Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

1 Koningen 17

YHWH contra Baäl

 

Voor de Bijbelse getallenleer (gematria) verwijzen we de lezer naar naar de studie Spraakverwarring en Tijden der Heidenen.

 

1 Koningen 17

1 Koningen 18

1 Koningen 19

2 Koningen 2

2 Koningen 9

2 Koningen 10

 

1 Koningen 17

 

1Kn 17:1

En Elia, de Tisbiet, uit de bewoners van Gilead, zei voorts tot Achab: Zo waar YHWH, de God van Israël, leeft, ja, voor wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen vallen, behalve op bevel van mijn woord!   

 

 

De GW 4978 is ook die van 1) Js 30:15 >>

 

Want dit heeft de Heer YHWH, de Heilige Israëls, gezegd: Door ommekeer en rust zullen jullie worden gered. Jullie kracht zal eenvoudig gelegen blijken te zijn in rustig blijven en in vertrouwen. Maar jullie hebben het niet gewild.

 

2.) 2Ko 11:5 >>

 

Toch meen ik dat ik in niets ben achtergebleven bij die buitengewone apostelen.

 

4978

1Kn 17:2

Het woord van YHWH kwam nu tot hem en luidde:

581

1Kn 17:3

Ga hier vandaan, en je moet je naar het Oosten wenden en je verbergen bij het stroomdal van de Krith, dat ten Oosten van de Jordaan is.

3693

1Kn 17:4

En het moet geschieden dat je uit het stroomdal dient te drinken, en de raven zal ik stellig gebieden je daar van voedsel te voorzien.

 

De GW 3004 is ook die van Gn 27:28 >>

 

En moge God jou de dauw van de hemel geven en de vruchtbare bodem der aarde en een overvloed van koren en nieuwe wijn.

 

In het geval van Elia gebruikte YHWH Elohim onreine, aasetende vogels om Elia te voeden.

 

 

Zie voor de betekenis daarvan in de Eindtijd de studie >> Elia, een mens van de zelfde gevoelens als wij.

 

3004

 

GW 12256 ≈≈ Hb 12:28 >> Daarom, in bezit nemend een niet te schudden koninkrijk, laten wij voortgaan liefderijke gunst te hebben, waardoor wij dienst voor God verrichten op een voor hem welgevallige wijze, met godvruchtige vrees en ontzag.  

 

1Kn 17:5

Onmiddellijk ging hij heen en deed overeenkomstig het woord van YHWH, en zo ging hij wonen bij het stroomdal van de Krith, dat ten Oosten van de Jordaan is.  

2818

1Kn 17:6

En de raven zelf brachten hem ’s ochtends brood en vlees en ’s avonds brood en vlees, en uit het stroomdal dronk hij steeds.

3132

1Kn 17:7

Maar na verloop van enkele dagen gebeurde het dat het stroomdal opdroogde, omdat er geen stortregen op de aarde was gevallen.

1499

 

GW 7449 ≈≈ Ez 32:2 >> Mensenzoon, hef een klaaglied aan betreffende Farao, de koning van Egypte, en jij moet tot hem zeggen: Als een manen dragende jonge leeuw van de Heidenvolken zijt gij tot zwijgen gebracht. En gij zijt geweest gelijk het zeemonster in de zeeën, en gij bleeft gebruis veroorzaken in uw rivieren en bleeft de wateren vertroebelen met uw poten en hun rivieren bevuilen.

 

1Kn 17:7

Maar na verloop van enkele dagen gebeurde het dat het stroomdal opdroogde, omdat er geen stortregen op de aarde was gevallen.

1499

1Kn 17:8

Het woord van YHWH kwam nu tot hem en luidde:

581

1Kn 17:9

Sta op, ga naar Sarfath, dat aan Sidon behoort, en daar moet je wonen. Zie! Ik zal daar stellig een vrouw, een weduwe, gebieden jou van voedsel te voorzien.

4218

 

GW 6298 ≈≈ Jr 17:8 >> En hij [die volledig op YHWH Elohim vertrouwt] zal stellig worden als een boom geplant bij de wateren, die zijn wortels uitslaat vlak bij de waterloop; en hij zal niet zien wanneer er hitte komt, maar zijn loof zal werkelijk welig blijken te zijn. En in een jaar van droogte zal hij niet bezorgd worden, noch zal hij nalaten vrucht voort te brengen.

 

Ook Jh 17:16 >> Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.

 

En Rm 15:2 >> Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede, tot opbouw.

 

Plus

1Kn 17:10

Bijgevolg stond hij op en ging naar Sarfath en kwam bij de ingang van de stad; en zie! een vrouw, een weduwe, was daar juist stukken hout aan het sprokkelen. Hij dan riep haar toe en zei: Haal mij alstublieft in een vat een slokje water, opdat ik kan drinken.

 

 

5820

 

GW 6298 + 5820 = 12118 ≈≈ 1Pt 1:24 >> Immers: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van het gras. Het gras is verdord en de bloem afgevallen.

 

Treffend voor die toenmalige situatie te Sarfath.

 

1Kn 17:9

Sta op, ga naar Sarfath, dat aan Sidon behoort, en daar moet je wonen. Zie! Ik zal daar stellig een vrouw, een weduwe, gebieden jou van voedsel te voorzien.

4218

1Kn 17:10

Bijgevolg stond hij op en ging naar Sarfath en kwam bij de ingang van de stad; en zie! een vrouw, een weduwe, was daar juist stukken hout aan het sprokkelen. Hij dan riep haar toe en zei: Haal mij alstublieft in een vat een slokje water, opdat ik kan drinken.

5820

1Kn 17:11

Toen zij daarop heenging om het te halen, riep hij haar vervolgens toe en zei: Breng mij alstublieft een stukje brood in uw hand mee.

2447

 

GW 12485 ≈≈ 1Jh 3:14 >> Wat ons betreft, wij weten dat wij uit de dood zijn overgegaan in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood.

 

 

1Kn 17:12

Daarop zei zij: Zo waar YHWH, uw God, leeft, ik heb geen ronde koek, alleen maar een handvol meel in de grote kruik en een beetje olie in de kleine kruik; en zie, ik ben een paar stukken hout aan het sprokkelen, en ik moet iets voor mijzelf en mijn zoon gaan klaarmaken, en wij zullen het moeten eten en sterven.

 

GW 6633 is rijk aan Schriftverwijzingen >>

 

Gn 28:15 >> En zie, ik ben met je en ik wil je behoeden, overal waar je gaat, en ik wil je naar deze grond terugbrengen, want ik zal je niet verlaten totdat ik metterdaad heb gedaan wat ik tot je gesproken heb.

 

Zc 1:7 >> Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, dat is de maand Sjebat, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van YHWH tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo,  de profeet, hetwelk luidde:

 

Zc 14:2 >> En ik zal stellig alle Heidenvolken tegen Jeruzalem ten oorlog vergaderen; en de stad zal werkelijk ingenomen worden en de huizen zullen geplunderd worden, en de vrouwen zelf zullen verkracht worden. En de helft van de stad moet wegtrekken in ballingschap; maar wat de overgeblevenen van het volk betreft, zij zullen niet afgesneden worden van de stad.

 

Lk 4:10 >> Want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal hij bevel geven aangaande jou om je te behoeden. 

 

6633

1Kn 17:13

Toen zei Elia tot haar: Wees niet bevreesd. Ga, doe overeenkomstig je woord. Maak van wat er is alleen eerst een kleine ronde koek voor mij, en je moet mij die hier brengen, en voor jezelf en je zoon kun je daarna iets klaarmaken.

5025

 

GW 11658 ≈≈ Mt 20:28 >> Evenals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen.

 

Jh 11:19 >> Velen van de Joden waren dan ook naar Martha en Maria gekomen om hen te troosten betreffende hun broer. 

 

Gl 1:13 >> Jullie hoorden immers van mijn levenswijze destijds in het Jodendom, dat ik de Gemeente van God bovenmate placht te vervolgen en haar wilde verwoesten. 

 

 

1Kn 17:13

Toen zei Elia tot haar: Wees niet bevreesd. Ga, doe overeenkomstig je woord. Maak van wat er is alleen eerst een kleine ronde koek voor mij, en je moet mij die hier brengen, en voor jezelf en je zoon kun je daarna iets klaarmaken.

5025

1Kn 17:14

Want dit heeft YHWH, de God van Israël, gezegd: De grote kruik met meel, die zal niet uitgeput raken, en de kleine kruik met olie, die zal niet leeg raken tot de dag dat YHWH een stortregen geeft op de oppervlakte van de aardbodem.

 

Voor GW 4884, zie ook Jh 12:30 >> Yeshua gaf ten antwoord: Deze stem is niet ter wille van mij geschied, maar ter wille van jullie.

 

4884

1Kn 17:15

Zij ging dus heen en deed overeenkomstig Elia’s woord; en dagenlang bleef zij eten, zij tezamen met hem en haar huisgezin.

 

Opmerkelijk dat GW 2529 ook wordt aangetroffen in Nm 30:9, waar de zelfstandigheid van de weduwe wordt erkend >> Wat de gelofte van een weduwe of een gescheiden vrouw betreft, alles wat zij haar ziel heeft opgelegd, zal voor haar van kracht zijn.

 

2529

 

GW 12438 ≈≈ Jh 18:39 >> Bovendien bestaat er bij jullie een gebruik dat ik jullie op het Pascha iemand vrijlaat. Wenst jullie daarom dat ik jullie de koning der Joden vrijlaat?

 

 

1Kn 17:15

Zij ging dus heen en deed overeenkomstig Elia’s woord; en dagenlang bleef zij eten, zij tezamen met hem en haar huisgezin.

2529

1Kn 17:16

Ja, de grote kruik met meel raakte niet uitgeput en de kleine kruik met olie raakte niet leeg, overeenkomstig YHWH’s woord dat hij door bemiddeling van Elia gesproken had.

2968

 

GW 5497 ≈≈ Ez 1:11; geeft blijkbaar te kennen dat in de Eindtijd-vervulling het tegenbeeld voortduurt tot YHWH Elohim komt voor het oordeel >> Zo waren hun gezichten. En hun vleugels waren naar boven uitgespreid. Elk had er twee die met elkaar verbonden waren, en twee bedekten hun lichaam.

