Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Joel en de Eindtijd

Joël en de Eindtijd

 

Attentie: In deze studie wordt vooral volgens het gematriabeginsel geredeneerd. 

 

Jl 2:1

Blaast een hoorn in Sion, en heft een strijdkreet aan op mijn heilige berg. Laten alle bewoners van het land in beroering komen; want de Dag van YHWH komt, want hij is nabij! 

3585

Jl 2:2

Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke donkerheid, gelijk licht van de dageraad uitgespreid over de bergen. Er is een talrijk en machtig volk; zijns gelijke is niet tot bestaan gebracht sedert het onbepaalde verleden, en na hen zal er geen meer zijn tot de jaren van geslacht op geslacht.

4801

Jl 2:3

Vóór hen heeft een vuur verslonden, en achter hen verteert een vlam. Gelijk de tuin van Eden is het land vóór hen; maar achter hen is een verlaten wildernis, en er is ook gebleken dat niets ervan ontkomt.

3451

 

Het tafereel verplaatst ons profetisch naar de Tweede helft van de aanstaande 70ste Jaarweek voor Israël.

In de studie De rol der demonen in de Eindtijd, met name in de delen De Vloed en de gevangenis (1Pt 3) en Joël en de Sprinkhanen, wordt toegelicht dat de profeet doelt op een ongekende demonenactiviteit in de Eindtijd.

 

Totaal GW 11837Mt 5:32 >> Ik zeg jullie echter dat een ieder die zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve wegens hoererij, haar aan overspel blootstelt, en al wie een gescheiden vrouw trouwt, pleegt overspel.

Yeshua’s vermaning is onderdeel van zijn welbekende ‘Bergrede’, voor de Joden een geestelijke- en morele gids om zich in de Eindtijd aan te spiegelen.

 

Ook Hb 10:33 >> [Maar herinnert je de vroegere dagen, waarin jullie, ná verlicht te zijn, veel strijd onder lijden verduurden] enerzijds doordat jullie zelf door smaadheden en verdrukkingen tot een schouwspel werden gemaakt, anderzijds doordat jullie deelgenoten werden van hen die het aldus verging.

 

Zie de toelichting op deze passage in Niet terugdeinzen bij de Antichrist.

 

Jl 2:4

Hun aanblik is als de aanblik van paarden, en als rijpaarden, zo blijven zij rennen.

1782

Jl 2:5

Als met het geluid van wagens op de toppen der bergen blijven zij voorthuppelen, als met het geluid van een vlammend vuur dat stoppels verslindt. Het is als een machtig volk, in slagorde geschaard.

3770

Jl 2:6

Wegens hen zullen volken van pijn ineenkrimpen. Wat alle gezichten betreft, ze zullen een gloed krijgen.

1325

 

Totaal GW 6877 ≈ 2Sm 23:16 >> Hierop drongen de drie sterke mannen de legerplaats van de Filistijnen binnen en putten water uit de regenbak van Bethlehem, die bij de poort is, en zij namen het vervolgens mee en brachten het bij David. Doch hij wilde het niet drinken, maar goot het uit voor YHWH.

 

en Mt 26:19 >> En de leerlingen deden zoals Yeshua hun had bevolen en maakten alles voor het Pascha gereed.

 

Door ook vers 7 in het voorgaande te betrekken:

Jl 2:7

Als sterke mannen rennen zij. Als krijgslieden beklimmen zij een muur. En zij gaan ieder hun eigen wegen en zij veranderen hun paden niet.

2830

verkrijgen we:

GW 6877 + 2830 = 9707Mt 4:16 >> (een citaat uit de profetie van Jesaja ): Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien, en over hen die in een landstreek van de schaduw des doods zaten, is licht opgegaan.

 

 

En ook Hn 22:17 >> Maar mij geschiedde - toen ik naar Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aan het bidden was – dat ik in geestvervoering geraakte (in vers 18 vervolgend >> en hem zag: Yeshua in bovennatuurlijke verschijning). Kennelijk mogen we daaruit concluderen dat de  sterke mannen; de krijgslieden; eveneens tot het bovennatuurlijke behoren, zoals we hierboven al vaststelden. Zie ook:

De onreine geesten.

