Schriftstudies.tk
Home
Overzicht studies
Blog
Reactie

Anno Mundi Jaartelling

Anno Mundi Jaartelling

 

  AM   v.Chr.

     1  4004/4003 Schepping Adam

   30  3973  Schepping Eva

 130  3873  Geboorte Seth

 622  3381  Geboorte Henoch

 687  3316  Geboorte Methusalah

 930  3073  Dood Adam

987     3016  Dood Henoch

 

1056  2947  Geboorte Noach

 

1536  2467  Aankondiging van de 120 jaar tot de Vloed; aanwezigheid  Nefilim

1656  2347  Vloed; Noach 600 jaar; dood Methusalah

1723  2280  Geboorte Heber; 3½ x 1723 = 6030(½); begin Millenniumrijk verwacht

1826  2177  Spraakverwarring; aanvang Zeven Tijden (7 x 600) tot 6026 AM; Lukas 21:24

 

2006  1997  Dood Noach; 350 jaar na Vloed; basis voor het 3½ principe

2009  1994  Geboorte Abraham; 3½ x 2009 = 7031(½); einde Millenniumrijk

2084  1919  (1826 + 258 GW Charan) Abraham 75 jaar; aanvang 430 jaar (2 x 215), eindigend 2514 AM; de 1:2 verhouding, gerekend vanaf 2084 AM, en tot uitdrukking komend in 215:430; overeenkomend met 2299 AM (de 130-jarige Jakob komt met gehele familie naar naar Egypte); en 2514 AM (het tegenovergestelde, hun vertrek uit Egypte); 

2109  1894  Geboorte Isaäk

2114  1889  Isaäk gespeend; aanvang 400-jarige periode van verdrukking (2114-2514 AM)

2169  1834  Geboorte Ezau en Jakob

2184  1819  Dood Abraham; 175 jaar oud

2260  1743  Geboorte Jozef

2266  1737  Bij de Jabbok wordt Jakob (GW 182) Israël (GW 541) genoemd; verschil GW 359 (Satan);

aanvang tijdrekening gefocust op de wederwaardigheden van het volk (de natie) Israël

2277  1726  Jozef, 17 jaar oud, verkocht naar Egypte

2290  1713  Jozef, 30 jaar oud, staat voor Farao; aanvang 2 x 7 jaar periodes van overvloed/honger

2297  1706  Aanvang hongersnood

2299  1704  In tweede jaar hongersnood komt de 130-jarige Jakob met gehele familie naar Egypte 

2316  1687  Dood Jakob, 147 jaar oud (Gn 47:28);

2370  1633  Dood Jozef, 110 jaar oud

2514  1489  Exodus; 144 jaar ná Jozefs dood; zijn gebeente wordt meer dan 40 jaar ‘rondgedragen’ [2Kor 4:10] 

2515  1488  Oprichting Tabernakel; installatie Aäronische priesterschap

2554  1449  Dood Mozes (120 jaar); overtocht Jordaan olv Jozua          

2910  1093  Saul koning; 40 jaar tot 2950 AM

2950  1053  David koning; 40 jaar tot 2990 AM

2990  1013  Salomo wordt koning

2993  1010  Het vierde jaar van Salomo [ 1Kn 6:1; 2514 + 479 ]

3000  1003  Tempel voltooid [ 1Kn 6:38 ]

 

3030    973  Dood Salomo, ná 40-jarige regering; kort hierna splitsing Davidisch Rijk in Noordelijk Tienstammenrijk en Zuidelijk koninkrijk Juda 

3287    716  Einde Tienstammenrijk; wegvoering naar Assyrië (2Kn 17:20

3416    587  Val Jeruzalem; eerste tempel verwoest

3464    539  Val Babel; einde 70 jaar periode genoemd in Jr 25:11 en 29:10 

3465    538  Decreet Cyrus ivm terugkeer Joodse ballingen

3486    517  Einde 70-jarige periode van vasten (Zc 7:1-5)

3559    445/444  De Jaarwekenprofetie wordt van kracht in het 20ste jaar van Artaxerxes;

de eerste 7 + 62 weken eindigden op Palmzondag van 33 AD

Zie Daniël 9:25.