 

Gaebelein >> The vision then indicated the presence of the God of Israel and his glory, ready to deal in judgment with his apostate people. The living creatures are the same as mentioned and seen in Revelation 4.

 

1Kn 17:17

Nu gebeurde het na deze dingen dat de zoon van de vrouw, de meesteres van het huis, ziek werd, en zijn ziekte werd zo ernstig dat er geen adem in hem overbleef.

3782

 

1Kn 17:18

Daarop zei zij tot Elia: Wat heb ik met u te maken, o man van de God? Gij zijt bij mij gekomen om mijn dwaling in herinnering te brengen en mijn zoon ter dood te brengen.

3480

1Kn 17:19

Maar hij zei tot haar: Geef mij je zoon. Toen nam hij hem van haar boezem en droeg hem naar het dakvertrek, waar hij woonde, en legde hem op zijn eigen rustbed.

3921

1Kn 17:20

Nu riep hij tot YHWH en zei: O YHWH, mijn God, moet gij ook de weduwe bij wie ik als vreemdeling vertoef, kwaad berokkenen, door haar zoon ter dood te brengen? 

4132

1Kn 17:21

Vervolgens strekte hij zich driemaal over het kind uit en riep tot YHWH en zei: O YHWH, mijn God, laat toch alstublieft de ziel van dit kind in hem terugkeren.

3843

 

GW 15376 ≈≈ Lk 9:13 >> Maar hij zei tot hen: Geeft jullie hun te eten. Zij echter zeiden: Er zijn voor ons niet meer dan vijf broden en twee vissen, tenzij wij voedsel gaan kopen voor al dit volk.

 

Hierna werden de 5000 gespijzigd.

 

 

1Kn 17:22

Ten slotte luisterde YHWH naar Elia’s stem, zodat de ziel van het kind in hem terugkeerde en het tot leven kwam. 

2271

1Kn 17:23

Nu nam Elia het kind en bracht het van het dakvertrek naar beneden in huis en gaf het aan zijn moeder; en Elia zei toen: Zie, je zoon leeft.

 

 

De GW 2653 is ook die van Jr 50:5.

Binnen een context waarin de ondergang van Babel wordt aangekondigd,

Lezen we vanaf vers 4 >>

 

In die dagen en in die tijd, is de uitspraak van YHWH, zullen de zonen van Israël komen, zij en de zonen van Juda tezamen. Zij zullen gaan, wenend onder het gaan, en YHWH, hun God, zullen zij zoeken. Vers 5 >> Naar Sion zullen zij de weg blijven vragen, met hun gezicht in die richting: Komt en laten wij ons aansluiten bij YHWH in een voor onbepaalde tijd durend verbond dat niet vergeten zal worden.

 

Zie de gematria behandeling van Jeremia 50.

 

 

 

2653

1Kn 17:24

Daarop zei de vrouw tot Elia: Ja, nu weet ik werkelijk dat gij een man Gods zijt en dat YHWH’s woord in uw mond waar is.

 

Uiteraard geldt dit [voortreffelijke] standpunt voor elk profetisch woord!

Zoals eveneens de profetie van Nahum 3:5 – ook GW 3646 - ten opzichte van Ninevé >>

 

Zie! Ik ben tegen je, luidt de uitspraak van YHWH der legerscharen, en ik zal je slippen, die je tot bedekking dienen, over je gezicht trekken, en ik wil Heidenvolken je naaktheid doen zien, en koninkrijken je oneer.

 

3646

 

GW 8570 ≈≈ 2Ko 10:10 >> Want zo zegt men: De brieven zijn weliswaar gewichtig en krachtig maar de lichamelijke aanwezigheid zwak en het woord verachtelijk.

 

En 1Pt 4:12 >> Geliefden, laat het [louterend] vuur onder jullie dat tot jullie beproeving geschiedt, jullie niet bevreemden alsof jullie iets vreemds overkomt.

 

 

1 Koningen 18

 

1Kn 18:1

Nu geschiedde het [na] vele dagen dat in het derde jaar YHWH’s eigen woord tot Elia kwam, dat luidde: Ga, vertoon je aan Achab, daar ik van plan ben regen te geven op de oppervlakte van de aardbodem.

3717

1Kn 18:2

Bijgevolg ging Elia heen om zich aan Achab te vertonen, terwijl de hongersnood zwaar was in Samaria.

1799

1Kn 18:3

Intussen riep Achab Obadja, die over de huishouding ging. (Obadja zelf nu had er blijk van gegeven iemand te zijn die YHWH ten zeerste vreesde.

2281

 

GW 7797 ≈≈ Hn 13:18 >> En gedurende een periode van ongeveer veertig jaar heeft hij hun manier van optreden in de wildernis verdragen.

 

Plus vers 4 >>

 

1Kn 18:4

Daarom gebeurde het dat toen Izebel YHWH’s profeten afsneed, Obadja voorts honderd profeten nam en hen vijftig bij vijftig in een grot verborgen hield, en hij voorzag hen van brood en water.) 

3011

 

GW 7797 + 3011 = 10808 ≈≈ Hn 28:28 >>  Het zij jullie daarom bekend dat dit, het middel waardoor God redt, tot de Heidenvolken is uitgezonden; zij zullen er stellig naar luisteren.

 

1Kn 18:5

Vervolgens zei Achab tot Obadja: Trek het land door naar alle waterbronnen en naar alle stroomdalen. Misschien vinden wij groen gras, opdat wij de paarden en muildieren in het leven kunnen houden en er niet van de beesten afgesneden behoeven te worden. 

3177

1Kn 18:6

Zij verdeelden dus het land onder elkaar om erdoor te trekken. Achab zelf ging alleen de ene weg op, en wat Obadja betreft, die ging alleen de andere weg op. 

2028

 

GW 5205 ≈≈ Dn 7:24 >> En wat de tien hoorns aangaat, uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan; en nog een ander zal er na hen opstaan, en hijzelf [de Romeinse Kleine hoorn] zal verschillend zijn van de eersten, en drie koningen zal hij vernederen. 

 

Zie >> Daniël 7.

 

1Kn 18:7

Terwijl Obadja voortging op de weg, zie, daar kwam Elia hem tegemoet. Hij herkende hem terstond en viel op zijn aangezicht en zei: Zijt gij het, mijn heer Elia?

 

 

2625

1Kn 18:8

Hierop zei hij tot hem: Ik ben het. Ga, zeg tot uw heer: Elia is er.

872

1Kn 18:9

Maar hij zei: Welke zonde heb ik begaan dat gij uw knecht in de hand van Achab zoudt geven om mij ter dood te brengen?

2736

 

GW 6233 ≈≈ 2Sm 21:1 >> Nu ontstond er in de dagen van David een hongersnood, drie jaar lang, jaar op jaar; en David ging het aangezicht van YHWH raadplegen. Toen zei YHWH: Op Saul en op zijn Huis rust bloedschuld, omdat hij de Gibeonieten ter dood gebracht heeft.   

 

 

1Kn 18:10

Zo waar YHWH, uw God, leeft, er is geen volk of koninkrijk waar mijn Heer u niet heeft laten zoeken. Nadat men had gezegd: Hij is er niet, liet hij het koninkrijk en het volk zweren dat zij u niet konden vinden.

4254

1Kn 18:11

En nu zegt gij: Ga, zeg tot uw Heer: Eli̱a is er. 

1646

1Kn 18:12

En het zal stellig geschieden dat wanneer ík van u wegga, dan YHWH’s geest u zal wegvoeren, zonder dat ik zal weten waarheen; en ik zal het Achab zijn komen melden, en hij zal u niet vinden, en hij zal mij stellig doden, daar uw knecht zelf van zijn jeugd af YHWH heeft gevreesd.

 

Js 36:5 heeft ook GW 3978 >> Waar we vernemen dat Rabsaké, de spreekbuis van Sanherib, dreigende taal tot Israël uit: Zegt tegen Hizkia: Dit heeft de grote koning, de koning van Assyrië, gezegd: „Wat is dit voor een vertrouwen dat gij hebt gekoesterd? 

 

Vers 5 >> Gij hebt gezegd (doch het is het woord van de lippen): Er is raad en macht tot de oorlog. Op wie hebt gij nu uw vertrouwen gesteld, dat gij tegen mij hebt gerebelleerd?

 

3978

 

GW 9878 ≈≈ Jh 8:29 >> En hij die mij gezonden heeft, is met mij; hij heeft mij niet aan mijzelf overgelaten, omdat ik altijd de dingen doe die hem behagen. 

 

 

1Kn 18:13

Is het mijn heer niet verteld wat ik gedaan heb toen Izebel de profeten van YHWH doodde, hoe ik sommigen van de profeten van YHWH, honderd man, vijftig bij vijftig in een grot verborgen hield en hen van brood en water bleef voorzien?  

4854

1Kn 18:14

En nu zegt gij: Ga, zeg tot uw Heer: Elia is er. En hij zal mij stellig doden. 

1920

1Kn 18:15

Elia zei echter: Zo waar YHWH der legerscharen leeft, ja, voor wiens aangezicht ik sta,  vandaag zal ik mij aan hem vertonen.

2398

 

GW 9172 ≈≈ 1Th 2:12 >> Wij vermaanden en bemoedigden en betuigden dat jullie waardig zouden wandelen de God die jullie roept tot zijn eigen koninkrijk en heerlijkheid.

 

1Kn 18:16

Bijgevolg ging Obadja Achab tegemoet en deelde het hem mee; en dus ging Achab Elia tegemoet.

1826

1Kn 18:17

Nu geschiedde het dat zodra Achab Elia zag, Achab onmiddellijk tot hem zei: Zijt gij het, gij die de banvloek over Israël brengt?

2693

1Kn 18:18

Daarop zei hij: Ik heb niet de banvloek over Israël gebracht, maar gij en het Huis van uw vader, doordat jullie de geboden van YHWH hebben verlaten en de Baäls zijn gaan volgen.

 

GW 4794 is ook die van:

Mt 24:28 >> Waar maar ook het dode lichaam is, daar zullen de arenden vergaderd worden.

