijn broeders.  

1141

Gn 9:26

En hij voegde eraan toe: Gezegend zij YHWH, Sems God, en Kanaän worde hem tot slaaf.   

1270

Gn 9:27

Moge God overvloedig ruimte schenken aan Jafeth, en moge hij verblijven in de tenten van Sem. Kanaän worde ook hem tot slaaf.

2243

Gn 9:28

En Noach leefde na de geweldige vloed nog driehonderd vijftig jaar.  

2575

Gn 9:29

Zo bedroegen al de dagen van Noach negenhonderd vijftig jaar en hij stierf.

2992

 

GW 12236 ≈≈ Hn 26:7 >> Terwijl toch onze twaalf stammen hopen tot de vervulling van deze belofte te komen door nacht en dag op intensieve wijze heilige dienst voor hem te verrichten. Betreffende deze hoop, o koning, word ik door Joden beschuldigd.

 

 

Gn 10:9

Hij [Nimrod, de kleinzoon van Cham via Kusch, de broer van Kanaän] deed zich kennen als een geweldig jager gekant tegen YHWH. Daarom zegt men wel: Zoals Nimrod, een geweldig jager gekant tegen YHWH.

1783

Gn 10:10

En het begin van zijn koninkrijk werd Babel en Erech en Akkad en Kalne, in het land Sinear.

3184

Gn 10:11

Van dat land trok hij naar Assyrië en ondernam de bouw van Ninevé en Rehoboth-Ir en Kalah     

3363

Gn 10:12

en Resen tussen Ninevé en Kalah; dit is de grote stad.

1370

 

GW 9700 ≈≈ Lk 3:3 >> En hij [Johannes, de eerste ‘Elia’] kwam in de gehele omtrek van de Jordaan, verkondigend een doop van berouw, tot vergeving van zonden.

 

Gn 10:15

En Kanaän werd de vader van Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth 

1838

Gn 10:16

en de Jebusiet en de Amoriet en de Girgasiet  

2091

Gn 10:17

en de Heviet en de Arkiet en de Siniet 

1770

Gn 10:18

en de Arvadiet en de Zemariet en de Hamathiet; en later werden de families van de Kanaäniet verstrooid.

3735

 

GW 9434 ≈≈ Jh 1:12 >> Doch aan zovelen die hem [wél] ontvingen, aan hen gaf hij macht Gods kinderen te worden; zij die geloof oefenen in zijn naam.