Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Daniël

Daniël

 

Attentie: In deze studie wordt vooral volgens het gematriabeginsel geredeneerd.

 

Hdst 2, 4,  7, 

8, 9, 11 en 12

 

Daniël 2

 

 

Dn 2:41

En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem.

5475

Dn 2:42

En de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn.

4908

Dn 2:43

Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem; ze zullen zich door menselijk zaad vermengen [demonen die zich materialiseren], maar ze zullen zich niet aan elkaar hechten, zoals ijzer zich niet vermengt met leem. 

4665

 

Zie >> Daniël

En ook hoe Dn 2:44 – de oprichting van het Koninkrijk op de helft van de 70ste Jaarweek – in gematriawaarde correspondeert met Ez 38:20 >> En wegens mij zullen de vissen der zee en de vliegende schepselen des hemels en de wilde dieren van het veld en al het kruipend gedierte dat op de aardbodem kruipt en alle mensen die op de oppervlakte van de aardbodem zijn, moeten huiveren, en de bergen zullen werkelijk worden neergeworpen en de steile wegen zullen moeten vallen, en ter aarde zal zelfs elke muur vallen.

 

De GW van Dn 2:41-43 bedraagt 15048 ≈≈ Gl 6:1 >> Broeders, mocht een mens [zwak leem] overvallen worden door een misstap, moeten jullie die geestelijk zijn zo iemand in een geest van zachtaardigheid terechtbrengen, ziende op jezelf dat niet ook jij verzocht wordt. 

 

Daniël 4

 

 

Dn 4:1

Koning Nebukadnezar, aan alle volken, nationale groepen en talen die op de gehele aarde wonen: Mag jullie vrede groot worden.

2566

Dn 4:2

Het heeft mij goed toegeschenen de tekenen en wonderen die de Allerhoogste God ten aanzien van mij verricht heeft, bekend te maken.

2030

 

GW 4596 ≈≈ Ml 3:16 >> In die tijd spraken degenen die YHWH vreesden met elkaar, elkeen met zijn metgezel, en YHWH bleef aandacht schenken en luisteren. En er werd voorts een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven voor degenen die YHWH vrezen en voor degenen die aan zijn naam denken.

 

Dn 4:10

Wat nu de visioenen van mijn hoofd op mijn bed betreft, zo aanschouwde ik dan, en zie! Een boom midden op de aarde, waarvan de hoogte reusachtig was.

2450

Dn 4:11

De boom werd groot en sterk, en zijn hoogte reikte ten slotte tot de hemel, en hij was zichtbaar tot het uiteinde van de gehele aarde.

2513

Dn 4:12

Zijn loof was schoon, en zijn vrucht was overvloedig, en er zat voedsel aan voor allen. Eronder placht het gedierte van het veld schaduw te zoeken, en op zijn grote takken huisden altijd de vogels van de hemel, en alle vlees was gewoon zich daarvan te voeden.

5616

Dn 4:13

Ik bleef aanschouwen in de visioenen van mijn hoofd op mijn bed, en zie! Een wachter, ja, een heilige die uit de hemel neerdaalde.

3099

 

GW 13678 ≈≈ Rm 5:19 >>  Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen in de toestand van zondaars worden gebracht, evenzo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene de velen in de toestand van rechtvaardigen worden gebracht.

 

In de studie Taalverwarring en de Zeven Tijden wordt aangetoond dat de ‘boom’ van vers 11 - groot en sterk, waarvan de hoogte reikte tot de hemel, zichtbaar tot het uiteinde van de gehele aarde – een afbeelding is van Gods heerschappij over de wereld. Ten tijde van de Spraakverwarring werd die zinnebeeldige boom ‘omgehakt’, afbeeldend dat YHWH Elohim zijn wereldheerschappij tijdelijk opschortte, en wel voor de duur van ZEVEN TIJDEN (7 x 600 = 4200 jaar).

Volgens Lukas 21:20-24 werd die periode door Mashiach Yeshua zelf ook genoemd, maar door hem aangeduid als de Tijden der Heidenvolken.

 

De GW van vers 10 bedraagt 2450, en het is dus zeker geen toeval dat die GW ook wordt aangetroffen in het verslag over de taalverwarring in Genesis 11; t.w. in vers 8 >> Bijgevolg verstrooide YHWH hen vandaar over de gehele oppervlakte der aarde, en geleidelijk staakten zij de bouw van de stad.

 

In genoemde studie, Taalverwarring en de Zeven Tijden, wordt dus beredeneerd dat YHWH Elohim niet minder dan 4200 jaar de heerschappij over de wereld zou overlaten aan de Heidenvolken; maar erger nog dat die Heidenvolken dat wel zouden doen onder de overkoepelende heerschappij van Satan. Zoals ook Yeshua zelf erkende volgens Lukas 4:5-8 >> En nadat hij [Satan] hem opwaarts had gevoerd, toonde hij hem in een ogenblik tijds alle koninkrijken der bewoonde wereld. En de Duivel zei tot hem: Aan jou zal ik al deze macht en de heerlijkheid ervan geven, want aan mij is ze overgegeven en aan wie ik ook wil, geef ik ze. Jij dan, indien je voor mijn aangezicht een daad van aanbidding verricht, zal alles van jou zijn. En in antwoord zei Yeshua tot hem: Er staat geschreven: De Heer, uw God, moet gij aanbidden en hem alleen dienstbaar zijn.

 

Bovendien wordt in genoemde Studie beredeneerd dat de 4200 jaar zullen eindigen op het midden van de 70ste Jaarweek voor Israël, het tijdstip waarop niet alleen het Nieuwe Verbond met Israël zal worden gesloten maar ook het Davidische koninkrijk zal worden hersteld, maar dan wel in de zin dat die hemelse regering over de hele aarde heerschappij zal uitoefenen.  

Welnu, de GW 4200 wordt in de volgende drie schriftplaatsen aangetroffen, alle zinspelend op gebeurtenissen die vanaf het midden van genoemde Weekhelft verwacht mogen worden >>

 

Gn 46:29, de grotere vervulling >> Toen liet Jozef zijn wagen gereedmaken en trok op om zijn vader Israël in Gosen te ontmoeten. Toen hij voor hem verscheen, viel hij hem dadelijk om de hals en barstte aan zijn hals in tranen uit, telkens en telkens weer.

 

Ex 36:13, eveneens in grotere vervulling van het oprichten van de ware ‘Tent’ Nieuw Jeruzalem  >> Ten slotte maakte hij vijftig gouden haken en voegde de tentkleden door middel van de haken aan elkaar, zodat het één tabernakel werd. 

 

Ml 2:3, opnieuw Eindtijdgericht en wel in samenhang

- enerzijds met het herstel van Israëls priesterschap binnen het aardse deel van de Tentregeling Nieuw Jeruzalem. Het handhaven van Gods verbond met Levi.

- anderzijds met de bestraffing van de ontrouwe priesterschap >> Ziet, ik bestraf vanwege jullie het zaad, en ik wil drek op jullie aangezicht strooien, de drek van jullie feesten; en iemand zal jullie werkelijk daarheen wegdragen.

 

Dn 4:13

Ik bleef aanschouwen in de visioenen van mijn hoofd op mijn bed, en zie! Een wachter, ja, een heilige die uit de hemel neerdaalde.

3099

Dn 4:14

Hij riep luidkeels, en dit zei hij: Hakt de boom om en kapt zijn grote takken af. Schudt zijn loof af en verstrooit zijn vrucht. Laat het gedierte eronder vandaan vluchten, en de vogels uit zijn grote takken.

4830

 

GW 7929 ≈≈ Mt 11:28 >> Komt tot mij, allen die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal jullie verkwikken.   

 

Dn 4:15

Laat zijn wortelstomp evenwel in de aarde staan, en wel met een band van ijzer en van koper, tussen het gras van het veld; en laat hij door de dauw van de hemel bevochtigd worden, en laat zijn deel tussen de plantengroei der aarde met het gedierte zijn.

5619

Dn 4:16

Laat zijn hart veranderd worden zodat het niet meer dat van een mens is; en laat hem een dierenhart worden gegeven. En laten er zeven tijden over hem voorbijgaan. 

2306

 

GW 7925 ≈≈ Rm 8:1 >> Dus is er nu geen veroordeling voor hen die in Messias Jezus [zijn].

 

  

Dn 4:19

Toen stond Daniël, wiens naam Beltsazar is, voor een ogenblik ontzet, en zijn gedachten alleen al joegen hem schrik aan. De koning nam het woord en zei: O Beltsazar, laten de droom en de uitlegging zelf u geen schrik aanjagen. Beltsazar antwoordde en zei: O mijn heer, de droom zij voor wie u haten, en zijn uitlegging voor uw tegenstanders.

7328

Dn 4:20

De boom die gij aanschouwd hebt, die groot en sterk werd en waarvan de hoogte ten slotte tot de hemel reikte en die voor heel de aarde zichtbaar was.

2820

 

 

GW 10148  ≈≈ 2Kr 23:13 >> Toen zag zij, en zie, daar stond de koning bij zijn zuil aan de ingang, en de vorsten en de trompetten bij de koning, en al het volk van het land verheugde zich en blies op de trompetten, en de zangers met de instrumenten voor de zang en degenen die het teken gaven om lof te brengen. Onmiddellijk scheurde Athalia haar klederen en zei: Een samenzwering! Een samenzwering! [Maar Athalia werd ter dood gebracht].

 

Dn 4:19

Toen stond Daniël, wiens naam Beltsazar is, voor een ogenblik ontzet, en zijn gedachten alleen al joegen hem schrik aan. De koning nam het woord en zei: O Beltsazar, laten de droom en de uitlegging zelf u geen schrik aanjagen. Beltsazar antwoordde en zei: O mijn heer, de droom zij voor wie u haten, en zijn uitlegging voor uw tegenstanders.

7328

Dn 4:20

De boom die gij aanschouwd hebt, die groot en sterk werd en waarvan de hoogte ten slotte tot de hemel reikte en die voor heel de aarde zichtbaar was,

2820

Dn 4:21

en waarvan het loof schoon was en waarvan de vrucht overvloedig was, en waaraan voedsel zat voor allen; waaronder de dieren van het veld plachten te huizen en op de grote takken waarvan altijd de vogels van de hemel verbleven,

4792

 

GW 14940 ≈≈ Rm 16:26 >> maar nu openbaar werd gemaakt [het geheimenis rond de Mashiach] en door profetische Schriften naar [het] bevel van de eeuwige God bekend werd gemaakt aan alle Heidenvolken met het oog op geloofsgehoorzaamheid.

 

Dn 4:22

dat zijt gij, o koning, want gij zijt groot en sterk geworden, en uw grootheid is zeer toegenomen en heeft tot de hemel gereikt, en uw heerschappij tot het uiteinde der aarde.

5101

Dn 4:23

En omdat de koning een wachter aanschouwde, ja, een heilige, die uit de hemel neerdaalde, die ook zei: Hakt de boom om en verderft hem. Maar jullie moeten zijn wortelstomp in de aarde laten staan, maar met een band van ijzer en van koper, tussen het gras van het veld, en laat hij door de dauw van de hemel bevochtigd worden, en laat met de dieren van het veld zijn deel zijn totdat er zeven tijden over hem voorbijgaan.

8278

 

GW 13379 ≈≈ Jh 7:32 >> De Farizeeën hoorden dat de schare deze dingen over hem mompelde, en de overpriesters en de Farizeeën zonden beambten uit om hem te grijpen.

 

Vers 23 GW 8278 ≈≈ Rc 16:30 >> Vervolgens zei Simson: Laat mijn ziel sterven met de Filistijnen. Toen boog hij zich met kracht, en het huis stortte in op de stadsvorsten en op al het volk dat erin was, zodat de doden die hij bij zijn eigen sterven ter dood bracht, talrijker werden dan die hij gedurende zijn leven ter dood gebracht had.

 

Dn 4:23

En omdat de koning een wachter aanschouwde, ja, een heilige, die uit de hemel neerdaalde, die ook zei: Hakt de boom om en verderft hem. Maar jullie moeten zijn wortelstomp in de aarde laten staan, maar met een band van ijzer en van koper, tussen het gras van het veld, en laat hij door de dauw van de hemel bevochtigd worden, en laat met de dieren van het veld zijn deel zijn totdat er zeven tijden over hem voorbijgaan.

8278

Dn 4:24

Dit is de uitlegging, o koning, en de verordening van de Allerhoogste is dat wat mijn heer de koning moet overkomen.

2379

 

Totaal GW 10657 ≈≈ Mt 6:19 >> Jullie moeten niet langer schatten op de aarde vergaren, waar mot en roest verteren en waar dieven inbreken en stelen.

en Jh 14:3 >> En wanneer ik heenga en een plaats voor jullie bereid, kom ik terug en zal jullie thuis bij mij ontvangen, opdat ook jullie mogen zijn waar ik ben.   

 

 

Dn 4:25

En u zal men van onder de mensen verdrijven, en bij de dieren van het veld zal uw woning blijken te zijn, en plantengroei zal men ook u te eten geven, net als de stieren; en door de dauw van de hemel zult gij bevochtigd worden, en zeven tijden zullen er over u voorbijgaan, totdat gij weet dat de Allerhoogste Heerser is in het koninkrijk der mensheid, en dat hij het geeft aan wie hij wil.

7447

Dn 4:26

En omdat men zei de wortelstomp van de boom te laten staan: Uw koninkrijk zal u behouden blijven nadat gij weet dat de hemel heerst.

4139

 

GW 11586 ≈≈ Jk 4:2 >> [De huidige situatie in Israël:] Gij begeert en [toch] bezit gij niet; gij moordt en zijt naijverig, en [toch] kunt gij niet verkrijgen; gij vecht en voert oorlog. Gij bezit niet, omdat gij niet vraagt.


Vers 25 GW 7447 ≈≈ Lk 23:44 >> En [hoewel] het reeds ongeveer het zesde uur was, ontstond er niettemin duisternis over de gehele aarde, tot het negende uur toe.

 

Dn 4:30

De koning nam het woord en zei: Is dit niet het grote Babel dat ikzelf gebouwd heb voor het koninklijk huis, met de sterkte van mijn macht en voor de waardigheid van mijn majesteit?

3507

Dn 4:31

Nog was het woord in de mond van de koning, toen er een stem uit de hemel neerviel: U wordt gezegd, o koning Nebukadnezar: Het koninkrijk is van u geweken,

3444

Dn 4:32

en van onder de mensen verdrijft men u, en bij de dieren van het veld zal uw woning zijn.  Plantengroei zal men ook u te eten geven net als de stieren, en zeven tijden zullen er over u voorbijgaan, totdat gij weet dat de Allerhoogste Heerser is in het koninkrijk der mensheid, en dat hij het geeft aan wie hij wil.

6647

 

GW 13598 ≈≈ Lk 23:23 >> Maar zij drongen met luider stem aan, eisend dat hij aan de paal zou worden gehangen; en hun stemmen kregen de overhand.  

 

Vers 32 GW 6647 ≈≈ Ex 39:16 >> Toen maakten zij twee gouden zettingen en twee gouden ringen en zetten de twee ringen aan de beide uiteinden van het borststuk.

Mt 24:42 >> Waakt daarom voortdurend, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.

1Ko 7:18 >> Werd iemand als besnedene geroepen, laat hij niet proberen het ongedaan te maken. Is iemand in onbesnedenheid geroepen, hij late zich niet besnijden.

 

Dn 4:33

Op hetzelfde ogenblik werd het woord aan Nebukadnezar vervuld, en van onder de mensheid werd hij verdreven, en plantengroei ging hij eten net als de stieren, en door de dauw van de hemel werd zijn eigen lichaam bevochtigd, totdat zelfs zijn haar lang werd net als [de veren] van arenden en zijn nagels als [de klauwen] van vogels.

7339

Dn 4:34

En aan het einde van de dagen sloeg ik, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, en mijn eigen verstand keerde toen tot mij terug; en ik zegende de Allerhoogste, en Degene die voor eeuwig leeft, roemde en verheerlijkte ik. Want zijn heerschappij is een heerschappij voor eeuwig en zijn koninkrijk duurt van geslacht tot geslacht.

7150

 

GW 14489 ≈≈ Fp 4:23 >> De liefderijke gunst van de Heer Jezus Messias [zij] met jullie geest.

En Op 13:10 >> Indien iemand voor gevangenschap [is bestemd], gaat hij heen in gevangenschap. Indien iemand door het zwaard moet worden gedood, zal hij door het zwaard worden gedood. Hier is de volharding en het geloof der heiligen [aan de orde].    

 

Vers 33 GW 7339 ≈≈ Hb 11:11 >> In geloof ontving ook onvruchtbare Sara zelf kracht tot bevruchting, terwijl zij de leeftijd voorbij was, aangezien zij hem getrouw achtte die beloofde.

 

Vers 34 GW 7150 ≈≈ Lk 22:6 >> En hij stemde toe en ging uitzien naar een goede gelegenheid om hem aan hen over te leveren, ver van een menigte.
 

Dn 4:35

En alle bewoners der aarde worden als louter niets geacht, en hij doet naar zijn eigen wil onder het heerleger van de hemel en de bewoners der aarde. En er bestaat niemand die zijn hand kan tegenhouden of die tot hem kan zeggen: Wat hebt gij gedaan?

3486

 

GW 3486 ≈≈ Zc 2:11 >> En vele Heidenvolken zullen zich op die dag stellig bij YHWH aansluiten, en zij zullen werkelijk mijn volk worden; en ik wil in uw midden verblijven. En gij zult moeten weten dat YHWH der legerscharen zelf mij tot u heeft gezonden.

 

Daniël 7

 

Dn 7:16

Ik trad toe op één van degenen die er stonden, opdat ik hem om betrouwbare inlichtingen omtrent dit alles zou kunnen verzoeken. En hij zei tot mij, terwijl hij voortging mij de uitlegging der zaken bekend te maken:

2712

Dn 7:17

Wat deze reusachtige beesten aangaat, omdat het er vier zijn: het zijn vier koningen die uit de aarde zullen opstaan.

2721

Dn 7:18

Maar de heiligen van het Opperwezen zullen het koninkrijk ontvangen, en zij zullen het koninkrijk voor onbepaalde tijd in bezit nemen, ja, voor onbepaalde tijd tot onbepaalde tijden.

2624

 

GW 8057 ≈≈ Hn 13:23 >> Uit het nageslacht van deze [David] heeft God, overeenkomstig zijn belofte, voor Israël een redder doen komen, Yeshua.  

Voor commentaar op Daniël 7, zie >> Openbaring 13:2.

 

Dn 7:19

Toen was het dat ik mij wenste te vergewissen omtrent het vierde beest, dat verschillend bleek te zijn van alle andere; buitengewoon vreeswekkend, waarvan de tanden van ijzer waren en waarvan de klauwen van koper waren, dat verslond [en] verbrijzelde, en dat zelfs wat er overbleef, met zijn poten vertrad.

6277

 

GW 6277 ≈≈ Hb 7:17 >> Want er wordt getuigd: Jij [bent] priester tot in de eeuw naar de orde van Melchizedek.

 

Dn 7:20

En omtrent de tien hoorns die op zijn kop waren, en de andere die oprees en waarvoor er drie vielen. Ja, die hoorn die ogen had en een mond die grandioze dingen sprak en waarvan de aanblik groter was dan die van zijn metgezellen.

5960

Dn 7:21

Ik bleef aanschouwen toen diezelfde hoorn oorlog voerde tegen de heiligen, en hij overweldigde hen,

2001

Dn 7:22

totdat de Oude van Dagen kwam en het oordeel werd geveld ten gunste van de heiligen van het Opperwezen, en de bestemde tijd aanbrak dat de heiligen het koninkrijk in bezit namen.

3173

 

GW 11134 ≈≈ 2Ko 5:4 >> Want ook wij die in de tent [het huidige fragiele, fysieke leven] zijn zuchten, bezwaard als we zijn; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden [in de Opname], opdat het sterfelijke door het leven verzwolgen wordt.

En Ef 1:15 >> Om die reden ook, daar ik gehoord heb van het geloof dat jullie hebben in de Heer Yeshua en van de liefde tot alle heiligen >> d.i ook tot de heiligen van de Joodse Gemeente. Zij die het Koninkrijk in bezit zullen nemen bij de aanvang van het Davidische Millenniumrijk.

 

Dn 7:23

Dit zei hij: Wat het vierde beest aangaat, er is een vierde Rijk [de Romeinse wereldmacht] dat op de aarde zal komen, dat verschillend zal zijn van alle Rijken; en het zal heel de aarde verslinden en zal haar vertrappen en verbrijzelen

6021

 

Tijdens dat Vierde wereldrijk zou de Messias verschijnen.

GW 6021 ≈≈ Mt 22:43 >> Hij zei tot hen: Hoe kan David hem dan in geest ’Heer’ noemen, door te zeggen: (In Psalm 110 >> De Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Zit aan mijn rechterhand totdat ik uw vijanden onder uw voeten stel).

 

Dn 7:24

En wat de tien hoorns betreft, uit dat Rijk zullen tien koningen opstaan; en nog een ander zal er na hen opstaan, en hijzelf zal verschillend zijn van de eersten, en drie koningen zal hij vernederen.

5205

 

De ‘ander’ die zal opstaan is de demonische Romeinse Kleine Hoorn; in Openbaring 13 identiek met het Beest uit de zee. Zie nogmaals >> Openbaring 13:2. En vooral Openbaring 13:4 voor de bewijsvoering dat die Romeinse Kleine Hoorn demonisch is.

GW 5205 ≈≈ o.a. 2Kn 6:12, waarin we ook lezen over bovennatuurlijke invloed, maar dan vanuit YHWH Elohim >> Toen zei een van zijn dienaren [tot de koning van  Syrië ]: Niemand mijn heer de koning, maar de profeet Elisa die in Israël is, die deelt aan de koning van Israël mee al wat gij in uw binnenste slaapkamer spreekt.

 

Dn 7:25

En hij zal zelfs woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen [de broeders van de aardse, Joodse gemeente] van het Opperwezen zal hij voortdurend bestoken. En hij zal eropuit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden gegeven voor een tijd en tijden en een halve tijd.  

3596

Dn 7:26

En het Gerecht zette zich vervolgens neer, en ȷ́n heerschappij nam men ten slotte weg, ten einde [hem] te verdelgen en totaal te vernietigen.

1691

 

Qua tijd zijn we duidelijk in de Tweede helft van de 70ste Jaarweek, tijdens de Grote Verdrukking.

GW 5287 ≈≈ 1Th 5:26 >> Groet alle broeders [de leden van de Hemelse gemeente] met een heilige kus.

 

Dn 7:27

En het koninkrijk en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder de ganse hemel werden aan het volk der heiligen van het Opperwezen gegeven. Zijn koninkrijk is een koninkrijk van onbepaalde duur, en alle heerschappijen zullen hen dienen en gehoorzamen.

7154

Dn 7:28

Tot hiertoe is het einde der zaak. Wat mij, Daniël, aangaat, mijn eigen gedachten bleven mij heel erg verschrikken, zodat zelfs mijn gelaatskleur aan mij veranderde; maar de zaak zelf bewaarde ik in mijn eigen hart.

3844

 

GW 10998 ≈≈ Jh 7:10 >> Toen echter zijn broers naar het feest waren opgegaan, ging hijzelf ook op, niet openlijk, maar als in het verborgen. 

 

Uiteraard is de GW  van vers 27 ook interessant, t.w. 7154  ≈≈ 1Kn 21:15 >> Het gebeurde dan dat zodra Izebel hoorde dat Naboth gestenigd was, zodat hij gestorven was, Izebel onmiddellijk tot Achab zei: Sta op, neem bezit van de wijngaard van de Jizreëliet Naboth, die hij weigerde je voor geld te geven; want Naboth is niet meer in leven maar dood.

Zie commentaar.

 

Alsook Rm 10:11 >> Want de Schrift zegt: Ieder die in hem [Yeshua Mashiach] gelooft, zal niet beschaamd worden.

 

Daniël 8

 

In hoofdtuk 8 van Daniël is sprake van de Koning met bars gelaat, duidend op de Hellenistische Kleine horen; blijkbaar overeenkomend met de Valse profeet vanaf Openbaring 13.

 

Dn 8:23

En in het laatst van hun koningschap, als de boosdoeners de maat hebben volgemaakt, zal er een koning opstaan, bars van aangezicht en bedreven in listen.

3140

Dn 8:24

En zijn kracht zal sterk zijn - maar niet door eigen kracht - en op ontstellende wijze zal hij verderf brengen, en wat hij onderneemt zal hem gelukken; machtigen zal hij verderven, ook het volk der heiligen.

3699

Dn 8:25

En door zijn sluwheid zal hij het bedrog dat hij aanwendt, doen gelukken; hij zal zich in zijn hart verheffen, en onverhoeds velen verderven. Ook tegen de Vorst der vorsten zal hij optreden, doch zonder mensenhanden zal hij vernietigd worden.

4307

 

GW 11146 ≈≈ Mt 9:29 >> Toen raakte hij [Yeshua] hun ogen aan en zei: Jullie [de twee blinden] geschiede naar jullie geloof.

Jh 6:2 >> Maar een grote schare bleef hem volgen, omdat zij de tekenen zagen die hij aan de zieken verrichtte.   

en Op 7:6 >> Uit de stam Aser 12000, uit de stam Naftali 12000, uit de stam Manasse 12000.

 

In Op 7:9-17 wordt uitgeweid over de 144000 verzegelden uit Israels 12 stammen; aldaar echter aangeduid als de Grote Schare. De leden daarvan zullen vanaf het Midden der Week dag en nacht heilige dienst verrichten in Gods Heiligdom, kennelijk om Mt 24:14 te vervullen, t.w. de wereldwijde bekendmaking dat het Davidische koninkrijk in werking is gekomen. Daartoe moeten de (Joodse) leden van die Grote Schare echter eerst verzegeld worden met Gods geest. 

 

 

Daniël 9

 

Dn 9:22

Vervolgens verleende hij mij verstand en sprak met mij en zei: Daniël, nu ben ik uitgegaan om u inzicht met verstand te verlenen.

2230

Dn 9:23

Bij het begin van uw smekingen is er een woord uitgegaan, en ikzelf ben gekomen om verslag uit te brengen, want gij zijt zeer begeerd. Geef dus acht op de zaak en heb verstand met betrekking tot het gezicht.

3710

Dn 9:24

Zeventig weken zijn vastgesteld over uw volk en over uw heilige stad,

- om de overtreding te doen eindigen

- en aan zonde een eind te maken 

- en verzoening te doen voor dwaling

- en om voor onbepaalde tijden rechtvaardigheid in te voeren

- en een zegel te drukken op visioen en profeet,

- en om het Heilige der Heiligen te zalven.

 

6572

 

GW 12512 ≈≈ Mt 26:13 >> Voorwaar, ik zeg jullie: Waar maar ook dit Evangelie in de gehele wereld wordt gepredikt, zal tevens tot haar gedachtenis worden gesproken wat zij deed.

 

Dn 9:23

Bij het begin van uw smekingen is er een woord uitgegaan, en ikzelf ben gekomen om verslag uit te brengen, want gij zijt zeer begeerd. Geef dus acht op de zaak en heb verstand met betrekking tot het gezicht.

3710

Dn 9:24

Zeventig weken zijn vastgesteld over uw volk en over uw heilige stad,

- om de overtreding te doen eindigen

- en aan zonde een eind te maken 

- en verzoening te doen voor dwaling

- en om voor onbepaalde tijden rechtvaardigheid in te voeren

- en een zegel te drukken op visioen en profeet,

- en om het Heilige der Heiligen te zalven.

De GW 6572 treffen we aan in Hn 24:9 >> Toen namen ook de Joden aan de aanval deel [op de apostel Paulus en daarmee op de nieuwe beweging van Mashiach Yeshua], door te verklaren dat deze dingen inderdaad zo waren. 

6572

 

GW 10282 ≈≈ Ez 29:12 >> En ik wil het land Egypte tot een verlaten woestenij te midden van woest gelegde landen maken. En zijn eigen steden zullen een verlaten woestenij worden, ja, te midden van verwoeste steden, veertig jaar lang. En ik wil de Egyptenaren onder de Heidenvolken verstrooien en hen over de landen verspreiden. 

 

Dn 9:25

Weet dan en onderscheid: Vanaf uitgaan woord om te herstellen en te bouwen Jeruzalem tot aan Messias Vorst 7 zevens en 62 zevens. Ze zal opnieuw worden gebouwd, plein en gracht, maar in druk der tijden.

8348

 

Dn 9:26

En na de 62 zevens zal Messias worden afgesneden en niets voor hem. En de stad en het heiligdom zal verderven het volk van vorst die komt en zijn einde in overstroming. En tot einde oorlog; verordend zijn verwoestingen.

6938

 

Dn 9:27

En naar velen zal hij een verbond kracht bijzetten 1 zeven. En op de helft van de zeven zal hij doen ophouden slachtoffer en spijsoffer. En op vleugel van gruwelen een verwoester. En tot voleinding zal wat vast besloten is uitgestort worden op de verwoester.

5872

 

GW 5872 ≈≈ Lv 25:30 >> Maar indien het niet wordt teruggekocht voordat er een heel jaar ten volle voor hem verstreken is, dan moet het huis dat in de stad staat die een muur heeft, voorgoed het eigendom van de koper ervan blijven in zijn geslachten. Het dient in het Jubeljaar niet [vrij] uit te gaan.

 

En Es 10:2 >> Wat al zijn energieke werk betreft en zijn machtsbetoon en de nauwkeurige opgave van Mordechai’s grootheid waarmee de koning hem groot had gemaakt, is dat niet beschreven in het Boek van de aangelegenheden der tijden van de koningen van Medië en Perzië?

 

Zie de studie >> De 70ste Week cruciaal

 

Daniël 11

 

Dn 11:36

En de koning zal werkelijk doen naar zijn eigen wil, en hij zal zich verheffen en zich grootmaken boven elke god; en tegen de God der goden zal hij verwonderlijke dingen spreken. En hij zal stellig succesvol blijken te zijn totdat [de] openlijke veroordeling tot een eind zal zijn gekomen. Want dat waartoe besloten is, moet geschieden. 

 

Algemeen wordt aangenomen dat deze ‘koning’ identiek is aan de Mens der Wetteloosheid van Twee Thessalonicenzen 2. Zie svp het commentaar op vers 4 aldaar.

De GW 4788 is ook die van Ez 28:14 >> Jij bent de gezalfde cherub die beschut, en ik heb je gesteld.  Op de heilige berg van God bleek je te zijn. Te midden van vurige stenen wandelde je rond.

4788

Dn 11:37

En op de God van zijn vaderen zal hij geen acht geven; en op de begeerte der vrouwen en op elke andere god zal hij geen acht geven, maar boven iedereen zal hij zich grootmaken.

 

De GW 2560 is ook die van Jr 4:23. Ivm YHWH’s oordeel over afvallig Israël lezen we >> Ik zag het land, en zie! Leeg en woest; en naar de hemel, en zijn licht was niet meer.

Zie de gematriastudie Jeremia en de Eindtijd. Met name het commentaar op Jeremia 4, de vv 23 tm 25.

2560

Dn 11:38

Maar de god der vestingen zal hij in zijn positie heerlijkheid geven; en een god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij heerlijkheid geven door middel van goud en door middel van zilver en door middel van kostbaar gesteente en door middel van begeerlijke dingen.

 

Wie is de genoemde god der vestingen? De GW 2637 is ook die van Nm 20:21, waar de vijandigheid van Edom wordt vermeld tijdens de Exodus >> Edom weigerde dus Israël door zijn gebied te laten trekken. Daarom keerde Israël zich van hem af.

Vergelijk het commentaar op Maleachi 1:1-4, ivm Edoms bovennatuurlijke vijandschap.

2637

 

GW 9985 ≈≈ 1Kr 27:1 >> Wat de zonen van Israël betreft naar hun aantal, de hoofden van de vaderlijke huizen en de oversten van duizend en van honderd en hun beambten die de koning dienden in elke zaak van de afdelingen van hen die van maand tot maand, alle maanden van het jaar door, binnenkwamen en uitgingen, elke afdeling vierentwintig duizend.

 

En ook Mt 12:15 >> Toen Jezus [dit; dat de religieuze leiders hem wilden doden] te weten was gekomen, trok hij vandaar weg. Velen volgden hem eveneens en hij genas hen allen.

 

 

Dn 11:37

En op de God van zijn vaderen zal hij geen acht geven; en op de begeerte der vrouwen en op elke andere god zal hij geen acht geven, maar boven iedereen zal hij zich grootmaken.

2560

Dn 11:38

Maar de god der vestingen zal hij in zijn positie heerlijkheid geven; en een god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij heerlijkheid geven door middel van goud en door middel van zilver en door middel van kostbaar gesteente en door middel van begeerlijke dingen.

2637

 

GW 5197 ≈≈ Nh 10:38 >> En de priester, de zoon van Aäron, moet zich bij de Levieten bevinden wanneer de Levieten een tiende ontvangen; en de Levieten zelf dienen een tiende van de tiende naar het Huis van onze God te brengen, naar de eetzalen van het voorraadhuis.

 

Mt 21:39 en ook Mr 12:8 >> Derhalve grepen zij hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.

 

 

Dn 11:38

Maar de god der vestingen zal hij in zijn positie heerlijkheid geven; en een god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij heerlijkheid geven door middel van goud en door middel van zilver en door middel van kostbaar gesteente en door middel van begeerlijke dingen.

2637

Dn 11:39

En hij zal doeltreffend handelen tegen de zeer versterkte vestingen, tezamen met een buitenlandse god. Al wie [hem] erkenning heeft gegeven, zal hij overvloed van heerlijkheid verlenen, en hij zal hen werkelijk onder velen doen heersen; en grond zal hij uitdelen tegen een prijs.

 

De GW 3476 is ook die van Nahum 2:3 >> Het schild van zijn sterke mannen is rood geverfd; [zijn] mannen van vitale kracht zijn in karmozijnen stof gekleed. Met het vuur van ijzer is de strijdwagen op de dag dat hij zich gereedmaakt, en de [speren van hout van de] jeneverboom zijn tot trillen gebracht.

3476

 

GW 6113 ≈≈ Amos 3:12 >> Dit heeft YHWH gezegd: Net zoals de herder uit de muil van de leeuw twee schenkels of een stuk van een oor wegrukt, zo zullen de zonen van Israël worden weggerukt, degenen die in Samaria op een prachtig rustbed en op een Damascener divan zitten.

 

En ook Jh 3:33 >> Wie zijn getuigenis heeft aanvaard, heeft er zijn zegel op gedrukt dat God waarachtig is.

 

 

Dn 11:39

En hij zal doeltreffend handelen tegen de zeer versterkte vestingen, tezamen met een buitenlandse god. Al wie [hem] erkenning heeft gegeven, zal hij overvloed van heerlijkheid verlenen, en hij zal hen werkelijk onder velen doen heersen; en grond zal hij uitdelen tegen een prijs.

3476

Dn 11:40

En in de Eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal stellig de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken.  

 

Met de koning van het Zuiden werd in het verleden – toen Noord en Zuid om de hegemonie streden - Ptolemeüs de koning van Egypte aangeduid. Met Seleukos de koning van het Noorden.  

In de Eindtijd staan beide partijen opnieuw tegenover elkaar, maar dan binnen een tegenbeeldige, wereldomvattende,ja, universele setting!

 

Egypte vertegenwoordigt dan de wereldeconomie. Vergelijk daarvoor Jesaja 19.

Dát “Egypte” heeft dan niets in te brengen tegen de machtige, demonische koning van het Noorden.

Zie het commentaar dienaangaande hierboven, bij vers 36.

6154

 

GW 9630 ≈≈ Lk 24:31 >> Hun ogen dan werden volledig geopend en zij herkenden hem; en hij werd onzichtbaar voor hen.

En Hn 9:19 >> En hij [Saulus/Paulus] nam voedsel tot zich en werd versterkt. Gedurende enige dagen bleef hij bij de discipelen in Damaskus

 

 

Dn 11:40

En in de Eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal stellig de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken.   

6154

Dn 11:41

Ook zal hij het Sieraadland binnentrekken, en vele [landen] zullen tot struikelen worden gebracht. Maar deze zijn het die aan zijn hand zullen ontkomen: Edom en Moab en het voornaamste deel van de zonen van Ammon  

2837

Dn 11:42

En hij zal zijn hand blijven uitsteken tegen de landen; en wat het land Egypte betreft, het zal geen ontkomene blijken te zijn.

 

De vv 41 en 42 tezamen hebben GW 5202 ≈≈ Mt 13:53 >> Toen Jezus nu deze parabels had geëindigd, ging hij vandaar weg over land.  

2365

 

GW 11356 ≈≈ Rm 10:6 >> De rechtvaardigheid evenwel die uit geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in je hart: Wie zal opklimmen naar de hemel? Dat is: Om Messias te doen neerdalen.

 

En 1Ko 5:7 >> Zuivert het oude zuurdeeg uit opdat jullie een nieuw deeg mogen zijn, zoals jullie ongezuurd zijn. Want ook ons Pascha, [de] Messias werd geslacht.  

 

Terloops opgemerkt >> De GW van de vv 40 tm 43 tezamen bedraagt 13666. D.i 2 x  6833 ≈≈ Lk 1:3  >> dacht het ook mij goed, na alle dingen van meet af nauwkeurig te hebben nagegaan, [ze] in ordelijke samenhang aan je te schrijven, edele Theofilus. 

 

En Rm 10:4 >> Want Messias is einddoel der Wet tot rechtvaardigheid voor ieder die geloof oefent.

 

 

Dn 11:40

En in de tijd van [het] einde zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal stellig de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken.  

 

6154

Dn 11:41

Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken, en vele [landen] zullen tot struikelen worden gebracht. Maar deze zijn het die aan zijn hand zullen ontkomen: Edom en Moab en het voornaamste deel van de zonen van Ammon

2837

Dn 11:42

En hij zal zijn hand blijven uitsteken tegen de landen; en wat het land Egypte betreft, het zal geen ontkomene blijken te zijn. 

2365

Dn 11:43

En hij zal werkelijk heersen over de verborgen schatten van het goud en het zilver en over al de begeerlijke dingen van Egypte. En de Libiërs en de Ethiopiërs zullen hem op zijn schreden volgen.

2310

Dn 11:44

Maar er zullen berichten zijn die hem zullen ontstellen, van de opgang [der zon] en uit het Noorden, en hij zal stellig uitgaan in grote woede ten einde te verdelgen en velen aan de vernietiging prijs te geven.

 

2587

 

GW 16253 ≈≈ 1Jh 3:23 >> En dit is zijn gebod, dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Yeshua Mashiach, en elkaar liefhebben gelijk hij ons een gebod gegeven heeft.

Dn 11:43

En hij zal werkelijk heersen over de verborgen schatten van het goud en het zilver en over al de begeerlijke dingen van Egypte. En de Libiërs en de Ethiopiërs zullen hem op zijn schreden volgen.  

 

Opvallend dat hier de Libiërs en de Ethiopiërs worden vermeld!

Dit bewijst namelijk dat de actie van de koning van het Noorden – het binnentrekken van het Sieraadland (vers 41) - identiek is aan de aanval door Gog van het land Magog volgens Ezechiel 38 >>

 

3 Zeg: Zo zegt de Heer YHWH: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal!
4 Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren.

5 Bij hen zijn Perzen, Cusjieten en Puteeërs, allen met schild en helm.

 

2310

Dn 11:44

Maar er zullen berichten zijn die hem zullen ontstellen, van de opgang [der zon] en uit het Noorden, en hij zal stellig uitgaan in grote woede ten einde te verdelgen en velen aan de vernietiging prijs te geven.

2587

Dn 11:45

En hij zal zijn paleistenten planten tussen [de] grote zee en de heilige Sieraadberg; en hij zal volledig aan zijn eind moeten komen, en er zal geen helper voor hem zijn.  

1850

 

GW 6747 ≈≈ Jh 4:32 >> Maar hij zei tot hen: Ik heb voedsel te eten dat jullie niet kennen. 

 

Dn 11:45

En hij zal zijn paleistenten planten tussen [de] Grote zee en de heilige Sieraadberg. En hij zal volledig aan zijn einde moeten komen, en er zal geen helper voor hem zijn.

1850

 

GW 1850 ≈≈ Js 33:4 >> En je buit zal werkelijk bijeengeraapt worden [zoals] wanneer de kakkerlakken bijeenrapen, zoals de stormloop van sprinkhanenzwermen die op iemand losstormt.  

 

 

 

Daniël 12

 

Dn 12:1

In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die de zonen van uw volk terzijde staat. En er zal een tijd van grote benauwdheid zijn zoals er niet geweest is sinds er een natie is ontstaan tot op die tijd. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen, een ieder die geschreven wordt bevonden in het boek.

6655

Dn 12:2

En velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken. Dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading; tot eeuwige verachting.

3122

 

GW 9777 ≈≈ 2Kn 18:4 >> Hij [koning Hizkia] was het die de hoge plaatsen verwijderde en de heilige zuilen aan stukken brak en de heilige paal omhakte en de koperen slang die door Mozes gemaakt was, aan stukken sloeg; want tot in die dagen hadden de zonen van Israël er voortdurend offerrook voor gebracht, en men placht haar de koperen slang-afgod te noemen.

 

1Ko 11:29. Over de mistoestanden in Korinthe bij het Avondmaal, schreef de apostel >> Want hij die eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel als hij het lichaam niet naar waarde beoordeelt.  

 

2Ko 5:6 >> Daarom altijd vol goede moed zijnde en wetend dat wij, zolang wij thuis in het lichaam zijn, afwezig zijn van de Heer.

 

In Jeremia 30 wordt profetisch diezelfde Grote Verdrukking aangekondigd >>

 

Jr 30:6

Vraagt alstublieft en ziet of een man baart. Waarom dan heb ik iedere fysiek sterke man gezien met zijn handen op zijn lendenen als een barende vrouw, en zijn alle aangezichten bleek geworden?

3051

Jr 30:7

Wee! Want groot is die dag, zodat geen andere eraan gelijk is, en het is de tijd van benauwdheid voor Jakob. Maar hij zal zelfs daaruit worden gered.

1870

 

GW 4921 ≈≈ Lk 17:23. Toen hij zijn paroesie beschreef, vertelde Yeshua bij voorbaat ook het volgende >> En men zal tot jullie zeggen: Zie, hier! Of: Zie, daar! Gaat er niet heen en loopt er ook niet achteraan.

 

Dn 12:2

En velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken. Dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading; tot eeuwige verachting.

3122

Dn 12:3

En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel; en degenen die de velen tot rechtvaardigheid brengen als de sterren voor eeuwig en altijd.

2187

 

GW 5309 ≈≈ Jz 10:12 >> Toen was het dat Jozua ertoe overging tot YHWH te spreken, op de dag dat YHWH de Amorieten aan de zonen van Israël overleverde, en hij zei vervolgens voor de ogen van Israël: Zon, sta onbeweeglijk boven Gibeon, en maan, boven de laagvlakte van Ajalon.

 

En Ps 46:9 >> Hij doet oorlogen ophouden tot het uiteinde der aarde. De boog verbreekt hij en hij slaat de speer werkelijk aan stukken. De wagens verbrandt hij in het vuur.  

 

Dn 12:3

En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel; en degenen die de velen tot rechtvaardigheid brengen als de sterren voor eeuwig en altijd.

2187

Dn 12:4

En wat u betreft, Daniël, maak de woorden geheim en verzegel het boek tot de tijd van einde. Velen zullen her- en derwaarts gaan, en de kennis zal overvloedig worden.

4479

 

GW 6666 ≈≈ 2Sm 18:2 >> Voorts zond David het volk uit: een derde onder de hand van Joab en een derde onder de hand van Abisaï, de zoon van Zeruja, Joabs broer, en een derde onder de hand van Ittai, de Gathiet. Toen zei de koning tot het volk: Ook ík zal zonder mankeren met jullie uittrekken. 

 

1Kn 7:29 >> En op de zijwanden die tussen de dwarsbalken waren, waren leeuwen, stieren en cherubim, en op de dwarsbalken was het evenzo. Boven en onder de leeuwen en de stieren waren kransen van hangwerk. 

 

1Ko 1:5 >> Want in elk opzicht werden jullie [Korintische leden van Yeshua’s Gemeentelichaam]  verrijkt in hem, in alle woord en alle kennis.

 

1Tm 3:10 >> Laten ook dezen [dienaren binnen Yeshua’s Gemeentelichaam] eerst nauwkeurig onderzocht worden; laten zij vervolgens, als zij vrij van beschuldiging blijken, hun dienst vervullen.

 

Dn 12:3

En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel; en degenen die de velen tot rechtvaardigheid brengen als de sterren voor eeuwig en altijd.

2187

Dn 12:4

En wat u betreft, Daniël, maak de woorden geheim en verzegel het boek tot de tijd van einde. Velen zullen her- en derwaarts gaan, en de kennis zal overvloedig worden.

4479

Dn 12:5

En ik, Daniël, ik zag, en zie! Daar stonden twee anderen, één op de oever aan deze zijde van de stroom en de ander op de oever aan gindse zijde van de stroom.

3876

 

GW 10542 ≈≈ Hn 4:8 >> Toen zei Petrus, vervuld met de heilige geest, tot hen: Oversten van het volk en Oudsten.

 

Dn 12:5

En ik, Daniël, ik zag, en zie! Daar stonden twee anderen, één op de oever aan deze zijde van de stroom en de ander op de oever aan gindse zijde van de stroom.

3876

Dn 12:6

Toen zei één tot de in het linnen geklede man, die boven de wateren van de stroom was: Hoe lang [zal het duren] tot het einde van de wonderbare dingen?

3260

 

GW 7136 ≈≈ 1Ko 7:3 >> Laat de man aan de vrouw het verschuldigde toekomen, maar evenzo ook de vrouw aan de man.

 

Dn 12:7

Nu hoorde ik de in het linnen geklede man, die boven de wateren van de stroom was, terwijl hij vervolgens zijn rechter en zijn linker[hand] ten hemel ophief en zwoer bij Degene die voor altijd leeft: Het zal zijn voor een bestemde tijd, bestemde tijden en een halve. En zodra er een eind zal zijn gemaakt aan het verpletteren van de macht van het heilige volk, zullen al deze dingen een einde nemen.

6595

 

GW 6595 ≈≈ Ex 10:2 >> En opdat gij [Mozes] ten aanhoren van uw zoon en uw kleinzoon kunt bekendmaken hoe streng ik tegen Egypte ben opgetreden, en mijn tekenen die ik onder hen heb gevestigd. En jullie zullen weten dat ik YHWH ben.

 

Mr 13:30 >> Voorwaar, ik zeg jullie dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan voordat al deze dingen geschieden.

 

Jh 4:31 >> Ondertussen drongen de leerlingen bij hem aan en zeiden: Rabbi, eet.  

 

Dn 12:8

Ik nu hoorde het wel, maar ik begreep [het] niet, zodat ik zei: Mijn heer, wat zal het laatst zijn van deze dingen?

2004

Dn 12:9

Vervolgens zei hij: Ga heen, Daniël, want de woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van [het] einde.

2481

Dn 12:10

Velen zullen zich reinigen en wit maken en zullen gelouterd worden. En de goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen der goddelozen zal [het] verstaan; maar zij die inzicht hebben, zullen [het] verstaan.

4497

 

GW 8982 ≈≈ 1Th 5:8 >> Maar laten wij die tot de dag behoren nuchter zijn, een borstharnas van geloof en liefde aanhebbend en [als] helm hoop der redding.

 

Dn 12:11

En vanaf de tijd dat het voortdurende [offer] verwijderd is en de verwoestende gruwel is opgericht, zullen er 1290 dagen zijn. 

4486

 

GW 4486 ≈≈ Ez 34:21 >> Omdat jullie [de slechte Joodse ‘herders’] met flank en met schouder bleven wegdringen en met jullie hoorns bleven stoten allen die ziek geworden waren, totdat jullie hen naar buiten hadden verstrooid.

Jh 12:45 >> En hij die mij aanschouwt, aanschouwt [ook] hem die mij zond.

 

Dn 12:12

Gelukkig hij die blijft verwachten en die de 1335 dagen bereikt!

3045

 

GW 3045 ≈≈ Ex 8:1 >> Toen zei YHWH tot Mozes: Ga bij Farao binnen, en gij moet tot hem zeggen: Dit heeft YHWH gezegd: Zend mijn volk heen, opdat zij mij dienen. 

 

2Sm 16:16 >> In zijn pogingen Absalom te misleiden en de raad van de verrader Achitofel te verijdelen, ging Husai aldus te werk: Nu gebeurde het dat zodra Husai, de Arkiet, Davids metgezel, bij Absalom kwam, Husai voorts tot Absalom zei: Leve de koning! Leve de koning!

 

Jb 3:5 >> Sprekend over de dag waarop hij geboren werd, zei Job, in zijn lijden een voorafbeelding van lijdend Israël: Laten duisternis en diepe schaduw hem opeisen. Laat er een regenwolk over vertoeven. Laat al wat een dag verduistert, hem schrik aanjagen.

 

Hs 5:8 >> Blaast een hoorn in Gibea, een trompet in Rama! Heft een strijdkreet aan te Beth-Aven — achter u, o Benjamin!

Zie ook de gematriastudie Hosea 5.

 

Dn 12:11

En vanaf de tijd dat het voortdurende [offer] verwijderd is en de verwoestende gruwel is opgericht, zullen er 1290 dagen zijn. 

4486

Dn 12:12

Gelukkig hij die blijft verwachten en die de 1335 dagen bereikt!

3045

 

Opgeteld GW 7531 ≈≈ Nm 35:8 >> De steden die jullie zullen geven, zullen uit de bezitting der zonen van Israël zijn. Van die er veel heeft, zullen jullie er veel nemen, en van die er weinig heeft, zullen jullie er weinig nemen. Een ieder zal naar gelang van zijn erfdeel dat hij in bezit zal nemen, enige van zijn steden aan de levieten geven.

 

Hn 24:4 >> Maar om u niet langer op te houden, smeek ik [Tertullus, die Paulus vijandig gezind was] u zo welwillend te zijn ons kort aan te horen.

 

Vooral Nm 35:8 is in relatie tot Daniël 12 belangrijk. Waarom?

Omdat we in Numeri 35 lezen over Gods regeling in verband met de 48 Levietensteden, waarvan er 6 de unieke bestemming kregen om als toevlucht te dienen voor de onopzettelijke doodslager.

Ten behoeve van Israëlieten die per ongeluk, dus onopzettelijk, iemand doodden, trof God goedgunstig een regeling in de vorm van die zes steden. Nadat zij het Beloofde Land waren binnengegaan werden die steden dan ook in gehoorzaamheid aan God gebouwd, zes in totaal, regelmatig over het Land verdeeld.

Zie Nm 35:9-34 en Jz 20:2-9.


In de LXX-versie wordt het werkwoord katafeugoo gebruikt om de vlucht van de doodslager naar de Vrijstad aan te geven. Zie Nm 35:25-26 en Jz 20:9.
In die Vrijstad moest hij blijven tot de dood van de hogepriester die in functie was; zijn verblijf aldaar beschermde hem tegen de wraak van de bloedwreker, de naaste verwant van degene die was omgekomen.

De achterliggende gedachte bij die regeling heeft Mozes in Dt 19:10 geformuleerd: Opdat het land niet met onschuldig bloed verontreinigd werd en er geen bloedschuld op het volk zou komen.
Zelfs indien iemand een onopzettelijke doodslager was, moest hij in principe ter dood gebracht worden op grond van Gods verordening: Al wie het bloed van een mens vergiet, diens eigen bloed zal door de mens vergoten worden.
Slechts dankzij Gods barmhartige voorziening kon een onopzettelijke doodslager de wijk nemen naar één van de toevluchtsteden (Dt 19:4-5).

 

Welnu, God heeft in de Messias de ware regeling van redding beschikbaar gesteld welke hij ondermeer liet afbeelden door de ‘Vrijsteden’.
In het oude Israël was de regeling in schaduw voorhanden (Hb 10:1), maar pas wanneer een onopzettelijke doodslager in de stad zijn toevlucht zocht en er ook werkelijk in bleef, was hij veilig voor de bloedwreker.

Want in de vrijstad zal hij moeten wonen tot de dood van de hogepriester, en na de dood van de hogepriester zal de doodslager naar het land zijner bezitting mogen terugkeren.
Nm 35:28; nbg

Messias Jezus is het eigenlijke Zelf van het ware Israël van God; in hem krijgen al de schaduwen of voorafbeeldingen van de Wet hun volledige betekenis. Eerst wanneer men in geloof met hem verbonden raakt, krijgt iemand deel aan de voorzieningen van God die in zijn Zoon hun volle uitwerking hebben; de telkens terugkerende gedachte in het Johannes’ Evangelie: Blijft in mij en ik in jullie (Jh 15:4)


Zie: De Toevluchtsstad in tegenbeeld

 

Dn 12:12

Gelukkig hij die blijft verwachten en die de 1335 dagen bereikt!

3045

Dn 12:13

Maar jij [Daniël] moet doorgaan tot het einde. Je zult rusten en opstaan tot je bestemming aan het einde der dagen.

2290

 

GW 5335 ≈≈ Gl 3:7 >> Jullie weten heus wel: Zij die uit geloof [zijn], die zijn zonen van Abraham.

 

Dn 12:13

Maar jij [Daniël] moet doorgaan tot het einde. Je zult rusten en opstaan tot je bestemming aan het einde der dagen.

2290

 

GW 2290 ≈≈ Rc 9:22 >> En Abimelech bleef drie jaar de vorst over Israël spelen. 

 

2Sm 16:12 >> Misschien zal YHWH met zijn oog zien en zal YHWH mij werkelijk het goede vergelden in plaats van zijn vrvloeking [van de Benjaminiet Simeï] deze dag. 

 

2Sm 17:5 >> Absalom zei echter: Roep ook Husai, de Arkiet, en laat ons eens horen wat er in zijn, ja zijn mond is.

Heel opvallend dat er in de gematria-context al minstens drie verwijzingen zijn naar de staatsgreep van Absalom!

Ps 78:61 >> Hij [YHWH Elohim in zijn oordeel over afvallig Israël] gaf zijn sterkte over in gevangenschap, en zijn luister in de hand van de tegenstander.

 

Jh 19:22 >> Pilatus antwoordde: Wat ik heb geschreven [Jezus de Nazarener, de koning der Joden], heb ik geschreven.