 

  AM    AD

4031      29  Najaar; Yeshua ondergedompeld in de Jordaan door Johannes

4035      33  Voorjaar; Gezeten op een ezel rijdt Yeshua op Palmzondag Jeruzalem binnen;

4048      46  Paulus’ aankondiging (in Pisidisch Antiochie): Voortaan Heidenprediking (Hn 13);

Start van 1975 jaar tot de Opname en de ontmaskering van Jobs drie ‘vrienden’

4072      70  Tweede tempel verwoest

6023  2021  Wat te verwachten ?? Uiteraard ook de Joodse ‘najaarsfeesten’

                    Te beginnen met Yom Teruah op 1 Tisjri.

                    Maar op welke datum volgens onze Gregoriaanse kalender?

                    Voor het (waarschijnlijke) antwoord, zie svp deze link.

 

Hieronder verschaffen we de gematria resultaten van Leviticus 23:23-25 voor de datum 1 Tisjri, waarop in Israël jaarlijks het eendaagse ‘bazuinenfeest’ wordt gevierd >>  

          

Lv 23:23

En YHWH sprak tot Mozes, zeggend:

895

Lv 23:24

Spreek tot de zonen van Israël, zeggend: In de zevende maand, op de eerste van de maand, zult gij een sabbat hebben, een gedenkdag van trompetgeschal, een heilige samenkomst.

4766

Lv 23:25

Geen enkel soort van zwaar werk moogt gij verrichten, en gij moet een vuuroffer aan YHWH aanbieden.

2544

 

Totaal GW 8205

Heel opmerkelijk kan het genoemd worden dat die GW (Getalswaarde) correspondeert met die van 2 Thess 2, vers 6 >>

κα νν τ κατχον οδατε ες τ ποκαλυφθναι ατν ν τ αυτο καιρ.

 

En nu weten jullie wat [hem - de Mens der Wetteloosheid; de Antichristelijke figuur van de Eindtijd -] weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt.

 

In Numeri 29:1 vinden we een korte parallelle passage >>

 

Nm 29:1

En in de zevende maand, op de eerste van de maand, moeten jullie een heilige samenkomst houden.

Geen enkel soort van zwaar werk mogen jullie doen. Het dient werkelijk een dag van trompetgeschal voor jullie te zijn.

GW

4225

 

In Jh 11:5 treffen we de GW 4225 o.a. ook aan >> Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief.

 

Het onderstaande is een commentaar op het trompetblazen van 1 Tisjri door William Kelly >>

 

“We find ourselves in presence of an entirely new scene from verse 23.

 

23 And YHWH spoke to Moses, saying, Speak to the children of Israel, saying,

24 In the seventh month, on the first of the month, you shall have a rest, a memorial of blowing of trumpets, a holy convocation.

25 You shall do no regular work; and you shall offer an offering made by fire to YHWH.

 

So far from the gospel being a continuous work to the end of the world, as many suppose, we see here that the Lord will begin a fresh testimony with a suited instrumentality for this new aim when the church is gone.

Observe that it is said here in the seventh month; this was the last month in which YHWH instituted a feast.

He here brings to a completion the circle of his ways on the earth and for Israel.

In the very beginning then of this closing period of God's dealings, what do we read?

A memorial of blowing of trumpets.

 

God is inaugurating a fresh testimony. The trumpet is clearly a figure of his intervention to announce some signal change.

It may be for judgment, as we find in some cases; it may be a distinct testimony in grace, as we know elsewhere.

It is clearly a loud summons from God to people on the earth.