Mr 14:17 >> Nadat de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf.

Rm 15:11 >> En wederom: Looft de Heer, alle Heidenen, en prijst hem, alle volken!

 

4794

 

GW 9313 ≈≈ Ef 1:5 >> In liefde heeft hij ons tevoren tot zoonschap voor zichzelf bestemd, door Yeshua Masjiach, naar het welbehagen van zijn wil.

 

1Kn 18:19

En nu, zend heen, breng heel Israël bij mij op de berg Karmel bijeen en ook de vierhonderd vijftig profeten van Baäl en de vierhonderd profeten van de heilige paal,  die aan de tafel van Izebel eten.

6095

1Kn 18:20

Toen zond Achab een boodschap onder alle zonen van Israël en bracht de profeten op de berg Karmel bijeen.

2279

1Kn 18:21

Nu trad Elia op het gehele volk toe en zei: Hoe lang zullen jullie nog op twee verschillende gedachten hinken? Indien YHWH de [ware] God is, gaat hem volgen; maar is het Baäl, gaat hem volgen. En het volk zei hem geen woord terug.

 

GW 4827 wordt aangetroffen in drie andere vv >> 2Kr 14:11; Js 57:4 en Hs 2:5.

Steeds staat Israël voor de vraag op welke God zal ze vertrouwen?

 

4827

 

GW 13201 ≈≈ 1Pt 1:22 >> Jullie zielen gezuiverd hebbend in de gehoorzaamheid der waarheid tot ongeveinsde broederliefde, moet gij elkaar vanuit [het] hart bestendig liefhebben.

 

1Kn 18:22

Vervolgens zei Elia tot het volk: Ikzelf ben als profeet van YHWH overgebleven, ik alleen, terwijl de profeten van Baäl met vierhonderd vijftig man zijn. 

3368

1Kn 18:23

Laat men ons nu twee jonge stieren geven, en laten zij zich één jonge stier uitkiezen en die in stukken snijden en op het hout leggen, maar zij dienen er geen vuur bij te doen. En ík zal de andere jonge stier gereedmaken, en ik moet die op het hout leggen, maar ik zal er geen vuur bij doen. 

6791

1Kn 18:24

En jullie moeten de naam van jullie god aanroepen, en ik voor mij zal de naam van YHWH aanroepen; en het moet geschieden dat de God die door vuur antwoordt, de [ware] God is. Hierop antwoordde het gehele volk en zei: De zaak is goed.

3883

 

GW 10542 ≈≈ Hn 4:8 >> Toen zei Petrus, vervuld met heilige geest, tot hen: Regeerders van het volk en oudsten.

 

Moeten we hieruit concluderen dat de toenmalige religieuze, elitaire bovenlaag van het volk Israël vergeleken kon worden met de dienaren van Baäl?  

 

 

1Kn 18:25

Nu zei Elia tot de profeten van Baäl: Kiezen jullie één jonge stier uit en maakt hem eerst gereed, want jullie zijn in de meerderheid; en roept de naam van jullie god aan, maar jullie mogen er geen vuur bij doen. 

4649

1Kn 18:26

Bijgevolg namen zij de jonge stier die hij hun gaf. Toen maakten zij hem gereed, en zij bleven van de ochtend tot de middag de naam van Baäl aanroepen en zeiden: O Baäl, antwoord ons! Maar er was geen stem en niemand antwoordde. En zij bleven om het altaar hinken dat zij gemaakt hadden.

5990

 

GW 10639 ≈≈ Mr 4:24 >> Voorts zei hij tot hen: Schenkt aandacht aan hetgeen jullie horen. Met de maat waarmee jullie meten, zal men jullie meten, ja, er zal voor jullie nog meer aan worden toegevoegd.

 

1Kn 18:27

Nu gebeurde het op de middag dat Elia de spot met hen ging drijven en zei: Roept met luider stem, want hij is een god; want hij moet zich wel met iets bezighouden, en hij moet zijn behoefte doen en zich afzonderen. Of misschien slaapt hij wel en dient hij wakker te worden! 

 

Dn 8:9 heeft ook GW 3455 >> En uit een van die kwam nog een hoorn voort, een kleine, en hij bleef in aanzienlijke mate groter worden naar het Zuiden en naar de opgang [der zon] en naar het Sieraad.

 

De Antichristelijke macht van de Eindtijd – de Hellenistische Kleine hoorn; de koning met bars gelaat en bedreven in listen  - is vergelijkbaar met de pseudo-god Baäl.

Zie de gematriastudie Daniël 8.

 

3455

 

 

1Kn 18:28

Toen riepen zij met luider stem en maakten zich naar hun gewoonte insnijdingen met dolken en met lansen, totdat zij dropen van het bloed. 

 

Opvallend dat we in Ps 102:17, eveneens met GW 3023, over het gebed lezen >> Hij zal zich stellig wenden tot het gebed van hen die berooid zijn, en hun gebed niet verachten.

 

3023

1Kn 18:29

Nu geschiedde het dat zodra de middag voorbij was en zij zich als profeten bleven gedragen tot het opstijgen van het graanoffer, er geen stem was en er niemand antwoordde en er geen aandacht werd geschonken.

2730

 

GW 5753 ≈≈ Mr 4:2 >> Hij dan ging hun vele dingen leren in de vorm van parabels en zei tot hen in zijn onderwijs.

 

1Kn 18:30

Ten slotte zei Elia tot het gehele volk: Treedt op mij toe. Heel het volk trad dus op hem toe. Toen ging hij ertoe over het altaar van YHWH dat omvergehaald was, te herstellen. 

2448

1Kn 18:31

Elia dan nam twaalf stenen, naar het getal van de stammen der zonen van Jakob, tot wie YHWH’s woord was gekomen dat luidde: Israël zal uw naam worden.

4571

1Kn 18:32

Vervolgens bouwde hij van de stenen een altaar in de naam van YHWH en maakte rondom het altaar een geul met ongeveer een oppervlakte die met twee sea-maten zaad bezaaid kon worden. 

3279

 

GW 10298 ≈≈ Ef 1:9 >> Hij heeft ons namelijk het geheimenis van zijn wil bekend gemaakt, naar zijn welbehagen, dat hij zich had voorgenomen in hem.

 

1Kn 18:33

Daarna schikte hij de stukken hout en sneed de jonge stier in stukken en legde hem op de stukken hout. Nu zei hij: Vult vier grote kruiken met water en giet die uit over het brandoffer en over de stukken hout. 

2753

1Kn 18:34

Toen zei hij: Doet het nog eens. Zij deden het dus nog eens. Maar hij zei: Doet het voor de derde keer. Zij deden het dus voor de derde keer.

4049

 

GW 6802 ≈≈ Mr 7:14 >> En na de menigte weer tot zich te hebben geroepen, zei hij voorts tot hen: Luistert allen naar mij en begrijpt de betekenis.

 

En Lk 21:38 >> En al het volk kwam steeds 's morgens vroeg naar hem toe in de tempel om hem te horen.

 

En ook Hn 18:13 >> En [de Joden] zeiden: In strijd met de wet brengt deze persoon [Paulus] de mensen tot een andere overtuiging in verband met het aanbidden van God.

 

1Kn 18:34

Toen zei hij: Doet het nog eens. Zij deden het dus nog eens. Maar hij zei: Doet het voor de derde keer. Zij deden het dus voor de derde keer.

4049

1Kn 18:35

Aldus liep het water rondom het altaar, en ook de geul vulde hij met water.

1449

 

GW 5498 ≈≈ Mr 5:39 >>  En toen hij naar binnen was gegaan, zei hij tot hen: Waarom veroorzaken jullie misbaar en geween? Het jonge kind is niet gestorven, maar slaapt.  

 

Ook Hn 20:33 >> Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd.  

 

1Kn 18:36

Nu gebeurde het op de tijd waarop het graanoffer opstijgt, dat de profeet Elia voorts naderbij trad en zei: O YHWH, de God van Abraham, Isaäk en Israël, laat het heden bekend worden dat gij God zijt in Israël en dat ik uw knecht ben en dat ik door uw woord al deze dingen heb gedaan. 

 

De GW 5584 is ook die van Hn 26:28 >>

Maar Agrippa zei tot Paulus: Gij zoudt mij in korte tijd overreden een christen te worden.

 

En van Hb 4:5 >>

En daarom wederom: Indien zij in mijn rust zullen ingaan.

 

 

5584

1Kn 18:37

Antwoord mij, o YHWH, antwoord mij, opdat dit volk moge weten dat gij, YHWH, de [ware] God zijt en dat gíȷ́ hun hart hebt teruggebracht.

 

Ook koning Hizkia was een trouwe dienaar van YHWH. Hij roeide eveneens valse aanbidding uit >>

En hij bleef aan YHWH gehecht. Hij week er niet van af hem te volgen, maar onderhield voortdurend zijn geboden, die YHWH aan Mozes geboden had (GW 3188).

 

3188

 

GW 8772 ≈≈ 2Pt 2:7 >> En hij rechtvaardige Lot bevrijdde die het benauwd had vanwege het liederlijke gedrag van hen die van geen wet of tucht willen weten.

 

1Kn 18:38

Daarop viel het vuur van YHWH neer en verteerde voorts het brandoffer en de stukken hout en de stenen en het stof, en het water dat in de geul was, lekte het op. 

 

 

 

5283

1Kn 18:39

Toen het gehele volk dit zag, vielen zij onmiddellijk op hun aangezicht en zeiden: YHWH is de [ware] God! YHWH is de [ware] God! 

1320

1Kn 18:40

Nu zei Elia tot hen: Grijpt de profeten van Baäl! Laat geen enkele van hen ontsnappen! Terstond grepen zij hen, waarop Elia hen naar het stroomdal van de Kison afvoerde en hen daar afslachtte.

 

GW 4725 vinden we ook bij

Gn 37:9 >> Daarna had hij nog een andere droom, en hij verhaalde die aan zijn broers en zei: Ziet, ik heb weer een droom gehad, en ziet, de zon en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.

 

1Kn 8:23 >> en hij zei vervolgens: O YHWH, de God van Israël, er is in de hemel boven of op de aarde beneden geen God als gij, die zich houdt aan het Verbond en de liefderijke goedheid jegens uw knechten, die met geheel hun hart voor uw aangezicht wandelen.

 

Nh 2:6 >> Hierop zei de koning tot mij, terwijl zijn gemalin naast hem zat: Hoe lang zal uw reis duren en wanneer zult gij terugkeren? Het scheen de koning dan goed toe mij te zenden, toen ik hem de vastgestelde tijd opgaf.

 

Js 37:23 >> Wie hebt gij gehoond en beschimpt? En tegen wie hebt gij [de] stem verheven, en slaat gij uw ogen omhoog? Tegen de Heilige Israëls!

 

4725

 

GW 11328 ≈≈ Lk 23:33 >> En toen zij op de plaats kwamen die Schedel wordt genoemd, hingen zij hem en de misdadigers daar aan palen, de een ter rechter-, de ander ter linkerzijde.
  

1Kn 18:41

Elia zei nu tot Achab: Ga op, eet en drink; want daar is het geluid van het gedruis van een stortregen.

1833

1Kn 18:42

Toen ging Achab op om te eten en te drinken. Wat Elia betreft, hij klom naar de top van de Karmel en hurkte toen ter aarde neer en hield zijn gezicht tussen zijn knieën gestoken.

3658

1Kn 18:43

Daarop zei hij tot zijn bediende: Klim omhoog alstublieft. Kijk in de richting van de zee. Hij klom dus omhoog en keek en zei toen: Er is helemaal niets. Vervolgens zei hij: Ga terug, tot zevenmaal toe.

 

Hier worden we herinnerd aan Jk 5:17-18 >>

 

Elia was een mens van dezelfde gevoelens als wij, en hij bad met aandrang dat het niet zou regenen, en het regende drie jaar en zes maanden niet op de aarde. En hij bad wederom, en de hemel gaf regen en de aarde bracht haar vrucht voort.

 

Zie de studie >> Elia, een mens van dezelfde gevoelens als wij

 

2784

 

GW 8275 ≈≈ 1Ko 10:8 >> Laten wij ook geen ontucht plegen, zoals sommigen van hen ontucht pleegden en vielen, op één dag drieëntwintigduizend.

 

1Kn 18:44

Bij de zevende maal nu gebeurde het dat hij ten slotte zei: Zie! Een wolkje als de handpalm van een man stijgt uit de zee op. Nu zei hij: Ga op, zeg tot Achab: Span in! En daal af, opdat de stortregen u niet ophoudt! 

3891

1Kn 18:45

Nu gebeurde het ondertussen dat de hemel zelf zwart werd van wolken en wind, en toen kwam er een zware stortregen. En Achab reed voort en ging heen naar Jizreël.

2749

1Kn 18:46

De hand van YHWH nu bleek op Elia te zijn, zodat hij zijn heupen omgordde en vervolgens voor Achab uit snelde, heel de weg naar Jizreël.

 

 

Vergelijk twee vv met GW 2394:

 

Ps 3:6 >> Ik zal niet bevreesd zijn voor tienduizenden mensen die zich rondom tegen mij hebben opgesteld.

 

Ez 47:6; ivm de stroom [rivier] van water des levens >> Hierop zei hij tot mij: Heb je het gezien, o mensenzoon?

Daarna deed hij mij gaan en deed mij terugkeren naar de oever van de stroom.

 

 

2394

 

GW 9034 ≈≈ Lk 18:35 >> Het geschiedde nu, toen hij Jericho naderde, dat een zekere blinde langs de weg zat te bedelen.

 

1 Koningen 19

 

 

1Kn 19:1

Toen vertelde Achab aan Izebel wat Elia allemaal gedaan had, ja alles, ook hoe hij al de profeten met het zwaard had gedood.

3441

1Kn 19:2

Daarop zond Izebel een bode naar Elia en liet zeggen: Zo mogen de goden doen, en zo mogen zij daaraan toevoegen, indien ik morgen om deze tijd jouw ziel niet gelijk zal maken aan de ziel van elk van hen! 

 

Interessant zijn enkele vv met GW 4547, t.w.:

 

Er 8:22 >> Want ik schaamde mij, de koning om een krijgsmacht en ruiters te vragen, om ons onderweg tegen de vijand te helpen, omdat wij tot de koning hadden gezegd: De hand van onze God is ten goede over allen die hem zoeken, maar zijn sterkte en zijn toorn zijn tegen allen die hem verlaten.

 

Js 38:17 >> Zie! Tot vrede had ik wat bitter was, ja, bitter; en gij, gij zijt gehecht geraakt aan mijn ziel [behoed] voor de kuil der ontbinding. Want gij hebt al mijn zonden achter uw rug geworpen.

 

Jr 18:6 >> Kan ik met jullie niet net zo doen als deze pottenbakker, o Huis van Israël?, luidt de uitspraak van YHWH. Ziet! Zoals het leem in de hand van de pottenbakker, zo zijn jullie in mijn hand, o Huis van Israël.

 

 

4547

1Kn 19:3

En hij werd bevreesd. Dientengevolge stond hij op en ging heen ter wille van zijn ziel en kwam te Berseba, dat tot Juda behoort. Toen liet hij zijn bediende daar achter. 

 

2Sm 2:1 heeft ook GW 3202 >>

Nu geschiedde het naderhand dat David YHWH ging raadplegen en zei: Zal ik optrekken naar een van de steden van Juda? Hierop zei YHWH tot hem: Trek op. Vervolgens zei David: Waarheen zal ik optrekken? Toen zei hij: Naar Hebron.

 

Mogen we daaruit begrijpen dat Elia eerst YHWH had moeten raadplegen, alvorens voor Izebel op de vlucht te slaan?

 

3202

 

GW 11190 ≈≈ Hb 4:13 >> En geen schepsel is niet openbaar voor zijn aangezicht; maar alle dingen zijn naakt en blootgelegd voor de ogen van hem met wie wij te doen hebben.

 

Plus vers 4 >>

1Kn 19:4

En hijzelf ging een dagreis ver de wildernis in, en ten slotte kwam hij daar en zette zich onder een zekere bremstruik neer. Toen vroeg hij of zijn ziel mocht sterven en zei: Het is genoeg! Neem nu, YHWH, mijn ziel weg, want ik ben niet beter dan mijn voorvaders.

 

De GW 6575 komt ook terug in Lk 8:48 >>

Hij nu zei tot haar: Dochter, je geloof heeft je gered, ga heen in vrede.

 

En ook Jh 17:4 >>

Ik heb u op de aarde verheerlijkt, daar ik het werk heb voleindigd dat gij mij te doen hebt gegeven.

 

6575

 

GW 11190 + 6575 = 17765 ≈≈ Op 7:15, waar we duidelijk in de Tweede helft van de 70ste Jaarweek zijn >> Om die reden zijn zij vóór de troon van God en verrichten zij dag en nacht voor hem heilige dienst in zijn tempelheiligdom. En Hij die op de troon zit zal zijn tent over hen vestigen.

 

1Kn 19:5

Ten slotte legde hij zich neer en viel in slaap onder de bremstruik. Maar zie! nu raakte een engel hem aan. Toen zei hij tot hem: Sta op, eet. 

2971

1Kn 19:6

Toen hij opkeek, zie, daar was aan zijn hoofdeinde een ronde koek op gloeiende stenen en een veldfles met water. En hij ging eten en drinken, waarna hij zich weer neerlegde.

4056

 

GW 7027 ≈≈ Mt 17:11 [in context] >>

 

10 De discipelen legden hem echter de vraag voor: Waarom zeggen de Schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?

 

11 Hij gaf ten antwoord: Elia komt inderdaad en zal alle dingen herstellen.

 

12 Ik zeg jullie echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet herkend, maar met hem gedaan al wat zij wilden. Zo staat ook de Mensenzoon door hun toedoen lijden te wachten.

13 Toen bemerkten de discipelen dat hij tot hen gesproken had over Johannes de Doper.

 

 

Lk 9:20 >>

 

18  En het geschiedde, toen hij in afzondering aan het bidden was, dat de leerlingen bij hem waren, en hij ondervroeg hen, zeggend: Wie zeggen de menigten dat ik ben?

19  Zij nu zeiden in antwoord daarop: Johannes de Doper; maar anderen: Elia; weer anderen dat iemand van de vroegere profeten is opgestaan.


20  Hij nu zei tot hen: Jullie evenwel, wie zeggen jullie dat ik ben? Petrus nu zei ten antwoord: De Messias van God.

 

Jh 15:21 >> Maar zij zullen jullie al deze dingen aandoen wegens mijn naam, omdat zij hem niet kennen die mij zond.

 

Rm 11:5 >>

 

God verstiet zijn volk dat hij tevoren kende niet. Of weten jullie niet wat de Schrift zegt omtrent Elia? Zoals hij bij God pleit tegen Israël: Heer, uw profeten brachten zij ter dood, uw altaren haalden zij omver, en ik werd alleen achtergelaten, ook zoeken zij mijn ziel. Maar wat zegt de godsspraak tot hem? Ik liet voor mijzelf zevenduizend mannen over, die de knie voor de Baäl niet bogen.

 

Zo is er dan ook in het tegenwoordige tijdperk een overblijfsel verschenen, overeenkomstig genadige verkiezing.

 

 

1Kn 19:7

Later kwam de engel van YHWH voor de tweede maal terug en raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de reis is te veel voor jou.

2307

1Kn 19:8

Hij stond derhalve op en at en dronk, en hij ging in de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten voort, tot aan de berg van de God, de Ho̱reb.

2495

 

GW 4802 ≈≈ Ez 44:14 >>

 

10. Maar wat de Levieten betreft die ver van mij verwijderd zijn geraakt toen Israël, dat van mij afdwaalde, afdwaalde achter hun drekgoden aan, zij moeten ook hun dwaling dragen. 11. En in mijn heiligdom moeten zij dienaren worden op posten van toezicht over de poorten van het Huis en dienaren in het Huis. Zijzelf zullen het volledige brandoffer en het slachtoffer voor het volk slachten en zijzelf zullen voor hun aangezicht staan om hen te dienen. 12. Omdat zij hen voor het aangezicht van hun drekgoden bleven dienen en voor het Huis van Israël een struikelblok werden tot dwaling, daarom heb ik mijn hand tegen hen opgeheven, is de uitspraak van de Heer YHWH, en zij moeten hun dwaling dragen. 13. En zij zullen niet tot mij naderen om als priester voor mij op te treden of om te naderen tot enige heilige dingen van mij, tot de allerheiligste dingen, en zij moeten hun schande en hun verfoeilijkheden die zij hebben gedaan, dragen.

 

14. En ik zal hen stellig tot waarnemers van de plicht ten opzichte van het Huis maken [het Joodse Overblijfsel van Op 20:4-6, die op aarde koningen en priesters zullen zijn], met betrekking tot de gehele dienst ervan en met betrekking tot alles wat erin gedaan dient te worden.

 

15. Maar wat de Levitische priesters, de zonen van Zadok [Yeshua’s Gemeentelichaam; de 24 Oudsten] betreft, die de plicht ten opzichte van mijn heiligdom waarnamen toen de zonen van Israël van mij afdwaalden, zíȷ́ zullen tot mij naderen om mij te dienen, en zij moeten voor mijn aangezicht staan om mij vet en het bloed aan te bieden, luidt het woord van de Heer YHWH. 16. Zij zijn het die in mijn heiligdom [het hemelse Nieuwe Jeruzalem] zullen komen, en zijzelf zullen tot mijn tafel naderen om mij te dienen, en zij moeten de plicht jegens mij waarnemen.

 

Hs 4:6 >> Mijn volk zal stellig tot zwijgen worden gebracht, omdat er geen kennis is. Omdat gijzelf de kennis hebt verworpen, zal ik ook u verwerpen, zodat gij mij niet als priester dient; en gij de wet van uw God blijft vergeten, zal ik, ja ik, uw zonen vergeten.

 

Jh 19:1 >> Toen nam Pilatus dan Yeshua en geselde hem.

 

1Kn 19:9

Daar ging hij ten slotte een grot binnen, om er te overnachten; en zie! daar was YHWH’s woord voor hem, en het zei vervolgens tot hem: Wat heb je hier te doen, Elia?

2016

1Kn 19:10

Hierop zei hij: Ik ben beslist naijverig geweest ten opzichte van YHWH, de God der legerscharen; want de zonen van Israël hebben uw verbond verlaten; uw altaren hebben zij omvergehaald en uw profeten hebben zij met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven; en nu zoeken zij mijn ziel, om die weg te nemen. 

7533

 

GW 9549 ≈≈ 1Kr 21:12; David mocht kiezen ivm zijn dwaasheid om Israël te tellen >>

 

Of er drie jaar hongersnood zal zijn;

of drie maanden van weggevaagd worden voor je tegenstanders en dat het zwaard van je vijanden [je] achterhaalt;

of drie dagen het zwaard van YHWH, ja pestilentie in het land, waarbij YHWH’s engel verderf brengt in heel het gebied van Israël.

Nu dan, zie wat ik dien te antwoorden aan Degene die mij zendt.  

 

1Kn 19:11

Maar het zei: Ga naar buiten, en gij moet op de berg voor het aangezicht van YHWH gaan staan. En zie! YHWH ging voorbij, en een grote en sterke wind verscheurde bergen en verbrijzelde steile rotsen voor YHWH uit. YHWH was niet in de wind. En na de wind was er een aardbeving. YHWH was niet in de aardbeving. 

5559

1Kn 19:12

En na de aardbeving was er een vuur. YHWH was niet in het vuur. En na het vuur was er een rustige, zachte stem.

2306

1Kn 19:13

Nu geschiedde het dat zodra Elia dit hoorde, hij onmiddellijk zijn gezicht in zijn ambtsgewaad hulde en naar buiten ging en aan de ingang van de grot bleef staan; en zie! er was een stem voor hem, en die zei vervolgens tot hem: Wat hebt gij hier te doen, Elia?

3110

 

GW 10975 ≈≈ Lk 13:2 >> En ten antwoord zei hij tot hen: Menen jullie dat deze Galileeërs grotere zondaars waren dan alle [andere] Galileeërs, omdat zij deze dingen hebben ondergaan?

 

Jh 6:14 >> Toen de mensen derhalve de tekenen zagen die hij verrichtte, zeiden zij voorts: Dit is stellig de Profeet die in de wereld zou komen.  

 

 

1Kn 19:14

Hierop zei hij: Ik ben beslist naijverig geweest ten opzichte van YHWH, de God der legerscharen; want de zonen van Israël hebben uw verbond verlaten; uw altaren hebben zij omvergehaald en uw profeten hebben zij met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven; en nu zoeken zij mijn ziel, om die weg te nemen. 

7533

1Kn 19:15

YHWH zei nu tot hem: Ga, keer op je weg terug naar de wildernis van Dama̱skus; en je moet daar komen en Hazaël tot koning over Syrië zalven.

3728

1Kn 19:16

En Jehu, de kleinzoon van Nimsi, moet je tot koning over Israël zalven; en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mehola, moet je tot profeet in jouw plaats zalven.

5490

1Kn 19:17

En het moet geschieden dat wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, door Jehu ter dood gebracht zal worden; en wie aan het zwaard van Jehu ontkomt, door Elisa ter dood gebracht zal worden.

2221

 

GW 18972 ≈≈ 1Tm 6:17 >> Beveel de rijken in de tegenwoordige eeuw niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet gevestigd te hebben op de onzekerheid van de rijkdom, maar op God die ons van alles rijkelijk voorziet om daarvan te genieten.

 

1Kn 19:17

En het moet geschieden dat wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, door Jehu ter dood gebracht zal worden; en wie aan het zwaard van Jehu ontkomt, door Elisa ter dood gebracht zal worden.

2221

1Kn 19:18

En ik heb er zevenduizend in Israël overgelaten, alle knieën die zich niet voor Baäl hebben gebogen, en elke mond die hem niet heeft gekust. 

4849

 

GW 7070 ≈≈ Lv 26:16 >>

 

15. En indien jullie mijn inzettingen zullen verwerpen, en indien jullie ziel een afschuw zal hebben van mijn rechterlijke beslissingen, zodat jullie niet al mijn geboden doen en zo mijn verbond verbreken,

 

16. dan zal ik, van mijn kant, jullie het volgende aandoen, en als straf zal ik stellig ontsteltenis over jullie brengen door tuberculose en brandende koorts, die de ogen doen verkwijnen en de ziel doen versmachten. En jullie zullen jullie zaad eenvoudig voor niets zaaien, daar jullie vijanden het stellig zullen opeten.

 

17. En ik zal werkelijk mijn aangezicht tegen jullie keren, en jullie zullen stellig de nederlaag lijden voor jullie vijanden. En zij die jullie haten, zullen jullie eenvoudigweg vertrappen, en jullie zullen werkelijk vluchten terwijl niemand jullie achtervolgt.

 

En ook Mt 24:23; Yeshua’s waarschuwingen aan het Eindtijdoverblijfsel >>

 

Wanneer dan iemand tot jullie zegt: Ziet! Hier is de Masjiach, of: Daar! gelooft het niet.

 

24. Want er zullen valse masjiachen en valse profeten opstaan, die grote tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden. 25. Ziet! Ik heb jullie van tevoren gewaarschuwd.

 

 

1Kn19:19

Bijgevolg ging hij daar weg en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl deze aan het ploegen was met twaalf span vóór zich, en hij was zelf bij het twaalfde. Elia dan stak naar hem over en wierp zijn ambtsgewaad op hem. 

 

De GW 6108 wordt ook aangetroffen in

 

2Kr 36:23 >> Dit heeft Cyrus, de koning van Perzië, gezegd: Alle koninkrijken van de aarde heeft YHWH, de God van de hemel, mij gegeven, en hijzelf heeft mij opgedragen hem een Huis te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda is. Al wie er onder jullie is van heel zijn volk, YHWH, zijn God, zij met hem. Laat hij dus optrekken.

 

Mr 10:44 >> En wie onder jullie de eerste wil zijn, moet de slaaf van allen zijn.

 

6108

1Kn 19:20

Daarop liet hij de stieren in de steek en snelde Elia achterna en zei: Laat mij alstublieft mijn vader en mijn moeder kussen. Dan wil ik u gaan volgen. Hierop zei hij tot hem: Ga, keer terug; want wat heb ik je gedaan?

4091

1Kn 19:21

Hij keerde dus van achter hem terug en nam vervolgens een span stieren en slachtte ze, en met het tuig van de stieren kookte hij hun vlees en gaf het toen aan het volk, waarop zij aten. Daarna stond hij op en ging Elia volgen en hem dienen.

4946

 

GW 15145 ≈≈ Hn 20:6 >> Wij staken echter na de dagen der ongezuurde broden van Filippi af in zee en kwamen binnen vijf dagen bij hen in Troas, waar wij zeven dagen doorbrachten. 

 

 

2 Koningen 2

 

 

2Kn 2:1

Nu geschiedde het toen YHWH Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia en Elisa voorts uit Gilgal gingen.

2451

2Kn 2:2

Elia zei nu tot Elisa: Blijf alstublieft hier, want YHWH zelf heeft mij helemaal naar Bethel gezonden. Maar Elisa zei: Zo waar YHWH leeft en zo waar jouw ziel leeft, ik wil je niet verlaten. Zij daalden dus af naar Bethel.

 

GW 4156 is ook die van Ez 45:25 >> In de zevende [maand], op de vijftiende dag van de maand, gedurende het [Loofhutten]feest, dient hij [de vorst; נשיא] hetzelfde als deze voor de zeven dagen te verschaffen, hetzelfde als het zondeoffer, als het volledige brandoffer, en als het graanoffer en als de olie.

 

4156

 

GW 6607 ≈≈ 1Sm 15:6 >> Ondertussen zei Saul tot de Kenieten: Gaat weg, jullie moeten je verwijderen; trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik jullie niet met hen wegvaag.

Wat jullie betreft, jullie hebben liefderijke goedheid betracht jegens alle zonen van Israël toen zij uit Egypte optrokken. De Kenieten verwijderden zich dus uit het midden van Amalek.  

 

 

2Kn 2:2

Elia zei nu tot Elisa: Blijf alstublieft hier, want YHWH zelf heeft mij helemaal naar Bethel gezonden. Maar Elisa zei: Zo waar YHWH leeft en zo waar jouw ziel leeft, ik wil je niet verlaten. Zij daalden dus af naar Bethel.

4156

2Kn 2:3

Toen kwamen de profetenzonen die te Bethel waren uit tot Elisa en zeiden tot hem: Weet je wel dat YHWH vandaag je meester uit de positie van hoofd over jou wegneemt? Hierop zei hij: Ook ik weet het heel goed. Houden jullie [maar] stil.

 

De GW 5054 is ook die van Mt 15:9 en Mr 7:7 >> 

Tevergeefs blijven zij mij aanbidden, omdat zij mensengeboden als leerstellingen onderwijzen.

 

5054

 

GW 9210 >> Mr 3:4 >> Vervolgens zei hij tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat een goede daad te doen of een slechte daad te doen, een ziel te redden of te doden? Maar zij bleven zwijgen. 

 

 

2Kn 2:4

Elia zei nu tot hem: Elisa, blijf alstublieft hier, want YHWH zelf heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zei: Zo waar YHWH leeft en zo waar jouw ziel leeft, ik wil je niet verlaten. Zo kwamen zij dan te Jericho. 

3057

2Kn 2:5

Toen traden de profetenzonen die te Jericho waren op Elisa toe en zeiden tot hem: Weet je wel dat YHWH vandaag je meester uit de positie van hoofd over jou wegneemt? Hierop zei hij: Ook ik weet het heel goed. Houden jullie je stil.

5059

2Kn 2:6

Elia zei nu tot hem: Blijf alstublieft hier, want YHWH zelf heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zei: Zo waar YHWH leeft en zo waar jouw ziel leeft, ik wil je niet verlaten. Zij gingen dus beiden verder. 

2904

 

GW 11020 ≈≈ Lk 14:28 >> Want wie van jullie, die een toren wil bouwen, gaat er niet eerst voor zitten om de kosten te berekenen, of hij [genoeg] bezit ter voltooiing?

 

En ook Jh 8:38 >> Ik spreek de dingen die ik bij de Vader heb gezien; en jullie doen daarom de dingen die jullie hoorden bij [je] vader.

 

 

2Kn 2:7

En vijftig man van de profetenzonen gingen heen en bleven op zichtafstand staan; maar wat hen beiden betreft, zij stonden aan de Jordaan. 

2483

2Kn 2:8

Toen nam Elia zijn ambtsgewaad en wond het samen en sloeg de wateren, en geleidelijk werden ze herwaarts en derwaarts verdeeld, zodat zij beiden op de droge grond naar de overkant gingen. 

 

 

2976

2Kn 2:9

Nu gebeurde het dat zodra zij aan de overkant gekomen waren, Elia zelf tot Elisa zei: Vraag wat ik voor je dien te doen voordat ik van je word weggenomen. Hierop zei Elisa: Dat alstublieft twee delen van jouw geest op mij mogen komen.

3983

 

GW 9442 ≈≈ 2Ko 4:11 >> Want wij die leven worden voortdurend omwille van Yeshua aan de dood overgegeven, opdat ook het leven van Yeshua openbaar wordt gemaakt in ons sterfelijk vlees.   

 

2Kn 2:9

Nu gebeurde het dat zodra zij aan de overkant gekomen waren, Elia zelf tot Elisa zei: Vraag wat ik voor je dien te doen voordat ik van je word weggenomen. Hierop zei Elisa: Dat alstublieft twee delen van jouw geest op mij mogen komen.

3983

2Kn 2:10

Daarop zei hij: Je hebt iets moeilijks gevraagd. Indien je mij ziet wanneer ik van jou word weggenomen, zal het je aldus geschieden; maar niet, dan zal het niet geschieden.

3410

2Kn 2:11

Nu gebeurde het, terwijl zij al sprekende verder gingen, ziedaar! een vurige strijdwagen en vurige paarden, en die maakten vervolgens scheiding tussen hen beiden; en Elia voer toen in de storm ten hemel.

 

 

 

De GW van de vv 10 en 11 tezamen bedraagt 6574

en die GW wordt gevonden in 1Kr 17:21 >>

 

En welke andere natie op aarde is als uw volk Israël, dat de [ware] God zich tot een volk ging loskopen, om u een naam toe te kennen van grote daden en vrees inboezemende dingen door natiën te verdrijven van voor uw volk dat gij uit Egypte hebt losgekocht? 

 

3164

 

GW 10557 ≈≈ Ez 8:3 >> Toen stak hij iets uit dat de vorm van een hand had en nam mij bij een lok van mijn hoofdhaar, en een geest voerde mij tussen de aarde en de hemel en bracht mij naar Jeruzalem in de visioenen van God, naar de ingang van de binnenste poort die op het noorden uitziet, waar de standplaats is van het symbool van jaloezie dat tot jaloezie prikkelt.

 

En ook Lk 19:29 >> En het geschiedde toen hij Bethfage en Bethanië naderde, tegen de -zoals hij genoemd wordt- Berg der Olijven, dat hij twee van de leerlingen uitzond.

 

Hier lezen we over het gebeuren op ‘Palmzondag’, op 9 Nisan van het jaar 33 AD (4037 AM), toen Yeshua Mashiach, rijdend op een ezel, zich aan Israël aanbood als haar Messiaanse koning. Door zijn Joodse tijdgenoten werd hij echter in die hoedanigheid verworpen, wat zelfs tot op de dag van heden heeft voortgeduurd. Zij erkennen niet dat hij op die dag Zc 9:9 in voorlopige zin vervulde >>

 

Verblijd u zeer, o dochter van Sion. Juich in triomf, o dochter van Jeruzalem. Zie! Uw koning komt tot u. Hij is rechtvaardig, ja, gered; nederig en rijdend op een ezel, ja, op een volwassen dier, het jong van een ezelin. 

 

Maar ook een andere combinatie, t.w. Jeremia 2:18-19 heeft GW 10557 >>

 

Jr 2:18

Nu dan, wat voor belang hebt gij om naar Egypte te gaan; om het water van de Nijl te drinken? En wat voor belang hebt gij om naar Assyrië te gaan; om de wateren van de Eufraat te drinken?

5213

Jr 2:19

Laat uw eigen slechtheid u tuchtigen en uw eigen daden van ontrouw u terechtwijzen. Erken dan en zie dat het iets slechts en bitters is dat gij YHWH, uw God, hebt verlaten; en dat er geen vrees voor mij bij u is, spreekt de Heer, YHWH der legerscharen.

5344

 

Dit in aanmerking genomen vernemen wij uit het profetische Woord dat de overgang van het ‘Eliawerk’ naar het ‘Elisawerk’ in de Eindtijd zal samenvallen met Israëls ultieme afvalligheid. In haar ontrouw zal zij zich niet alleen tot het ‘Egypte’ van deze wereld wenden, maar ook tot de Assyriër, de Pseudo Masjiach; in werkelijkheid de demonische Antichristelijke macht.

 

Zie ook de Studie >> Een mogelijk verloop van de 70ste Jaarweek, met name Gesuggereerde Helft.

 

2Kn 2:12

Al die tijd zag Elisa het, en hij riep luid: Mijn vader, mijn vader, de strijdwagen van Israël en zijn ruiters! En hij zag hem niet meer. Dientengevolge greep hij zijn eigen kleren en scheurde ze in twee stukken.

4095

2Kn 2:13

Daarna raapte hij het ambtsgewaad van Elia op, dat van hem afgevallen was, en keerde terug en bleef staan aan de oever van de Jordaan. 

3733

2Kn 2:14

Toen nam hij het ambtsgewaad van Elia, dat van hem afgevallen was, en sloeg de wateren en zei: Waar is YHWH, de God van Elia, ja hij?

Toen hij de wateren sloeg, werden ze daarop geleidelijk herwaarts en derwaarts verdeeld, zodat Elisa naar de overkant ging.

 

Onder de vv met GW 4513 is Jr 31:8 >>

 

7 Want dit heeft YHWH gezegd: Roept Jakob luidkeels toe met verheuging, en jubelt aan het hoofd der natiën. Verkondigt. Zingt lof en zegt: Red, o YHWH, uw volk, het overblijfsel van Israël.

 

8.Ziet, ik breng hen uit het land van het Noorden, en ik wil hen bijeenbrengen van de meest afgelegen streken der aarde. Onder hen zullen de blinde en de kreupele zijn, de zwangere vrouw en de barende, allen te zamen. Als een grote gemeente zullen zij hierheen terugkeren.

 

9 Met geween zullen zij komen, en met smekingen om gunst zal ik hen brengen. Ik zal hen doen gaan naar stroomdalen met water, op een rechte weg waarop zij niet tot struikelen gebracht zullen worden. Want ik ben Israël tot een Vader geworden; en wat Efraïm betreft, hij is mijn eerstgeborene.

 

De GW van Jr 31:7-9 bedraagt 5393+4513+3830 = 13736 en die GW correspondeert met 1Ko 1:4 >> Ik breng altijd dank aan mijn God betreffende jullie voor Gods liefderijke gunst welke jullie werd geschonken in Masjiach Yeshua.

 

Zie ook Jeremia 31.

 

4513

 

GW 12341 ≈≈ 1Ko 12:21 >> Het oog nu kan niet tegen de hand zeggen: "Ik heb je niet nodig", of wederom het hoofd tegen de voeten: "Ik heb jullie niet nodig".

 

2Kn 2:15

Toen de profetenzonen die te Jericho waren hem op enige afstand zagen, zeiden zij voorts: De geest van Elia is op Elisa komen te rusten. Bijgevolg gingen zij hem tegemoet en bogen zich voor hem ter aarde neer.

4175

2Kn 2:16

Vervolgens zeiden zij tot hem: Zie toch, er zijn bij jouw knechten vijftig mannen, dappere personen. Laat hen alstublieft jouw meester gaan zoeken. Misschien heeft de geest van YHWH hem opgeheven en hem daarna op een van de bergen of in een van de dalen geworpen. Maar hij zei: Jullie moeten hen niet zenden.

6428

 

GW 10603 ≈≈ Lk 19:47 >> En dagelijks onderwees hij in de tempel. Maar de overpriesters en de schriftgeleerden trachtten hem om te brengen; zo ook de voornaamsten van het volk.
48  En zij vonden niet wat zij moesten doen, want al het volk hing aan zijn lippen.

 

2Kn 2:23

Nu ging hij vandaar op naar Bethel. Terwijl hij de weg opging, kwamen er kleine jongens uit de stad, en zij gingen hem beschimpen en bleven tot hem zeggen: Ga op, kaalkop! Ga op, kaalkop

 

Ps 78:5 heeft ook GW 4100; aldaar krijgen we blijkbaar de verklaring voor Gods oordeel over de 42 jeugdige beschimpers >>

 

Hij dan richtte een vermaning op in Jakob, en een wet stelde hij in Israël, dingen die hij onze voorvaders gebood, om ze aan hun zonen bekend te maken.

 

4100

2Kn 2:24

Ten slotte keerde hij zich om en zag hen en smeekte kwaad over hen af in de naam van YHWH. Toen kwamen er twee berinnen uit het bos en verscheurden vervolgens tweeënveertig kinderen van hun aantal.

 

Zie Kaalkop.

 

Jr 9:16 heeft ook GW 4446. Zie het contextueel verband >>

 

13. En YHWH zei toen: Omdat zij mijn wet die ik hun had voorgelegd verlaten hebben, en zij mijn stem niet hebben gehoorzaamd en er niet naar hebben gewandeld,

14. maar zij bleven wandelen naar de verstoktheid van hun hart en achter de Baälsbeelden aan, waarover hun vaderen hen hadden onderwezen;

15. daarom, dit heeft YHWH der legerscharen, de God van Israël, gezegd: Zie, ik doe hen, dat wil zeggen dit volk, alsem eten, en ik wil hen gifwater doen drinken;

16. en ik wil hen verstrooien onder de natiën die noch zij noch hun vaderen hebben gekend, en ik wil hun het zwaard achternazenden, totdat ik hen uitgeroeid zal hebben.

 

4446

2Kn 2:25

En vandaar ging hij verder naar de berg Karmel, en vandaar keerde hij terug naar Samaria.

2261

 

GW 10807 ≈≈ Lk 7:42 >> Toen zij niet konden betalen, schonk hij [het] beiden vrijelijk kwijt. Wie van hen zal hem daarom meer liefhebben?

 

 

2 Koningen 9

 

Kn 9:30

Ten slotte kwam Jehu naar Jizreël, en Izebel zelf vernam het. Zij beschilderde toen haar ogen met zwarte verf en maakte haar hoofd mooi en ging door het venster naar beneden kijken.

4235

Kn 9:31

En Jehu zelf kwam de poort binnen. Zij zei nu: Is het goed gegaan met Zimri, de doder van zijn heer? 

2167

Kn 9:32

Daarop hief hij zijn gezicht op naar het venster en zei: Wie is met mij? Wie? Onmiddellijk keken twee of drie hofbeambten naar beneden, naar hem. 

3335

2Kn 9:33

Hij dan zei: Laat haar vallen! Toen lieten zij haar vallen, waarop er wat van haar bloed tegen de muur en tegen de paarden opspatte; en hij vertrapte haar nu. 

 

 

2040

2Kn 9:34

Daarna ging hij naar binnen en at en dronk en zei toen: Ziet alstublieft om naar deze vervloekte en begraaft haar, want zij is de dochter van een koning.

3388

 

GW 15165 ≈≈ 1Pt 5:10 >> Maar de God van alle liefderijke gunst, die jullie heeft geroepen tot zijn eeuwige heerlijkheid in Messias, hijzelf zal jullie - een korte tijd geleden hebbend - volledig maken, bevestigen, sterken.

 

Vergelijk de beschrijving van de Eindtijdfiguur Izebel. Tot de Joodse gemeenschap, vertegenwoordigd door de gemeente Thyatira, zegt koning Yeshua >>

 

Maar ik heb tegen je dat je de vrouw Izebel laat begaan, zij die van zichzelf zegt profetes [te zijn], en mijn slaven leert en misleidt zij om hoererij te bedrijven en afgodenoffers te eten. Hoewel ik haar gelegenheid gaf tot inkeer te komen, weigert zij berouw te hebben van haar hoererij.

 

Zie! Ik werp haar te bed en zij die overspel met haar bedrijven in grote verdrukking, tenzij zij berouw hebben van haar werken. En haar kinderen zal ik ter dood brengen door de pest. Dan zullen alle gemeenten weten dat ik degene ben die nieren en harten doorvors, en dat ik een ieder vergeld naar hun werken (Zie het uitgebreide commentaar op Openbaring 2:18-29).

 

 

2 Koningen 10

 

2Kn 10:5

Dientengevolge zonden zij die over het huis gingen en degene die over de stad ging en de oudsten en de verzorgers een boodschap aan Jehu en lieten zeggen: Wij zijn uw knechten, en al wat gij ons zegt, zullen wij doen. Wij zullen niemand koning maken. Doe wat goed is in uw eigen ogen.

5950

2Kn 10:6

Daarop schreef hij hun een tweede brief, waarin stond: Indien jullie mij toebehoren en mijn stem gehoorzamen, neemt dan de hoofden van de mannen die zonen zijn van jullie Heer en komt morgen om deze tijd bij mij te Jizreël. De zonen van de koning nu, zeventig man, waren bij de aanzienlijken van de stad, die hen grootbrachten. 

8388


GW 14338 ≈≈ Allen die zich mooi willen voordoen in
[hun] vlees, juist zij noodzaken jullie besneden te worden, slechts om niet vanwege de martelpaal van de Messias vervolgd te worden.  

 

 

2Kn 10:7

Nu gebeurde het dat zodra de brief hen bereikte, zij daarop de zonen van de koning namen en [hen] afslachtten, zeventig man, waarna zij hun hoofden in manden deden en ze naar hem toe zonden te Jizreël. 

4370

2Kn 10:8

Toen kwam de bode en berichtte het hem en zei: Men heeft de hoofden van de zonen van de koning gebracht. Hij dan zei: Legt ze tot de morgen in twee hopen aan de ingang van de poort.

4337

 

GW 8707 ≈≈ Hn 19:15 >> Maar de boze geest gaf hun ten antwoord: Ik ken Yeshua en Paulus is mij bekend;  maar wie zijn jullie?

 

2Kn 10:7

Nu gebeurde het dat zodra de brief hen bereikte, zij daarop de zonen van de koning namen en [hen] afslachtten, zeventig man, waarna zij hun hoofden in manden deden en ze naar hem toe zonden te Jizreël. 

4370

2Kn 10:8

Toen kwam de bode en berichtte het hem en zei: Men heeft de hoofden van de zonen van de koning gebracht. Hij dan zei: Legt ze tot de morgen in twee hopen aan de ingang van de poort.

4337

2Kn 10:9

Nu gebeurde het ’s morgens dat hij voorts naar buiten ging. Toen bleef hij staan en zei tot al het volk: Jullie zijn rechtvaardig. Ziet, ikzelf heb een samenzwering gesmeed tegen mijn heer en heb hem ten slotte gedood; maar wie heeft al dezen neergeslagen?

3805

 

GW 12512 ≈≈ Mt 26:13 >> Voorwaar, ik zeg jullie: Overal waar dit goede nieuws in de gehele wereld wordt gepredikt, zal tevens ter gedachtenis aan deze vrouw worden verteld wat zij heeft gedaan.  

 

 

2Kn 10:7

Nu gebeurde het dat zodra de brief hen bereikte, zij daarop de zonen van de koning namen en [hen] afslachtten, zeventig man, waarna zij hun hoofden in manden deden en ze naar hem toe zonden te Jizreël. 

4370

2Kn 10:8

Toen kwam de bode en berichtte het hem en zei: Men heeft de hoofden van de zonen van de koning gebracht. Hij dan zei: Legt ze tot de morgen in twee hopen aan de ingang van de poort.

4337

2Kn 10:9

Nu gebeurde het ’s morgens dat hij voorts naar buiten ging. Toen bleef hij staan en zei tot al het volk: Jullie zijn rechtvaardig. Ziet, ikzelf heb een samenzwering gesmeed tegen mijn heer en heb hem ten slotte gedood; maar wie heeft al dezen neergeslagen?

3805

2Kn 10:10

Weet dan dat van het woord van YHWH, dat YHWH tegen het huis van Achab heeft gesproken, niets ter aarde zal vallen. En YHWH zelf heeft gedaan wat hij door bemiddeling van zijn knecht Elia gesproken heeft. 

3839

 

GW 16351 ≈≈ Jh 9:24 >> Derhalve riepen zij de mens die blind was geweest, voor de tweede maal en zeiden tot hem: Geef heerlijkheid aan God; wij weten dat deze mens een zondaar is.

 

Het antwoord van de blinde >> Of hij een zondaar is, weet ik niet. Eén ding weet ik wel, dat ik, terwijl ik blind was, op het ogenblik zie. 

 

 

2Kn 10:11

Bovendien ging Jehu voort allen neer te slaan die te Jizreël van het Huis van Achab waren overgebleven en al zijn aanzienlijken en zijn kennissen en zijn priesters, totdat hij niemand van hem in leven had gelaten.

3823

2Kn 10:12

Toen stond hij op en ging naar binnen, waarna hij zich op weg naar Samaria begaf. Onderweg was het [schapen-]bindhuis van de herders.

1986

 

GW 5809 ≈≈ diverse schriftdelen met een hint naar de Eindtijd.

 

2Kn 10:13

En Jehu zelf trof de broeders van Ahazia, de koning van Juda, aan. Toen hij tot hen zei: Wie zijn jullie, zeiden zij vervolgens: Wij zijn de broeders van Ahazia, en wij trekken af om te vragen of alles goed is met de zonen van de koning en de zonen van de Vrouwe.

3034

2Kn 10:14

Onmiddellijk zei hij: Grijpt hen levend! Zij grepen hen dus levend en slachtten hen af bij de regenput van het bindhuis, tweeënveertig man, en hij liet niet één van hen overblijven.

5254

 

GW 8288 ≈≈ Jh 11:17 >> Bij zijn aankomst dan bevond Yeshua dat hij [Lazarus] al vier dagen in het herinneringsgraf lag.  

 

2Kn 10:15

Toen hij vandaar verder ging, trof hij voorts Jonadab, de zoon van Rechab aan, die hem tegemoet [kwam]. Toen hij hem zegende, zei hij bijgevolg tot hem: Is jouw hart oprecht met mij, net zoals míȷ́n hart met jouw hart is? Hierop zei Jonadab: Ja. Indien het zo is, geef mij dan werkelijk je hand. Hij gaf hem dus zijn hand. Daarop liet hij hem bij zich op de wagen klimmen.

 

 

GW 7457 is interessant.

 

Dn 11:4 >>  En wanneer hij [Alexander de Grote] opgestaan zal zijn, zal zijn koninkrijk verbroken worden en naar de vier windstreken van de hemel verdeeld worden [de 4 Hellenistische Rijken, waarvan al vlug de Noordelijke Seleuciden en de Zuidelijke Ptolemëen], maar niet aan zijn nakomelingschap en niet naar zijn heerschappij waarmee hij geheerst had; want zijn koninkrijk zal uitgerukt worden, en wel voor anderen dan deze.

 

Lk 1:1 >>    Aangezien velen ondernamen een verslag [het Evangelie] samen te stellen betreffende feiten die zich onder ons voltrokken hebben.

 

Rm 2:19 >> En van jezelf [een joodse gesprekspartner] overtuigd bent een gids van blinden te zijn, een licht van hen in duisternis.

 

7457

 

2Kn 10:16

Toen zei hij: Ga toch met mij mee en zie hoe ik geen mededinging ten opzichte van YHWH duld. En zij lieten hem op zijn strijdwagen meerijden.

 

GW 2435 is ook die van Gn 28:12; mbt Jakob >> Toen droomde hij, en zie! er stond een ladder op de aarde en de top ervan reikte tot aan de hemel; en zie! Gods engelen klommen daarlangs op en daalden daarlangs af.

 

 

Engelen waren zeker in de nabijheid van Jehu, zoals zij ook bij aartsvader Jakob waren!

 

2435

2Kn 10:17

Ten slotte kwam hij te Samaria. Nu sloeg hij allen neer die van Achabs [Huis] te Samaria overgebleven waren, totdat hij hen verdelgd had, naar het woord van YHWH dat hij tot Elia gesproken had.

3829

 

GW 6264 ≈≈ Mr 7:22 >> [Wat van de mens uitgaat, dat verontreinigt de mens:] … overspel, hebzucht,  goddeloosheden, bedrog, een losbandig gedrag, een afgunstig oog, lastering, hoogmoed, onredelijkheid.

 

Lk 21:5 >> En toen sommigen over de tempel zeiden dat hij met fraaie stenen en gewijde voorwerpen was versierd, zei hij: [Deze dingen die jullie aanschouwen − er zullen dagen komen waarin hier geen steen op steen gelaten zal worden die niet gesloopt zal worden].

1Jh 3:21 >> Geliefden, indien het hart niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid jegens God.

 

2Ki 10:18

Voorts bracht Jehu heel het volk bijeen en zei tot hen: Achab heeft Baäl enerzijds weinig aanbeden. Jehu zal hem anderzijds zeer veel aanbidden. 

2220

2Ki 10:19

Nu dan, roept alle profeten van Baäl, al zijn aanbidders en al zijn priesters bij mij. Laat er niet één gemist worden, want ik heb een groot slachtoffer voor Baäl. Al wie gemist wordt, zal niet in leven blijven. Wat Jehu betreft, hij handelde sluw, met de bedoeling de aanbidders van Baäl te verdelgen.

4343

2Ki 10:20

Vervolgens zei Jehu: Heiligt een plechtige vergadering voor Baäl. Bijgevolg kondigden zij die af.

1509

 

GW 8072 ≈≈ Op 17:3 >> En hij voerde mij in geest weg naar een wildernis. En ik zag een vrouw gezeten op een scharlakenrood Beest dat vol was van lasterlijke namen, hebbend zeven koppen en tien horens.

 

 

Zoals we allen weten zag Johannes hier, in de Eindtijdtaferelen, Vrouwe Babel, in een dollemansrit op de rug van het Antichristelijke Beest. Dat geeft ons een idee tot wie de ontaarde Baälaanbidders van Jehu’s dagen behoorden!

 

2Kn 10:21

Daarna zond Jehu [boden] door heel Israël, zodat alle aanbidders van Baäl kwamen. En niet één bleef er over die niet kwam. En zij bleven in het huis van Baäl komen, en het huis van Baäl liep vol, van het ene einde tot het andere. 

4021

2Kn 10:22

Nu zei hij tot degene die over de garderobe ging: Haal voor alle aanbidders van Baäl kleren te voorschijn. Hij haalde dus de kledij voor hen te voorschijn. 

 

Moeten we wellicht aan onderstaande kledij denken?

 

 

 

Overigens heeft de prachtige belofte in Js 32:3 eveneens de GW 2654. In context >>

 

Zie! Een koning zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft, zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid. En een ieder moet als een wijkplaats voor de wind blijken te zijn en een schuilplaats voor de slagregen, als waterstromen in een waterloos land, als de schaduw van een zware, steile rots in een uitgeput land. (3) En de ogen der zienden zullen niet dichtgestreken zijn, en zelfs de oren der horenden zullen aandacht schenken.

 

 

2654

2Kn 10:23

Toen ging Jehu met Jonadab, de zoon van Rechab, het huis van Baäl binnen. Hij zei nu tot de aanbidders van Baäl: Onderzoekt zorgvuldig en ziet toe dat niet misschien een van de aanbidders van YHWH hier bij jullie is, maar alleen de aanbidders van Baäl.

3191

 

GW 9866 ≈≈ 2Kn 23:27 >> Maar YHWH zei: Ook Juda zal ik van voor mijn aangezicht verwijderen, net zoals ik Israël [Samaria]verwijderd heb; en ik zal deze stad die ik uitgekozen heb, ja, Jeruzalem, en het huis waarvan ik gezegd heb: Mijn naam zal daar blijven, stellig verwerpen.

 

2Kn 10:23

Toen ging Jehu met Jonadab, de zoon van Rechab, het huis van Baäl binnen. Hij zei nu tot de aanbidders van Baäl: Onderzoekt zorgvuldig en ziet toe dat niet misschien een van de aanbidders van YHWH hier bij jullie is, maar alleen de aanbidders van Baäl.

3191

2Kn 10:24

Ten slotte gingen zij naar binnen om slachtoffers en brandoffers op te dragen, en Jehu zelf stelde buiten tachtig man op over wie hij kon beschikken en zei vervolgens: Wat de man betreft die ontsnapt van de mannen die ik in jullie handen lever, de ziel van de een zal voor de ziel van de ander in de plaats gesteld worden. 

 

GW 6809 is ook die van Ef 3:2 >> Indien jullie tenminste hebben gehoord van het beheer van de liefderijke gunst Gods, welke mij [Paulus] met het oog op jullie gegeven werd.

 

6809

 

GW 10000 ≈≈ Mt 10:21; alsook Mr 13:12 >> Voorts zal de ene broer de andere ter dood overleveren, en een vader zijn kind, en kinderen zullen tegen de ouders opstaan en zullen hen ter dood laten brengen.

 

Vooral Mr 13:12 bevindt zich binnen een profetische context van Eindtijdgebeurtenissen.

 

2Kn 10:25

Nu gebeurde het dat zodra hij klaar was met het opdragen van het brandoffer, Jehu onmiddellijk tot de hardlopers en de adjudanten zei: Komt binnen, slaat hen neer! Laat er niet één uitgaan. Toen sloegen de hardlopers en de adjudanten hen met de scherpte van het zwaard en wierpen hen eruit, en zij drongen door tot aan de stad van het huis van Baäl. 

 

Esther 7:7 heeft ook, zeker betekenisvol, GW 6076 >>

(Wat Haman – prototype van de Antichristelijke Eindtijdmacht - betreft, hij kromp ineen van schrik vanwege de koning en de koningin). 

Wat de koning betreft, hij stond in zijn woede op van het wijnfeestmaal [en begaf zich] in de tuin van het paleis; en Haman zelf stond op om Esther, de koningin, een verzoek te doen voor zijn ziel, want hij zag dat er kwaad tegen hem besloten was door de koning.

 

 

6076

2Kn 10:26

Vervolgens brachten zij de heilige zuilen van het huis van Baäl naar buiten en verbrandden elk.

2178

2Kn 10:27

Voorts braken zij de heilige zuil van Baäl af en braken het huis van Baäl af, en zij hielden het voor privaten afgezonderd tot op deze dag.

 

Hs 1:10 (ook met GW 4171) geeft aan dat een en ander gaat gebeuren ten tijde van Israëls herstel >>

En het getal van de zonen van Israël moet worden als de zandkorrels der zee, die niet gemeten noch geteld kunnen worden. En het moet geschieden dat op de plaats waar tot hen gezegd placht te worden: Jullie zijn mijn volk niet, tot hen gezegd zal worden: De zonen van de levende God.

 

4171

 

GW 12425 ≈≈ Jh 7:8 >> Gaan jullie [Yeshua’s broers] op naar het feest [het Loofhuttenfeest van 32 AD]; ik ga nog niet op naar dit feest, omdat mijn bestemde tijd nog niet volledig is gekomen.  

 

2Kn 10:26

Vervolgens brachten zij de heilige zuilen van het huis van Baäl naar buiten en verbrandden elk.

2178

2Kn 10:27

Voorts braken zij de heilige zuil van Baäl af en braken het huis van Baäl af, en zij hielden het voor privaten afgezonderd tot op deze dag.

 

4171

2Kn 10:28

Zo verdelgde Jehu Baäl uit Israël.

1471

 

GW 7820 ≈≈ Op 1:10 >> Ik geraakte in geest in de dag die de Heer toebehoort, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin.

 

-.-.-.-