 

Maar ook vers 8 kunnen we in onze beschouwing betrekken, t.w.:

Jl 2:8

En zij verdringen elkaar niet. Als een fysiek sterke man op zijn baan blijven zij gaan; en mochten sommigen zelfs onder de werpsperen vallen, de [anderen] verbreken de baan niet.

2170

Zodat we voorts verkrijgen

GW 9707 + 2170 = 11877Mr 3:31 >> Nu kwamen zijn moeder en zijn broers, en terwijl zij buiten bleven staan, stuurden zij iemand naar binnen om hem te roepen [het voorafgaande vers (30) vertelt ons dat Yeshua door zijn religieuze opponenten aldus werd beschuldigd: Hij heeft een onreine geest].

 

En ook Rm 5:11 >> Dat niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heer Yeshua Masjiach, door wie wij nu de verzoening ontvingen.

Dat was in de Eerste eeuw, te beginnen met de (hemelse) christelijke Gemeente. In de 70ste Jaarweek, op grond van het Nieuwe Verbond dat met Israël zal worden gesloten, breekt ook de (hoogste) tijd voor het Joodse volk aan om met YHWH, hun Elohim, verzoend te raken!

 

Maar nogmaals kunnen we een vers verder (vers 9) in onze uiteenzetting betrekken; t.w.:

Jl 2:9

De stad stormen zij binnen. Op de muur rennen zij. Op de huizen klimmen zij. Door de vensters gaan zij naar binnen als de dief. 

2004

Wat weer het volgende oplevert

GW 11877 + 2004 = 13881Jh 3:36 >> Hij die geloof oefent in de Zoon, heeft eeuwig leven; hij die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de gramschap Gods blijft op hem.

Hier komen we aan bij het centrale punt wat betreft de wijze waarop YHWH Elohim zijn eeuwig voornemen verwerkelijkt! Alle toekomst van de mensheid heeft hij ‘opgehangen’ aan zijn Enige, zijn geliefde Zoon!

 

Maar ook Rm 4:19 is aan de orde >> En terwijl hij [de aartsvader Abraham] niet verzwakte in het geloof, beschouwde hij zijn eigen lichaam dat reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en de dode staat van Sara’s moederschoot.

Bij verdere bestudering van de Romeinenbrief blijkt dat de apostel Paulus uitweidde over het stormachtige leven van de patriarch Abraham teneinde toch vooral maar het feit te beklemtonen dat rechtvaardigheid bij God nooit kan worden verkregen op grond van eigen ‘godvruchtige’ werken, maar ten alle tijden slechts op basis van waar geloof. Als het van werken moest afhangen zou er voor de Adamitische mens - met al zijn gebreken en zwakheden - hij die tekortkomt aan de heerlijkheid Gods, maar bitter weinig perspectief zijn. Vandaar het voorbeeld Abraham: Daarom ook werd het hem tot rechtvaardigheid gerekend. Voor uitgebreid commentaar zie Romeinen 4.

 

Jl 2:10

Voor hen uit siddert [de] aarde, schudt [de] hemel. De zon en de maan worden verduisterd en de sterren trekken hun glans in.

3171

Jl 2:11

En YHWH zal voor zijn krijgsmacht uit zijn stem verheffen, want zijn kamp is zeer talrijk. Want machtig is hij die zijn woord ten uitvoer brengt. Want groot is de dag van YHWH en zeer geducht, en wie kan zich daaronder staande houden?

2752

 

Totaal GW 5923 ≈ Pr 9:12 >> Want de mens weet ook zijn tijd niet. Net als vissen die worden gevangen in een boos net, en als vogels die worden gevangen in een klapnet, zo worden ook de mensenzonen verstrikt op een rampspoedige tijd, wanneer die hen plotseling overvalt. 

 

Jl 2:12

Maar zelfs nu nog, spreekt YHWH, keert van ganser harte tot mij terug en met vasten en met geween en met rouwklacht.

1555

Jl 2:13

Scheurt jullie hart en niet jullie kleren; en keert terug tot YHWH, jullie God, want hij is genadig en barmhartig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid, en hij zal stellig spijt voelen over het onheil.

2607

J 2:14

Wie weet of hij zal terugkeren en spijt voelen en een zegen achter zich zal laten overblijven, een graanoffer en een plengoffer voor YHWH, jullie God?

1937

 

GW 6099Nm 14:14 >> En zij zullen het stellig aan de bewoners van dit land vertellen. Zij hebben gehoord dat gij, YHWH, te midden van dit volk zijt, dat gij van aangezicht tot aangezicht zijt verschenen. Gij zijt YHWH, en uw wolk staat boven hen, en gij gaat voor hen uit, overdag in de wolkkolom en ’s nachts in de vuurzuil.  

 

en Mt 17:16 >> En ik [de vader van de jongen met vallende ziekte, veroorzaakt door een demon] heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.

 

Jl 2:15

Blaast een hoorn in Sion. Heiligt een vastentijd. Roept een plechtige vergadering bijeen.

2538

Jl 2:16

Vergadert [het] volk. Heiligt een vergadering. Brengt [de] oudsten bijeen. Vergadert kinderen en degenen die de borsten zuigen. Laat [de] bruidegom uitgaan uit zijn binnenkamer en [de] bruid uit haar bruidsvertrek.

3481

 

GW 6019 ≈ Dn 3:28 >>  Nebukadnezar hief aan en zei: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego! Hij heeft zijn engel gezonden en zijn dienaren bevrijd, die zich op hem verlieten, het bevel van de koning overtraden, en hun lichamen prijsgaven, omdat zij geen enkele god wilden vereren of aanbidden dan alleen hun God.

 

Aangevuld met vers 17 >>

Jl 2:17

Dat tussen de voorhal en het altaar de priesters, de dienaren van YHWH, wenen en zeggen: Gevoel toch deernis, YHWH, met uw volk, en maak uw erfdeel niet tot een smaad, zodat Heidenvolken over hen heersen. Waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God?

4799

 

GW 6019 + 4799 = 10818 >> Gl 3:13 >> De Messias kocht ons los van de vloek der Wet doordat hij voor ons een vloek werd, want er staat geschreven: Vervloekt een ieder die aan een hout hangt.

 

YHWH Elohim zal zeker deernis ten opzichte van zijn volk tot uitdrukking brengen wanneer zij, van hun kant, erkennen dat hun ware Masjiach Yeshua voor hen een vloek werd! Maar dan ook, voor het eerst, moet hun religieuze elite de positie van Gods Zoon erkennen!

 

Jl 2:20

En de Noorderling zal ik ver van jullie verwijderen, en ik zal hem werkelijk verdrijven naar een waterloos land en een verlaten woestenij, met zijn gezicht naar de Oostelijke zee en zijn achtergedeelte naar de Westelijke zee. En de stank van hem zal stellig opstijgen en de kwalijk riekende geur van hem zal blijven opstijgen; want Hij zal werkelijk iets groots verrichten in hetgeen hij doet.

6152

Jl 2:21

Wees niet bevreesd, o grond. Wees blij en verheug u; want YHWH zal werkelijk iets groots verrichten in hetgeen hij doet.

2033

Jl 2:22

Weest niet bevreesd, jullie dieren van het open veld, want de weidegronden der wildernis zullen stellig groen worden. Want de boom zal werkelijk zijn vrucht geven. De vijgenboom en de wijnstok moeten hun vitale kracht geven.

4485

 

GW 12670Hn 4:31 >> En na het opzenden van hun smekingen schudde de plaats waar zij vergaderd waren, en zij werden allen zonder uitzondering met de heilige geest vervuld en spraken het woord van God met vrijmoedigheid.   

En precies dát zal ook het Overblijfsel van de Eindtijd nodig hebben, maar ook zeker ervaren!

Vergelijk Jl 2:29-32 hieronder.

 

Wat de identiteit van de Noorderling van vers 20 betreft, verwijzen we nogmaals naar de studie

De rol der demonen in de Eindtijd; met name naar het onderdeel Joël en de Sprinkhanen.  

 

Jl 2:23

En jullie, zonen van Sion, weest blij en verheugt je in YHWH, jullie Elohim. Want hij zal jullie beslist de herfstregen in juiste mate geven, en hij zal op jullie een stortregen doen neerdalen, herfstregen en lenteregen, zoals in het begin.

4224

J 2:24

En de dorsvloeren moeten vol koren zijn, en de perskuipen zullen overvloeien van nieuwe wijn en olie.

2770

 

GW 6994Jz 2:1 >> Toen zond Jozua, de zoon van Nun, vanuit Sittim heimelijk twee mannen als verspieders uit en zei: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Zij gingen dus en kwamen aan het huis van een prostituee, wier naam Rachab was, en daar namen zij hun intrek.

 

En Joël in aanmerking genomen kan er met reden gezegd worden dat het land er inderdaad zeer goed uitzag; en dat uiteraard ook naar de toekomst toe, zoals we uit Joëls profetie kunnen opmaken !

 

Jl 2:25

En ik zal jullie de jaren vergoeden die de sprinkhaan, de kruipende, ongevleugelde sprinkhaan en de kakkerlak en de rups hebben opgegeten, mijn grote krijgsmacht die ik onder jullie zond.

4189

Jl 2:26

En jullie zullen eten, eten en verzadigd worden, en jullie zullen zeer zeker de naam van YHWH, jullie Elohim, loven. Hij die zo wonderbaar met jullie heeft gehandeld. En mijn volk zal voor altijd niet beschaamd staan.

4175

 

GW 8364Ez 43:7 >> Voorts zei hij tot mij: Mensenzoon, de plaats van mijn troon en de plaats van mijn voetzolen, waar ik tot onbepaalde tijd te midden van de zonen van Israël zal verblijven. En niet meer zullen zij, het Huis van Israël, mijn heilige naam verontreinigen, zij en hun koningen, door hun hoererij en door de lijken van hun koningen bij hun dood.

 

Jl 2:27

En jullie zullen weten dat ik in het midden van Israël ben, en dat ik YHWH, jullie Elohim, ben en er geen ander is. En mijn volk zal voor altijd niet beschaamd staan.

2463

Jl 2:28

En daarna zal het geschieden dat ik mijn geest zal uitstorten op alle vlees, en jullie zonen en jullie dochters zullen profeteren. Jullie oudsten zullen dromen dromen. Jullie jonge mannen zullen visioenen zien.

4559

Jl 2:29

En zelfs op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal ik in die dagen mijn geest uitstorten.

2374

 

GW 9396Mt 26:71 >> Nadat hij [Petrus] naar buiten was gegaan naar het poorthuis, merkte een ander meisje hem op en zei tot de daar aanwezigen: Deze man was bij Yeshua de Nazarener.

 

Jl 2:28

En daarna zal het geschieden dat ik mijn geest zal uitstorten op alle vlees, en jullie zonen en jullie dochters zullen profeteren. Jullie oudsten zullen dromen dromen. Jullie jonge mannen zullen visioenen zien.

4559

Jl 2:29

En zelfs op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal ik in die dagen mijn geest uitstorten.

2374

 

GW 6933 ≈≈ Op 20:7 >> En zodra de duizend jaren ten einde zijn zal de Satan uit zijn kerker worden losgelaten.

 

Een zeer opmerkelijk gematriaresultaat! Waarom?

Omdat hiermee kennelijk wordt onthuld dat Elohim’s Joodse dienstknechten en dienstmaagden - op wie in de Eindtijd de heilige geest wordt uitgestort – ook de volgende duizend jaar, tijdens het Millenniumrijk, door die geest geleid zullen worden. Zij zijn degenen op wie wordt gedoeld

a.)   in Op 5:10 >> En gij maakte hen voor onze God een koninkrijk en priesters, en zij zullen als koningen regeren op de aarde!   

b.)   alsook in Op 20:9 >> En zij trokken op over de breedte der aarde en omsingelden het kamp der heiligen en de geliefde Stad. En vuur daalde neer uit de hemel en verslond hen.

 

Jl 2:29

En zelfs op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal ik in die dagen mijn geest uitstorten.

2374

Jl 2:30

En ik zal wondertekenen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.

3966

Jl 2:31

De zon zal in duisternis worden veranderd en de maan in bloed, vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van YHWH.

1998

Jl 2:32

En het zal geschieden dat een ieder die de naam van YHWH aanroept, veilig zal ontkomen. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, juist zoals YHWH gezegd heeft. En tot de ontkomenen zullen zij behoren die YHWH zal roepen.

5074

 

Totaal GW 13412Hn 20:38 >> Want zij waren vooral bedroefd over het woord dat hij had gesproken, dat zij zijn gezicht niet meer zouden zien. Daarna deden zij hem uitgeleide naar de boot.

 

Inderdaad! De hemelse Gemeente zal bij het tot herstel komen van aards Israël opgenomen zijn in de hemel!

 

 

Joël 3

 

Jl 3:1

Want zie, in die dagen en in die tijd, wanneer ik de gevangenschap van Juda en Jeruzalem zal terugbrengen,

Opmerkelijk is hier de GW 3287 binnen een tekst die de terugkeer van Israël profetisch aankondigt. Want in 2Kn 17:20 (ook met die GW) wordt namelijk juist de wegvoering van de natie in ballingschap [diaspora] vermeld: En YHWH verwierp heel het zaad van Israël, en Hij vernederde hen en gaf hen over in de hand van plunderaars, totdat Hij hen van voor zijn aangezicht had weggeworpen.

 

Kennelijk is de GW 3287 mbt 2Kn 17:20 ook het Anno Mundi jaar waarin die wegvoering plaats vond; blijkbaar overeenkomend met 4004 minus 3287 ≈ 717 v.Chr.

3287

 

Jl 3:2

zal ik ook alle Heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar de laagvlakte van Josafat, en daar met hen in het gericht treden wegens mijn volk en mijn erfdeel Israël, dat zij onder de Heidenvolken hebben verstrooid en mijn eigen land verdeeld.

 

GW 6762 is ook die van Mt 17:8, verwijzend naar het transfiguratievisioen.

Alsook Lk 7:29 >> Op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en vernietigde allen. [30]  Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag dat de Mensenzoon geopenbaard wordt.

6762

Jl 3:3

En zij hebben loten geworpen over mijn volk; en zij gaven een jongen als hoer, en een meisje verkochten zij voor wijn, opdat zij konden drinken.

 

Js 49:11 heeft ook GW 2127; profetisch vooruit wijzend naar de ‘Grote Schare’ van Op 7 >> En ik zal al mijn bergen tot een weg maken, en mijn hoofdwegen zullen verheven worden. 

Ook Micha 7:15 >> Als in de dagen van uw uittocht uit het land Egypte zal ik hem wonderbare dingen laten zien.

 

De verwijzing is naar de gewoonte die algemeen gebruikelijk was in oude oorlogsvoering. De Heidens veroveraars verdeelden de gevangenen onder elkaar om hen later te behandelen zoals zij wilden; bijvoorbeeld door hen als slaven te verkopen. Hier wordt verwezen naar gevallen waarbij Joodse minderjarige jongens werden geruild voor een hoer. Alsook naar een Joods meisje in de verkoop voor een kroes wijn.

 

GW 2127 wordt verder aangetroffen in Micha 7:15. De context is interessant :

 

Mc 7:15

Als in de dagen van je uittocht uit het land Egypte zal ik hem wonderbare dingen laten zien. 

2127

Mc 7:16

Heidenen zullen zien en beschaamd worden over al hun macht. Zij zullen de hand op de mond leggen; ja, hun oren zullen doof worden.  

2982

Mc 7:17

Zij zullen stof likken als de slangen; als reptielen der aarde zullen zij in beroering uit hun bolwerken komen. Tot YHWH, onze God, zullen zij sidderend komen, en zij zullen bevreesd voor u zijn.

2782

 

GW 7891 ≈≈ Jozua 6:20 >> Het volk dan schreeuwde toen men op de hoorns ging blazen. Nu geschiedde het dat zodra het volk het hoorngeschal hoorde en het volk een luide strijdkreet aanhief, daar stortte de muur tegen de vlakte. Daarna stormde het volk naar boven, de stad in, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in.

 

Mc 7:18

Who is a God like unto thee, that pardoneth iniquity, and passeth by the transgression of the remnant of his heritage? he retaineth not his anger for ever, because he delighteth in mercy.

3551

Mc 7:19

Hij zal ons wederom barmhartigheid betonen, Hij zal onze dwalingen onderwerpen. En gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

3454

 

GW 7005 ≈≈ Hb 13:8 >> Jezus Messias [is] gisteren en heden dezelfde, en tot in de aeonen.

 

Mc 7:19

Hij zal ons wederom barmhartigheid betonen, Hij zal onze dwalingen onderwerpen. En gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

3454

Mc 7:20

Gij zult trouw bewijzen aan Jakob; liefderijke goedheid aan Abraham, zoals Gij vanaf de dagen van weleer onder ede aan onze voorvaders beloofd hebt.

3919

 

GW 7373 ≈≈ Ook Hooglied 3:6-7 >>

 

Hl 3:6

Wie is deze die daar opkomt uit de wildernis, als zuilen van rook, van geurige mirre en wierook van allerlei kruiden van de koopman? 

4343

Hl 3:7

Zie! Zijn rustbed welke van Salomo is, omringd door zestig sterke mannen van de machtigen van Israël.

3030

 

GW 7373 ≈≈ Lk 16:12 >> En indien jullie je niet getrouw betoonden in wat van een ander is, wie zal jullie geven wat van jullie is?

 

Zie >> De kwestie van het beheer.


Zie ook de context >> Vers 13 ≥ Geen enkele huisknecht kan twee heren [als slaaf] dienen, want hij zal óf de één haten en de ander liefhebben, óf zich aan één hechten en de ander minachten. Jullie kunnen niet God [als slaaf] dienen en Mammon.

 

Zie onder Wildernismotief.

 

2127

 

GW 8889 ≈≈ Mr 14:4 >> En er waren sommigen die verontwaardiging in zich hadden en zeiden: Waarom deze verkwisting van de welriekende olie?

[Maar Yeshua vond het een voortreffelijke daad van geloof].

 

Jl 3:4

En ook jullie, o Tyrus en Sidon en al jullie kuststreken van Filistea, wat hebben jullie met mij te doen? Is het de behandeling die jullie mij bij wijze van vergelding geven? En indien jullie mij een dergelijke behandeling geven, zal ik snel, spoedig, jullie behandeling op jullie hoofd doen neerkomen.

 

GW 5581 is ook die van Ez 8:14 >> Hij bracht mij derhalve naar de ingang van de poort van het Huis van YHWH, die op het Noorden is, en zie! Daar zaten de vrouwen, die de Tammuz beweenden.

Op de helft van de 70ste Jaarweek wordt het koninkrijk Gods een realiteit. Maar onmiddellijk zal Satan een ‘Rijk’ van eigen maaksel daar tegenover plaatsen.

Zie >> De mens achter het getal 666, waarin de figuur Tammuz wordt toegelicht.

 

5581

Jl 3:5

Omdat jullie mijn zilver en mijn goud hebben genomen en mijn eigen begeerlijke dingen in jullie tempels hebben gebracht;

2066

Jl 3:6

en jullie de zonen van Juda en de zonen van Jeruzalem aan de Grieken hebben verkocht, opdat jullie hen ver van hun eigen gebied zouden verwijderen — 

2439

 

GW 10086 ≈≈ Rm 13:2 >> Zodat hij die zich tegen het gezag verzet, de instelling van God weerstaat. Zij echter die [haar] weerstaan, zullen een oordeel over zichzelf halen.

 

Jl 3:4

En ook jullie, o Tyrus en Sidon en al jullie kuststreken van Filistea, wat hebben jullie met mij te doen? Is het de behandeling die jullie mij bij wijze van vergelding geven? En indien jullie mij een dergelijke behandeling geven, zal ik snel, spoedig, jullie behandeling op jullie hoofd doen neerkomen.

5581

Jl 3:5

Omdat jullie mijn zilver en mijn goud hebben genomen en mijn eigen begeerlijke dingen in jullie tempels hebben gebracht;

2066

Jl 3:6

en jullie de zonen van Juda en de zonen van Jeruzalem aan de Grieken hebben verkocht, opdat jullie hen ver van hun eigen gebied zouden verwijderen — 

2439

Jl 3:7

ziet, ik zal hen oprichten uit de plaats waarheen jullie hen hebben verkocht, en ik zal jullie vergelding op jullie eigen hoofd doen terugvallen.

 

GW 4162 is ook die van Ruth 4:14 >> En de vrouwen zeiden tot Naomi: Geprezen zij YHWH die het je heden niet laat ontbreken aan een losser, en zijn naam worde vermaard in Israël.

Obed, de zoon van Boaz/Ruth, is een type van het Joodse Overblijfsel dat dus in de Eindtijd door YHWH Elohim wordt ‘opgericht’.

4162

 

GW 14248 ≈≈ Mt 26:36 >> Toen ging Jezus met hen naar een plaats genaamd Gethsémané en zei tot zijn leerlingen: Blijft hier zitten, totdat ik daar gebeden heb.

 

Jl 3:7

ziet, ik zal hen oprichten uit de plaats waarheen jullie hen hebben verkocht, en ik zal jullie vergelding op jullie eigen hoofd doen terugvallen.

4162

Jl 3:8

En ik zal jullie zonen en jullie dochters in de hand van de zonen van Juda verkopen, en zij moeten hen verkopen aan de mannen van Scheba, aan een volk ver weg; want YHWH zelf heeft gesproken.

Hoe kan dit profetische woord in de Eindtijd worden vervuld?

GW 3563 vinden we ook in

a.) Mr 6:12  >> Daarop vertrokken zij en predikten, opdat de mensen berouw zouden hebben.

b.) 1Tm 6:6 >> Zeker, de godsvrucht is een grote winstbron indien men tevreden is met wat men heeft.

3563

 

GW 7725 ≈≈ 1Kn 3:6 >> Hierop zei Salomo: Gijzelf hebt jegens uw knecht David, mijn vader, grote loyale liefde betracht naar gelang dat hij voor uw aangezicht in waarheid en in rechtvaardigheid en in oprechtheid van hart jegens u wandelde; en gij zijt deze grote loyale liefde jegens hem in acht blijven nemen, zodat gij hem een zoon hebt gegeven om op zijn troon te zitten, zoals op deze dag.

 

Jl 3:7

ziet, ik zal hen oprichten uit de plaats waarheen jullie hen hebben verkocht, en ik zal jullie vergelding op jullie eigen hoofd doen terugvallen.

4162

Jl 3:8

En ik zal jullie zonen en jullie dochters in de hand van de zonen van Juda verkopen, en zij moeten hen verkopen aan de mannen van Scheba, aan een volk ver weg; want YHWH zelf heeft gesproken.

3563

Jl 3:9

Kondigt dit af onder de Heidenvolken: Heiligt de oorlog! Wekt de sterke mannen op! Laten zij naderbij komen! Laten zij optrekken, al de krijgslieden.

2840

 

GW 10565 ≈≈ Lk 8:19 >> Zijn moeder en zijn broers nu kwamen naar hem toe en konden niet met hem in contact komen vanwege de menigte.

Jl 3:7

ziet, ik zal hen oprichten uit de plaats waarheen jullie hen hebben verkocht, en ik zal jullie vergelding op jullie eigen hoofd doen terugvallen.

4162

Jl 3:8

En ik zal jullie zonen en jullie dochters in de hand van de zonen van Juda verkopen, en zij moeten hen verkopen aan de mannen van Scheba, aan een volk ver weg; want YHWH zelf heeft gesproken.

3563

Jl 3:9

Kondigt dit af onder de Heidenvolken: Heiligt de oorlog! Wekt de sterke mannen op! Laten zij naderbij komen! Laten zij optrekken, al de krijgslieden.

2840

Jl 3:10

Smeedt jullie ploegscharen tot zwaarden en jullie snoeimessen tot lansen. Wat de zwakke betreft, laat hij zeggen: Ik ben een sterke man.  

3500

 

GW 14065 ≈≈ 2Ko 13:2 >> Ik heb het eerder gezegd en ik zeg het vooraf - zoals toen ik de tweede keer aanwezig was en afwezig nu - tot hen die vroeger gezondigd hebben en tot alle overigen: Wanneer ik kom ik niet opnieuw zal sparen.

 

Jl 3:8

En ik zal jullie zonen en jullie dochters in de hand van de zonen van Juda verkopen, en zij moeten hen verkopen aan de mannen van Scheba, aan een volk ver weg; want YHWH zelf heeft gesproken.

3563

Jl 3:9

Kondigt dit af onder de Heidenvolken: Heiligt de oorlog! Wekt de sterke mannen op! Laten zij naderbij komen! Laten zij optrekken, al de krijgslieden.

2840

Jl 3:10

Smeedt jullie ploegscharen tot zwaarden en jullie snoeimessen tot lansen. Wat de zwakke betreft, laat hij zeggen: Ik ben een sterke man.  

3500

 

GW 9903 >> 1Pt 4:16 >> Indien echter [lijden] als christen, [dan] moet hij zich niet schamen, maar God verheerlijken in deze naam.

  

-.-.-.-