Here, as we read, it is not merely a blowing of trumpets, but a memorial of blowing of trumpets. It is a recall of what had long passed out of memory.

It is God calling to mind what had once been before him, but long dead and gone.

What can this be? It is the recall of his ancient people on the earth.

The Jew is again brought into remembrance before God. No wonder that there should be such a memorial of blowing of trumpets (!)

 

Hundreds, one might say thousands, of years had passed since they had stood before him as his people. For the return from Babylon was only a partial work: as a whole, Israel never returned, but remained a dispersion over the world. Where was the bulk of them? They were lost among the Gentiles; and so to this day they have remained in a peculiar condition, unlike any other since the world began.

They are in all countries without possessing one of their own, and yet a people; they are without a king or a prince, and yet a people; without the true God and without a false god, yet a people (Hosea 3): a standing rebuke to the infidel, yet largely and deeply infidel themselves!

But this very people - as the same prophecy lets us know - are yet to return to their land, and seek YHWH their Lord and David their king; they shall fear YHWH and his goodness in the latter days.

But what does God do in the first place? He awakens them. The day of shadows is gone for ever. The cross of Christ has closed unrealities. By the power of his resurrection the christian is introduced into the new creation. The old is gone, the new come; and before God we have our place in Christ. When this work is finished, grace will begin to act in Israel, and they shall be awakened.

Nothing more distinctly proves that God will have done with the Christian; for the gospel went out to the Gentiles (though to the Jew first), and in the church, as in Christ, there is neither Jew nor Greek. The Feast of Trumpets is God's taking up Israel afresh to awaken them.

 

Undeniably then this feast is after and quite distinct from Passover and Pentecost in which we have our interest. Hence the first thing disclosed in it is God's loud summons to a people who once had a place before him and again come into remembrance for mercy, not judgment.

It is evident that this could not consistently apply to the gospel that has been at work since Christ's death and resurrection. We have had his sacrifice, and call to practical holiness, and the gift of the spirit long ago. But when God has done with our blessing, the chapter reveals that in the seventh month dead Israel is to be raised from the grave by God's trumpet, as Ezekiel predicted long after (Ezekiel 37). As this is clearly a new work for a people long disowned, let us trace what light other scriptures furnish on it.

We refer to the Psalms. There you may learn how truly they and the prophets agree with this figure in the Law. See Psalm 81 :

 

Sing aloud unto God our strength; make a joyful noise unto the God of Jacob. Take a psalm and bring hither the timbrel, the pleasant harp with the psaltery. Blow the trumpet at the new moon, at the time appointed, on our solemn feast day. For this was a statute for Israel, and a law of the God of Jacob (Ps 81:1-4).

 

If men were not prejudiced, none could deny the application to Israel. The moon, that luminary which wanes and loses her brightness, once more renews her light, as mercy will do for the rebellious people.

 

Ps 81:1

Sing aloud unto God our strength; make a joyful noise unto the God of Jacob.

2432

Ps 81:2

Take a psalm and bring hither the timbrel, the pleasant harp with the psaltery.

2139

Ps 81:3

Blow the trumpet at the new moon, at the time appointed, on our solemn feast day.

1716

Ps 81:4

For this was a statute for Israel, and a law of the God of Jacob.

1408


How strikingly is this, Psalm 81, to be verified in Israel! It could not be said of the world-church, or Christendom…”

 

Opm.: De GW (getalswaarde) van dit Schriftdeel is 7695, overeenkomend met die van Jh 13:20 >>

Voorwaar, ik zeg jullie, hij die ontvangt wie ik ook zend, ontvangt mij; en hij die mij ontvangt, ontvangt hem die mij zond.

En ook die van 1Tm 2:5 >> Want er is één God, ook één Middelaar van God en mensen, mens Messias Jezus.

 

De GW van de vv 3 en 4 tezamen bedraagt 3124. Die GW wordt ook aangetroffen in Ps 91:13 >>

Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen.